This page contains a Flash digital edition of a book.
zorgcoördinatoren en alles wat daar bij hoort in het Veteranenloket heb- ben we veel meer zeggenschap over de beginopvang van het hele zorg- systeem. We mogen ook meedenken en -praten over de manier waarop het verstandig is om problemen op te lossen.” De directeur vindt dat het Vi een belangrijke bijdrage kan leveren bij het analyseren wat nu de daadwerkelijke hulpvraag is van veteranen. “Er zitten heel veel grijze dingen tussen die ook opgelost kun- nen worden met een goed collegiaal gesprek vanuit de nuldelijnsonder- steuning of met een geestelijk verzor- ger die de juiste toon weet te raken. Zodat iemand weer in het reine met zichzelf komt. Dus de zorg hoeft niet gelijk uit te rukken met alle financi- ele consequenties van dien.” Hij benadrukt dat er wel een dui- delijke grens is aan de hulp die vrijwilligers van de zogeheten nulde- lijnsondersteuning kunnen bieden. “Zij moeten niet gaan dokteren als mensen echt in de knoop zitten, want dat is voor de professionals van het LZV. Ik snap ook hun zorg dat


Vi-directeur Frank Marcus: “Op de zorg moeten we geen euro beknibbelen, want een veteraan met klachten moet maximaal geholpen worden.” Foto: Erik Kottier


wij met andere kwalificaties werken dan je nodig hebt voor professionele zorgverlening.” Dat deze zorgactiviteiten ook voor de bedrijfsvoering van het Vi conse- quenties hebben, is iets waar hij de komende twee jaar aan wil werken. “Je moet toe naar een certificering van het Veteranenloket, maar ook van het hele Vi. Zeker waar het gaat om activiteiten die raken aan de gezondheidszorg moeten we aan bepaalde eisen voldoen. Er zijn spel- regels om de kwaliteit te bewaken en daar moeten we onze werkzaamhe- den op afstemmen.”


Samenwerking Bang dat de zorgactiviteiten ten koste


gaan van de twee andere peilers van het Vi, erkenning en waardering voor veteranen, is hij niet. En dat ook het Comité Nederlandse Veteranendag


steeds meer op dit terrein opereert, ziet hij niet als een bedreiging. “Inte- gendeel, zij brengen sterke dingen in en wij ook. Hun sterke kant is een goed financieel kader met een extern bureau dat hele originele dingen bedenkt. Wij concentreren ons zowel op veteranen en hun omgeving als op de hele samenleving. We heb- ben daar een toegevoegde waarde in omdat we al veel langer laagdrempe- lig terechtkunnen bij veteranen, een heel goed netwerk hebben en daarin dus ook het comité kunnen onder- steunen.” Als voorbeeld noemt Marcus de dit jaar ontwikkelde activiteit op 5 mei. “Op vijf Bevrijdingsfestivals stonden we met ‘speeddaten met veteranen’. Daar kwamen we veteranen en hun familie tegen die niet op reünies en veteranendagen komen. Dus een nieuw deel van de doelgroep, die er enthousiast over is dat dit soort din- gen gebeurt. Samen met het comité zou ik dat graag willen uitbouwen.” Hij wijst op andere succesvolle samenwerkingsprojecten met het comité, zoals de 50PlusBeurs, de onderwijsbeurs en de Pasar Malam. “We betrekken daar ook steeds het Veteranen Platform bij. In mijn ogen zijn we drie communicerende vaten en ik ben altijd van de samenwer- king geweest.” Hij is blij dat het Veteranen Platform uit Den Haag is teruggekeerd naar Doorn en zich net als het Vi heeft gevestigd in het nieuwe gebouw van zorgcentrum de Basis. “De lijnen zijn nu veel korter, dat merk je meteen. En ook met de andere bewoners van het pand wordt op goede wijze samengewerkt.”


Social media Wat dat betreft zou Marcus, zelf Eri-


treaveteraan, wensen dat ook vete- ranen nog wat meer samenwerking zoeken. “Ik erger me aan de uitingen van kinnesinne tussen groepen vete- ranen als men het ergens niet mee eens is. Het is jammer dat men elkaar niet meer lucht gunt in discussies en dat het via social media al heel gauw gaat over personen. Je bent allemaal veteraan met vergelijkbare ervaringen, zoek nou de verbinding in plaats van de tegenstellingen! Dat blijft een punt van zorg.” Tegelijkertijd ziet hij ook de posi- tieve kanten van social media, met name om jonge veteranen beter te bereiken. “We hebben een mooi scala


SEPTEMBER 2014 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65