This page contains a Flash digital edition of a book.
Foto: Goedele Monnens


vrij vervoer voor veteranen af. Mijns inziens bespaart u hiermee tevens op een intensieve administratie en gezien uw positie bent u een imposante marktpartij bij de NS en slaagt u erin een bodemprijs te bereiken.


Jan Verreck, Voorburg


Witte anjer (slot) Het door F. van Ree genoemde boek van Aalders (Checkpoint 8-2015) zal een aanvulling zijn op wat al minstens 36 jaar geleden breeduit uit de doeken is gedaan over prins Bernhards doen en laten voor en tij- dens zijn entree in ons koningshuis en daarna. Als historisch figuur werd hij normaliter niet misdeeld. Honderden lanen, straten, parken en pleinen zijn naar hem vernoemd. Uit reacties in Checkpoint krijg ik de indruk dat vermelding van zijn naam op regimentsvaandels en het opspelden van witte anjers tijdens reünies en herdenkingen bij Indië- en Nieuw-Guineaveteranen niet worden gewaardeerd. Zij die deze gevoelens niet delen, beschouwen de anjer niet als persoonsverering maar als nieuw nationaal symbool! Waren tulpen, molens en klompen uitverkocht? Laat men in die woordenstrijd rond de per- soon van prins Bernhard een periode pas op de plaats maken. Uitgaande van de gedachte dat ook zijn talrijke nakomelingen dat op prijs stellen. En moet het per se, dan graag een andere bloem naast het veteraneninsigne! En geen wit olifantje alstublieft.


W. Roemer, Deventer


Verlof Ik wil graag reageren op de artikelen over verlof (Checkpoint 6-2015). Toen ik mij aanmeldde voor uitzending naar Nieuw-Guinea was dit niet om met vakantie te gaan. In de periode 1953 tot 1955 was ik geplaatst bij de Verbin- dingsdienst op Ifar. Gedurende die tijd was het dagelijks een dienst van 7.00 ’s ochtends tot 2.00 uur ’s middags. Zo ook, indien nodig, op zondag. In die tijd was er één dag (op zondag) een uitje naar Dok 5 (beach) met heerlijke nasi door de dames geproduceerd en verder tweemaal een weekend lopen naar het Sentanimeer en omhoog naar de Cycloop Mountains. Verder verlof was er niet. Zelfs niet naar de vele kilometers verder liggende Wissel- meren.


Rien Bos, Victoria, Canada


Srebrenica (4) Met het recent verschenen Veilige Gebieden schrijft Joris Voorhoeve, destijds minister van Defensie, na twintig jaar een boek betreffende de val van Srebrenica (Checkboek 7-2015). Volgens ingewijden beschouwd als de grootste ramp in de Nederlandse militaire geschiedenis. Is dat correct? Het doet mijns inziens afbreuk aan de ongeveer 120.000 dienstplichtigen die naar onze voormalige kolonie Nederlands-Indië werden verscheept. Al tijdens WO II waren de leiders van de geallieerden het met elkaar eens dat er na de oorlog een einde moest komen aan het koloniale tijdperk. De Neder- landse regering zocht naar een eigen, wat later zou blijken, heilloze oplos- sing die volkomen faalde. Als resultaat waren er ongeveer 6.000 doden te betreuren onder de krijgsmacht. Onge- veer 3.500 gesneuvelden, de overigen stierven aan ziekten, ongelukken, zware verwondingen en door eigen vuur. Onder de bevolking vielen tien- duizenden doden. Dit allemaal in een bij voorbaat verloren oorlog. Mag ik dit beschouwen als de grootste ramp dan wel blunder in de geschiedenis van de Nederlandse krijgsmacht?


J. Koops, Markelo


Oud en jong Door sommige jonge veteranen, vooral dames, worden wij van boven de 70 jaar, betiteld als oude mannetjes met blauwe blazers en een baret op hun hoofd. Een beetje belachelijk maken van ons oud-strijders. Dit raakt mij in mijn ziel. Ook wij waren ooit jong en werden ongevraagd en ongewild na een minimale opleiding in een totaal vreemde wereld neergezet. Als 19-jarige kwam ik al in aanraking met ploppers waartegen we op moesten treden. En niet in een gepantserd voer- tuig of een snelle jager, maar te voet door modder, riviertjes, ongedierte enzovoorts. Daar kregen we de meest ongemakkelijke aandoeningen: rode hond, apenpokken, ringpier, loempoer kakkis en meer. En dat allemaal, in tegenstelling tot de huidige jonge vete- raan, als dienstplichtige met een mager inkomen waarvan we alles zelf moes- ten betalen. Ook wij waren dikwijls in levensgevaar en dat allemaal onvrij- willig. Maar wij deden ook onze plicht, evenals de huidige beroeps-veteranen. Wij kozen er niet voor, jullie wel. Wij werden er niet voor betaald, jullie wel.


Louis van Diessen, Tilburg december 2015 47


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65