This page contains a Flash digital edition of a book.
van onze collega’s ging dan op de wal liggen en schoot erop. Als-ie er één raakte, dan kwam-ie naar ons toe: ‘Luitenant, ik heb er weer één.’” Dat de Duitsers daar niet blij mee waren, bleek uit de regen van gra- naten die Wolters en zijn groep over zich heen kregen. Een granaat kwam pal naast de stelling in een modder- sloot terecht. De modder spatte hoog op en kwam in de stelling terecht. “Nou, die jongens waren niet echt schoon meer”, grinnikt Wolters, om er direct serieus aan toe te voegen dat de druk toen wel heel groot was geworden. De stelling van luitenant Storms was al gevallen en toen er even wat minder vuur was, konden ze naar achteren uitwijken. Daar troffen ze de stelling van de tweede sectie aan, die ook al was verlaten. Het was midden in de nacht, dus ze besloten in deze stelling te blijven. Daar bleek voedsel in overvloed te zijn, waar ze zich meteen aan tegoed deden, want ze hadden al een paar dagen niet fatsoenlijk gegeten. Toen Wolters vanuit deze nieuwe positie contact kreeg met de com- mandant, hoorden ze dat hun oor- spronkelijke stelling nog niet bezet was. Daarop besloten ze terug te gaan. Wolters ging met een kameraad vooruit om te zien of er inderdaad nog geen Duitsers waren. “Je had eigenlijk geen tijd om bang te wor- den, je moest voortdurend opletten en uitkijken”, zegt hij. De twee trof- fen inderdaad geen Duitsers aan en ze wenkten de rest van de groep om zich bij hen te voegen.


Tegenaanval


De strijd in de frontsector ging nu naar een hoogtepunt. De Neder- landse tegenaanval met vier bataljons werd ingezet om de doorgedrongen Duitsers op de Grebbeberg terug te werpen. Wolters legt uit dat die aan- val eerst links langs hun stelling zou gaan, maar dan zouden zij vanuit hun stelling belemmerd worden om te schieten. Daarom werd besloten rechts langs de stelling te gaan. De tegenaanval zou letterlijk en figuurlijk op een Duitse aanval bot- sen. Het gebeurde voor de ogen van Wolters: “Die kwamen toen ook in hevig vuur terecht. Een kapitein stond midden op de weg met een pistool in de hand nog ‘Vuren! Vuren!’ te roepen. Dat die man niet is geraakt, is nog een raadsel hoor. Hij


Groepsfoto verbindingsafdeling met Willem Wolters (voorste rij, tweede van links), januari 1940. Foto: privécollectie Willem Wolters


stond gewoon in de kogelregen.” Om hen heen was het een “enorm lawaai van granaten en mitrailleurs”, aldus Wolters. En de druk zou alleen nog naar toenemen. De ene na de andere eenheid moest wijken en toen de verbindingen weer uitgevallen waren, vond ook de luitenant van Wolters’ eenheid dat het tijd werd om terug te vallen. Ze kregen nog wel de opdracht om zich op de terugtocht tussen de bomen bij Amerongen in te graven, maar ook dat bevel werd herroepen. De troepen waren om met Wolters te spreken bekaf. Ze vervolg- den hun terugtocht naar Fort Hons- wijk in de Nieuwe Hollandse Water- linie, waar de capitulatie zou volgen.


Krijgsgevangen Wolters en zijn eenheid werden per


trein afgevoerd, eerst naar Haren. Vandaar werden ze korte tijd later naar een tentenkamp in de buurt van Berlijn gebracht, waar nog 5200 andere Nederlandse gevangenen zaten. “Schone kleren kregen we niet”, vertelt Wolters over de omstan- digheden in het tentenkamp, “en bij een grote plas hadden ze paaltjes met latten erover gezet en daar kon je op gaan zitten, dat was dan ons toilet.” Ook over het eten was Wolters niet te spreken: “We moesten zelf aard- appels schillen. Er stond zo’n grote pot op het vuur en als je er dan een paar geschild had, werden ze zo


in dat water gemieterd, met zand en al. En als-ie vol was, dan was-ie gaar. De laatste aardappelen die je er ingooide, waren nog rauw, maar je kreeg anders niks.” Wolters had, zo bleek later, wel zijn ouders kunnen waarschuwen, al was hij zich daar niet van bewust. Toen ze afgevoerd werden naar Berlijn, had hij iemand uit het toekijkende publiek een briefje mee kunnen geven, die het dan naar zijn ouders had gebracht. In het tentenkamp zaten de mannen maar “te niksen.” Steeds weer werd beloofd dat ze naar huis zouden gaan en steeds weer werd dat ingetrokken. Uiteindelijk zou Wolters op 11 juni 1940 terug- keren naar zijn ouderlijk huis in Enschede.


Meidagenveteraan Wolters zou de oorlog veilig doorkomen, al raakten hij en zijn familie bij allerlei verzets- activiteiten betrokken. Ook moest hij onderduiken om gedwongen tewerk- stelling in Duitsland te voorkomen. Na de oorlog is hij getrouwd en begon zijn lange, succesvolle carrière bij de politie.


Het interview met Willem Wolters is volledig te beluisteren via het Interview Project Nederlandse Veteranen (IPNV) op de website van het Veteraneninstituut (http://www.veteraneninstituut.nl/ projecten/interviewproject).


MEI 2014 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64