This page contains a Flash digital edition of a book.
De keuze van de jury Door: Anne Salomons


De oproep aan onze lezers om hun gedichten en songteksten op te sturen naar Checkpoint was ‘koud’ in het blad verschenen of de eerste stroomden al binnen. Rond de hon- derd gedichten vonden via e-mail en de postbode op de fiets hun weg naar de poëziejury, die uiter- aard blij verheugd was met zoveel animo. Sommige gedichten gingen zelfs gepaard met zeer persoonlijke achtergrondverhalen, schitterende tekeningen en foto’s. De jury, maar ook de Checkpoint-redactie, wil de inzenders graag hartelijk bedan- ken voor hun mooie, aangrijpende, soms hartverscheurende, maar ook geestige bijdragen. Gedichten schrij- ven is bij uitstek een kwetsbare en hoogst persoonlijke manier van uitdrukken. Het vereist ook moed om in poëzie verwoorde gedachten, gevoelens en herinneringen op te sturen en aan een onbekend lezers- publiek te presenteren. Wij willen al die veteranen, nabestaanden, vrienden, partners en kinderen van veteranen die zo stoutmoedig waren hun gedicht naar ons op te sturen, hiervoor nadrukkelijk prijzen.


De meeste inzendingen kwamen van Indiëveteranen, maar ook veteranen van andere missies als Nieuw-Guinea, Libanon, Bosnië en Irak waren ruim vertegenwoordigd. De thema’s die zich in dichtvorm of lied aandienden, waren zeer divers; er waren herinneringen aan ‘de Gordel van Smaragd’ en de val van Srebrenica, een geliefde van een veteraan met psychische problemen beschreef hun beider strijd in een- zaamheid. Er waren in dichtvorm getoonzette overpeinzingen bij een monument voor gevallenen, een veteraan beschreef de hondenwacht. Brieven naar de geliefde thuis waren een geliefd onderwerp, maar ook werd verhaald van een kille thuiskomst en wederzijds onbegrip. Afscheid, spijt, berouw en zelfs een gebed om vergeving voor het doden van de vijand werden in soms ver- pletterende poëzie verwoord. Zo kreeg de jury een veelkleurig palet


te zien van wat het kan inhouden om op missie te zijn geweest, om getuige te zijn van een oorlog of deelnemer, om veteraan te zijn of partner van een veteraan.


Maar hoe kies je uit al die inzen- dingen met de meest uiteenlopende onderwerpen een top 3? En wat is dan uiteindelijk het beste gedicht en waarom? De waardering voor vorm, stijl en inhoud zijn duidelijke crite- ria, maar die volstaan allerminst; de zeggingskracht en de emotie die een gedicht bij de lezer teweegbrengen, zijn volgens de jury minstens even belangrijk. Dat vorm en stijl hiertoe krachtig kunnen bijdragen, behoeft uiteraard geen betoog. Wat wil de dichter zeggen? Hoe heeft hij of zij dat gedaan, maar vooral is het geslaagd, komt het bij de lezer binnen? Met deze vragen als leidraad heeft de jury na lezing en veelvuldig herlezen van alle inzen- dingen, tien gedichten geselecteerd voor publicatie in Checkpoint. Hier- van vond de jury, na lang beraad zoals dat hoort, er drie de allerbeste:


1: ‘De hospikken’, van Libanon- veteraan Wilte van Houten


2: ‘Tabéh’ van Indiëveteraan Wim Jilleba


3: ‘Gedachten van een veteraan bij het monument in Roer- mond’ van Indiëveteraan M.A.P. de Lange


In ‘Gedachten van een veteraan bij het monument in Roermond’ herdenkt de dichter beeldend en in ritmische stijl de gevallen Neder- landse soldaten in de strijd om voor- malig Nederlands-Indië. ‘Afgeknotte zuilen’ staan bij hem voor in de knop gebroken soldatenlevens, hun namen op alfabet aangebracht doen hem denken aan een appèl waar zij, de gesneuvelden, zich zwijgend voor melden. Afmelden, wellicht. Hij eindigt het gedicht met de niet mis te verstane woorden ‘geofferd, naar het oordeel van hun tijd’.


In ‘Tabéh’, neemt de dichter afscheid van misschien wel een laatste kame- raad. In een dichtregel als deze: ‘als je wist hoe dun je handen nu zijn, verborg je ze schuchter onder de deken’, laat hij de lezer als het ware over zijn schouder meekijken naar zijn gestorven kompaan en zegt tegen ons: ‘Zie toch hoe hij er bij ligt.’ Tevens drukt hij zijn eigen ver- latenheid uit met de simpele maar aangrijpende vraag ‘met wie kan ik nog over Indië praten?’


Met het winnende gedicht ‘De hospikken’, heeft de dichter een klein wonder verricht; hij heeft het onzegbare verwoord. Het leest als een kort verhaal. De directe stijl en afgewogen woordkeuze trekken de lezer het verhaal in en laten hem niet meer gaan. Hij schrijft over de verschrikkingen die hospikken heb- ben gezien en meegemaakt en vraagt zich af: ‘Hoe kun je dat verwoorden, hoe kun je dat vergeten.’ Vergeten zullen de hospikken dit nooit. Maar met dit gedicht geeft de dichter een duidelijke, hoorbare stem aan het onzegbare en soms ondraaglijke leed dat de oorlog met zich meebrengt, voor alle partijen.


De prijzen voor de makers van de geselecteerde gedichten zijn inmid- dels opgestuurd.


Uiteraard kan over de keuze van de jury niet gecorrespondeerd worden.


december 2015


21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65