This page contains a Flash digital edition of a book.
van Jansen op de Haar beschrijft en tekent de horror van deze afschuwe- lijke gebeurtenis. Joegoslavisch requiem, dat in 2002 onder de naam Soldatenlaarzen verscheen, is een reeks autobiografi- sche gedichten waarin de aanklacht tegen de oorlog in Bosnië en de zoektocht naar identiteit de leidraad vormen. Wat vooral opvalt, is dat de dichter veel vanuit het tragisch per- spectief van de bevolking schrijft. “Empathie is belangrijk, daarom zaten wij daar ook”, verklaart hij. “Gebrek aan empathie is wat mij het meeste stoort.” Hierbij haalt hij kolonel Karremans aan, die bij hem in opleiding zat voordat hij met Dutchbat 3 naar Srebrenica ging. Hij wil zich er verder niet over uitlaten, maar zegt nog wel even dit: “Die Karremans heeft jarenlang ontkend dat er iets aan de hand was.” Uit zijn gedicht ‘Soldatenlaarzen’: bij wie kan je onderduiken / bij wie niet / is wat mijn vader zegt. Als de kolonel op tv verschijnt / verdwijnt mijn ver- leden / elke keer een stukje verder. Wie deze ‘kolonel’ is laat zich hier makkelijk raden.


Oorlogsdichter ‘Ik ben dertig en wil niet dood’, zo eindigt het gedicht ‘Joegoslavisch requiem’ dat Jansen op de Haar enkele jaren na zijn tijd in Bosnië schreef. Tijdens zijn uitzending lag hij ’s nachts te lezen, maar schrijven deed hij niet. “Ik dacht toen wel: als ik tijdens die beschietingen geraakt word, waar zou ik dan spijt van heb- ben, wat had ik graag willen doen? En dat was schrijven.” Een half jaar na zijn ervaringen in Bosnië werd Jansen op de Haar dan ook fulltime schrijver en dichter. Zijn doorbraak kwam in 1996 toen een van zijn gedichten gepubliceerd werd in literair tijdschrift Maatstaf,


Konijn en De Gids. De Koning van Tuzla (1999) is zijn debuutroman. In 2002 ver- scheen zijn dichtbundel Soldatenlaarzen, later opnieuw uitgebracht als Joegosla- visch requiem. Als verkiezingswaarnemer voor de OVSE is hij in 1996 nog eenmaal teruggeweest in Bosnië. Na zijn roman Engel (2009) verschijnt volgend jaar zijn nieuwe dichtbundel: Ik ben het refrein van andermans leven. Jansen op de Haar woont sinds anderhalf jaar in Londen waar hij naast schrijver redacteur is bij uitgeverij Holland Park Press, www.hollandparkpress.co.uk.


later gevolgd door de publicatie bij de Arbeiderspers van De Koning van Tuzla. Zijn gedichten werden ook in talrijke literaire tijdschriften geplaatst. Veel van zijn gedichten weerspie- gelen zijn eigen ervaringen in Bos- nië en zijn een aanklacht tegen de oorlog. Toch wil Jansen op de Haar zich niet direct scharen in de rij van de zogenoemde war poets. Heel bescheiden: “Dat moeten anderen dan maar doen.” Hij voegt eraan toe: “Ik ben niet naar de oorlog gegaan, de oorlog is naar mij toegekomen.”


Poëzie Het favoriete citaat van Jansen op de Haar is van Wallace Stevens: ‘Het edele van poëzie is een geweld- dadigheid van binnenuit die ons beschermt tegen gewelddadigheid van buiten.’ “Dichten is voor mij een manier van uitdrukken, dat is heel individueel”, benadrukt hij. Volgens Jansen op de Haar is het schrijven van poëzie ook afstand nemen: “Je uitdrukken in poëzie is niet je gevoelens rechtstreeks op papier plempen, het is iets persoonlijks universeel maken en er een extra laag onder leggen. Je moet het aan de lezer overlaten om er iets in te kunnen leggen. Schrijven is beelden omzetten in taal, de lezer zet die taal om in beelden.” Tussen zijn ervaringen in Bosnië in 1994 en zijn debuut in 1999 zit vijf jaar afstand. Maar ook zijn afstand tot het leger en de kameraadschap is inmiddels groot. Heel bewust. “Ik vond het verstikkend”, vertelt hij. “Als je iets heel anders wilt gaan doen, moet je niet gevangen blijven in die kameraadschap. Er zijn vete- ranen die heel goed kunnen schilde- ren, maar altijd militaire onderwer- pen hebben. Dan denk ik: de wereld is toch veel groter.”


wij is een woord bestemd voor koningen


en wie hun slippen dragen (Uit: ‘Soldatenlaarzen’)


december 2015 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65