This page contains a Flash digital edition of a book.
mogelijk blijven en dus niet geassocieerd wor- den met militairen. Als wij met hen meegin- gen, moesten we onze wapens achterlaten en burgerkleding aan.”


Spannende momenten De transportgroep van Van Leest bracht ook


hulpgoederen naar een vluchtelingenkamp van Artsen zonder Grenzen bij de plaats Uvira, op zo’n 300 kilometer van de uitvalsbasis. Van Leest: “Tijdens de eerste expeditie, die we met twee auto’s reden, stuitten we op een roadblock waar rebellen in burgerkleding ons vroegen of we voedsel bij ons hadden. Een van die man- nen had zo’n grote Ray-Ban zonnebril op. Ze lieten ons door en we konden de weg vervol- gen naar Uvira, waar we de spullen losten en daarna terugreden. Een paar dagen later gingen we opnieuw naar Uvira, maar nu met meerdere vrachtwagens en twee landrovers. Stuitten we weer op dat roadblock. Nu hadden diezelfde mannen – ik herkende die Ray-Ban bril – legeruniformen aan en ze zwaaiden dronken met kalasjnikovs. Ik kreeg er één onder mijn neus geduwd en moest uitstappen en de papie- ren laten zien. Onze wapens werden in beslag genomen, de onderscheidingstekens moesten af en de local die we bij ons hadden, werd finaal afgerost. En passant sloegen ze ook nog een begrafenisstoet die passeerde helemaal uit elkaar. Zomaar. Na een paar uur moesten we weer in de vrachtwagens gaan zitten en reden we samen met die lui naar het vluchtelingen- kamp, waar ze alle dozen die we bij ons had- den, opensneden op zoek naar wapens.”


Heimelijk omgekleed


Daarna zetten ze, nog steeds gegijzeld door de Zaïrese rebellen, koers naar de haven van Bukavu om daar een schip met nog meer goe- deren voor Uvira te lossen. Ook daar maakten ze spannende momenten door, waarbij twee gearresteerde militairen vrijgekocht moesten worden. Tijdens de terugtocht naar Uvira kregen ze via het militair satellietcommunica- tiesysteem Satcom het bericht dat de moeder van een van de chauffeurs was overleden. “Ze vroegen of ik die chauffeur naar Goma kon krijgen, zodat hij naar huis kon vliegen”, ver- telt Van Leest. “Toen heb ik mij samen met die chauffeur achter in een van de auto’s heimelijk omgekleed en zijn we in ons burgerkloffie met een auto van Artsen zonder Grenzen naar het vliegveld van Bukova gereden, waar de piloot van een Duitse Hercules de chauffeur meenam. Daarna ben ik een café ingedoken waarvan ik wist dat ons konvooi er ’s avonds langs zou komen. Ik heb er een biertje gedronken en toen het konvooi stapvoets voorbijreed ben ik stie- kem een van de auto’s ingekropen, heb mijn uniform weer aangetrokken en heb me bij de groep aangesloten. Die Zaïrese rebellen hebben er helemaal niks van gemerkt.”


Na vier dagen bleek dat het konvooi de ver- eiste officiële documenten, met toestemming van het hoogste gezag in die provincie, niet bij zich had. Toen kwam het goed van pas dat Van Leest al die tijd met 1000 dollar in zijn onder- broek had rondgelopen ‘voor het geval dat’. “Ik heb die 1000 dollar aan de rebellen betaald en nadat we ook nog wat persoonlijke spullen, kleding en petten bij ze hadden ingeleverd, mochten we gaan.” Een week later zat de mis- sie erop en ging Van Leest terug naar Neder- land. Met een gevoel alsof hij ‘zes weken met de duivel aan tafel had gezeten.’


Afscheidsbrief in Bosnië


Dutchbatter en hospik Johan de Jonge, 40 jaar en nu transportplanner in Garderen, was hos- pik in Bosnië toen hij op 8 juli 1995 tijdens een dienst bij de snelle reactiemacht QRF (Quick Reaction Force) het bevel kreeg om uit te ruk- ken. Hij moest vol gas richting observatiepost Foxtrot, die door Serviërs was overmeesterd. “Onderweg hoorde ik via de radio dat er een zwaargewonde was in de zich terugtrekkende YPR”, vertelt De Jonge. “Dan wil je als hospik handelen, maar dat kon niet, want we moesten naar voren om de boel waar te nemen. Later hoorde ik via de wereldontvanger dat de mili- tair inmiddels was overleden, het was Raviv van Renssen. We waren vreselijk ontdaan, maar ondertussen moesten we de route beveiligd


MEI 2014 17


Bosniëveteraan Johan de Jonge: “We dachten dat we er niet levend uit zouden komen en hebben afscheids- brieven zitten schrijven.” Foto: Birgit de Roij


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64