This page contains a Flash digital edition of a book.
terugkomen’


Wat er daarna precies gebeurde, is een zwart gat in Hartogs geheugen. Door de val in het ravijn werd hij uit de jeep geslingerd en verloor het bewustzijn. “Toen ik bij- kwam, zag ik dat ik alle geluk van de wereld had gehad: ik lag precies tussen een groot rotsblok en een asfaltvat, maar ik had helemaal niets gebroken. Halverwege het ravijn hing de jeep nog met draaiende motor. Ik kroop zo snel mogelijk naar boven om de motor uit te zetten, want ik was bang dat de jeep in brand vloog. Toen zag ik ook Pierre, hij zat helemaal bekneld en gaf geen teken van leven meer. Iets verderop hoorde ik een van de matrozen kreunen, dus er moest zo snel mogelijk hulp komen. Kapot van de inspanning en de zenuwen kwam ik uit-


Zeekrijgsraad komen, maar hoe dat is afgelopen, weet ik niet. Eerlijk gezegd interesseert me dat ook niet zo, want die drie jongens krijg je daarmee niet terug. Na terugkeer in het MP-gebouw functioneerde ik nauwelijks nog als militair. Natuurlijk, mijn collega’s deden er alles aan om me op te vangen, maar het tampatje naast me was leeg en blééf ook leeg. Kort erna werd ik gerepat naar Nederland en heb ik de dienst verlaten. Nee, veel nazorg was er niet. Je werd gewoon weer losgelaten in de burgermaatschap- pij. Ik ging weer als bouwkundige aan de slag en dat was het dan.”


Er volgde een periode waarin Hartog Nieuw-Guinea, het ongeval en de verongelukten uit zijn gedachten probeerde te bannen. Hij nam ook geen contact op met de nabestaanden en zijn Nieuw- Guinea Herinneringskruis heeft hij pas in 1993 ontvangen. “Dat werd toen belangrijk voor me, een late vorm van erkenning. Toen ook durfde ik pas voor mezelf te erkennen dat Nieuw-Guinea en dat ongeluk er altijd zijn geweest en dat die als een rode draad door mijn leven liepen, en nóg steeds lopen. Het boek is eigenlijk nooit dicht geweest.”


Namen


De begrafenis van marinier Pierre Verheijen en matroos Rutgerus van Verseveld in Hollandia. Foto: privécollectie Jan Hartog


eindelijk weer bij Meerzicht aan. Van daaruit werd Hol- landia gebeld en kwam er een reddingsoperatie op gang. Ik heb nog geholpen met de brancard, maar uiteindelijk kwam ik daar zelf op te liggen.”


Eenmaal terug in Hollandia, werd Hartog in de zieken- boeg opgenomen en platgespoten. Toen hij dagen later bijkwam, hoorde hij dat Pierre inderdaad was overle- den, net als matroos Rutgerus van Verseveld. De andere matroos zou enkele dagen later aan zijn verwondingen overlijden.


Leeg tampatje


Er volgde een hele reeks verhoren, waarbij onder meer gevraagd werd naar het optreden van de officier van de wacht. Gelukkig had Hartog dat vooraf precies vastgelegd in het telefoonregister. “Toen al was me duidelijk dat die officier helemaal fout zat. Later moest hij ook voor de


Heel bijzonder voor Hartog was het moment waarop hij in 1991 voor het eerst het Nationaal Indië-monument in Roermond bezocht. Hier worden de ruim 6.200 Nederlandse militai- ren herdacht die tussen 1945 en 1962 in voormalig Nederlands-Indië of in Nieuw-Guinea zijn omgekomen. “Ik ben


daar samen met mijn vrouw, Vera, die me daarin gewel- dig ondersteunt, heel bewust gaan kijken. Samen hebben we de naam van Pierre gezocht en gevonden en eerlijk gezegd had ik nooit verwacht dat ik op dat moment, na 32 jaar, zó emotioneel zou worden. Elk jaar tijdens de herdenking begin september lopen de rillingen weer over mijn rug. Dan zie ik de naam van Pierre Verheijen op de zuilengalerij staan en dan denk ik: wat heeft het gescheeld of mijn naam had hier ook gestaan. Dat gevoel zal nooit meer overgaan, denk ik.” Toch noemt Hartog zijn verblijf op Nieuw-Guinea een ervaring die hij niet had willen missen. “Ik sta nu anders in het leven, Nieuw-Guinea heeft me gevormd. Ik ben zelf nooit terug geweest. Misschien zou ik dat toch eens moe- ten doen, de plek van het ongeluk terugzien, bloemen leggen – misschien krijgt het dán wel z’n definitieve plaats.”


MEI 2014 57


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64