This page contains a Flash digital edition of a book.
houden en diende onze YPR ook als tussen- station voor het radioverkeer. ’s Nachts ston- den we fel verlicht bovenop een bergpost, als schietschijf. Van alle kanten werden we onder vuur genomen, weliswaar met klein kaliber, maar we waren voortdurend bang dat er groter kaliber gebruikt zou gaan worden waarmee de YPR wél doorboord werd.”


De volgende dag verplaatsten de mannen zich richting het vluchtelingenkamp Swedish Shel- ter. Onderweg kwamen hen stromen vluchte- lingen tegemoet die met handgebaren langs de keel waarschuwden dat de Cetniks eraan kwa-


in aantocht; dat bleek Mladic te zijn. Mladic ging ons allemaal langs om handen te schudden en ons te bedanken voor de medewerking. We wisten toen nog niet wie hij was. Vlak daarna kwam ook Karremans binnen en even later zagen we tussen de gordijnen door hoe ze ston- den te proosten. Beelden die de gehele wereld zouden overgaan. Het was allemaal gemanipu- leerde propaganda en intimidatie.” Karremans had de gijzelaars verteld dat alle Servische stellingen de volgende dag platge- bombardeerd zouden worden. Via de meege- smokkelde wereldontvanger konden zij vanuit hotel Fontana de luchtaanvallen volgen. “Maar na twee grote inslagen, waarbij tenminste één dode viel, kwam de tolk ons vertellen dat wij geëxecuteerd zouden worden als er nog meer aanvallen zouden volgen. Daarna hebben we met de neus tegen de ramen angstvallig gekeken naar ieder vliegtuig dat overkwam. We dachten dat we er niet levend uit zouden komen en hebben afscheidsbrieven zitten schrijven. Ik had de mijne in mijn borstzakje gestoken; pas in Nederland heb ik hem er weer uitgehaald.” Gelukkig voor de gegijzelde man- nen kwam er geen nieuwe luchtaanval.


Oppassen geblazen


Johan de Jonge in Srebrenica in 1995. Foto: privécollectie Johan de Jonge


men. In het vluchtelingenkamp belandden ze tussen twee vurende partijen, met achter zich de Moslims en vóór hen de Serviërs. Ze had- den via de boordradio al gehoord dat meerdere observatieposten door Serviërs waren aange- vallen. “Op een gegeven moment waren we helemaal omsingeld door de Serviërs. Een voor een moesten we uitstappen en alles afgeven, vuurwapens, scherfvesten. Ik ging er als laatste uit en in een vlaag van verstandsverbijstering verstopte ik snel een radio, een Glock en een paar handgranaten in mijn gewondentas.”


Gemanipuleerde propaganda De mannen werden door hun gijzelnemers


via een bivak in het bos naar een kazerne in Bratunac getransporteerd. Daar werden ze ondervraagd door de beruchte Servische com- mandant Nikolic. “Dat was heel intimiderend”, vertelt De Jonge. “Hij liet heel duidelijk weten dat hij de baas was.” Diezelfde avond nog wer- den ze overgebracht naar hotel Fontana, waar meer krijgsgevangen waren ondergebracht, en werden ze door de Servische televisie ‘geïnter- viewd’. Duidelijk werd dat vrijwel alle observa- tieposten in de zuidelijke helft van de enclave door de Serviërs waren opgerold. “Toen kwam er een tolk en moesten we allemaal gaan staan, want er was een belangrijk persoon


18 MEI 2014


Enkele dagen later werden De Jonge en zijn mannen overgebracht naar een schoolgebouw, waar ze toch maar ontsnappingsplannen maakten. Want ze hadden immers nog steeds de door De Jonge meegesmokkelde wapens. Maar toch zagen ze er uiteindelijk vanaf; ze wisten niet of er mijnen in het gebied lagen, bovendien zouden ze de snelstromende Drina moeten oversteken. En ’s nachts waren er de strijders van Arkan met hun valse herders- honden die hen bewaakten. De Jonge begreep meteen dat het oppassen geblazen was: “Die Arkanstrijders met hun door drugs doorlopen ogen liepen daar met bebloede messen rond en vertelden gruwelverhalen over wat ze allemaal in de enclave hadden uitgespookt.” Toen de gijzelaars later hoorden dat ze vrijge- laten werden, geloofde De Jonge het eerst niet. Een bus bracht hen naar Novi Sad en bij elke kazerne waar ze langskwamen, dacht De Jonge dat hij opnieuw opgepakt zou worden. “Maar toen we in Novi Sad bij een soort vakantiepark aankwamen, stond daar de hele wereldpers klaar en wisten we dat het voorbij was.” De ouders van De Jonge zagen thuis op tv de beelden van hun zoon die veilig uit een bus stapte. Ondertussen vroegen enkele Nederlan- ders in het vakantiepark in Novi Sad zich af wat er toch aan de hand was. “Ze zagen overal pers en wisten nergens van. Die waren gewoon op vakantie!” Nu, bijna twintig jaar later, bena- drukt De Jonge dat wanneer je zoiets extreems meemaakt, je niet in het negatieve moet blijven hangen: “Je moet je ervaring omzetten in iets positiefs en je richten op de toekomst.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64