This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Honderd jaar D


e tijd vliegt. Ook voor de luchtmacht. Er liggen inmid- dels honderd jaren tussen 1913, toen de eerste vlieg-


tuigen als onderdeel van de landmacht het luchtruim kozen, en de mogelijk aanstaande testvlucht van de JSF. Het vliegtuig als transport-, aanvals- en/of verdedigingsmiddel is vanzelfsprekend geworden. Het beroep van piloot wordt door het opgroeiend kind hoog geno- teerd. Op de vraag: wat wil je worden, wordt piloot – naast brandweerman en dierendokter – als vanzelfsprekend genoemd. Het zich van de aarde verhef- fen is nog immer een fascinerende aan- gelegenheid voor de vleugelloze mens. De vliegmachine werd bij haar komst algemeen gekoesterd en bewonderd. Ooit was zelfs het luchtgevecht niet van romantiek ontbloot. Ook in het neu- trale Nederland werd tijdens de Eerste Wereldoorlog met ontzag gesproken over de Rode Baron, de Duitse piloot Manfred von Richthofen, die de vernie- tiging van tachtig vijandelijke toestel-


Is de door sommigen zo bewierookte JSF straks niet in relatief korte tijd een verouderd toestel?


len op zijn naam had staan alvorens zelf aan de beurt te komen. Op mijn jongenskamer, eind jaren dertig, prijkte een foto van de ‘jachtkruizer’ Fokker G1, waarmee we in mijn verbeelding iedere vijand de baas waren. Aan de inzet van de Nederlandse militaire vlie- gers moest na de meidagen van 1940, gezien hun enorme prestaties, de Neder- landse luchtverdediging nog worden toegevoegd. Mijn generatie werd later indringend met het luchtwapen gecon- fronteerd: de aanvalsbombardementen van de Duitsers en de vele (vergissings-) bombardementen van de geallieerden stonden daar borg voor. Zelf mocht ik tijdens de Slag om Arnhem de piloten in de cockpit van hun Mosquito’s zien zitten toen ze laagvliegend op weg waren naar de Arnhemse kazernes. Ove- rigens waren die Slag om Arnhem en de massale landingen van parachutisten en zweefvliegtuigen, ondanks de treu- rige afloop, voor mij een bewijs van de macht van het geallieerde luchtwapen. Met het einde van de Tweede Wereld- oorlog en uiteindelijk ook de Koude Oorlog werd de vraag naar een effectief en omvangrijk luchtwapen niet meer automatisch met een ‘ja’ beantwoord. De genuanceerde vragen luidden: welke taken zijn er te vervullen en welke wapensystemen passen daarbij? Of hoeveel geld is te besteden en wat kunnen we daarvoor nog aanschaffen? Gaat het om het beste allround toestel of één die het meest past bij de door


ons geformuleerde taken? In hoeverre moeten politieke belangen, zoals de relatie met een grote bondgenoot, een rol spelen dan wel de voordelen voor de eigen economie? Zijn we niet op weg, als we de volgende honderd jaar in de beschouwing betrekken, naar een tijdstip waarop gekozen zal moeten wor- den uit de vier krijgsmachtdelen? Kan een klein land, dat op allerlei punten allang niet meer zelfstandig is, zich nog een volledige krijgsmacht permitteren? Zal uiteindelijk niet, als gevolg van een onvermijdelijke hechtere integratie, op lange termijn een werkelijke vergaande taakspecialisatie in de Europese Unie en NAVO plaatshebben? Natuurlijk ziet het er nu niet naar uit. Maar in 1913 hebben we ook niet het beeld van de JSF voor ogen gehad en is bij dat alles niet de immer voortschrijdende techniek bepa- lend voor wat we kunnen en moeten? Is de door sommigen zo bewierookte JSF straks niet in relatief korte tijd een ver- ouderd toestel?


Indertijd leerden wij op de zondags- school het lied van Jacqueline van der Waals: ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand.’ Zeker een geruststellende gedachte voor het chris- tenkind in midden vorige eeuw. Maar de luchtmacht zal er goed aan doen zich te realiseren dat het de vraag is of men de technische en politieke ontwikkelingen zal kunnen bijhouden, ontwikkelingen die bepalend zijn voor het to be or not to be van een eigen luchtwapen. Een ant- woord op die vraag kan misschien over honderd jaar gegeven worden door de gedecoreerde dronepiloten die dan op veteranendag als laatste vertegenwoordi- gers van een luchtmacht het defilé mogen openen.


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


NOVEMBER 2013


15


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64