This page contains a Flash digital edition of a book.
capaciteit (tanken tijdens de vlucht) van beide KDC-10’s. Onder meer tijdens de Kosovo-crisis en later tijdens de ISAF-missie in Afghanistan bewezen deze multi- functionele tankervliegtuigen hun waarde.


Helikopter


De helikopteroperaties kregen allengs een groter aandeel in het internationale optreden van de luchtmacht. In de jaren na 1989 gebeurde dat aanvankelijk nog met de Alouette III en de Bölkow, onder meer in Irak, Cambodja en op de Balkan. Later namen de nieuwe transport- en gevechts- helikopters het stokje over. Een Chinook-detachement leverde in 1999 humanitaire hulp aan Koso-


Op 28 augustus 1939 kondigde Nederland de algemene mobilisatie af. Op Vliegkamp Soesterberg staan achttien gloednieuwe Douglas 8A-3N’s in het gelid. Door de dreigende oorlogssituatie waren deze tweepersoons eenmotorige gevechtsvliegtuigen in allerijl in de Verenigde Staten aange- kocht. In de meidagen van 1940 bleken ze een gemakkelijke prooi voor de Luftwaffe.


die zij soms ternauwernood wisten te ontwijken. Na jarenlange operationele activiteit boven de Balkan vertrokken de F-16’s in augustus 2002 richting Afghani- stan om daar tot op de dag van vandaag diverse taken te vervullen. Naast air policing, het leveren van gewapende luchtsteun (vaak tegen bewegelijke tactische doelen) en konvooibegeleiding, voerden de F-16’s ook verken- ningsmissies uit. Tevens leverden zij een bijdrage aan de bescherming van de politietrainingsmissie in Kunduz en speurden dagelijks met RecceLite-fotoverkenningsap- paratuur naar geïmproviseerde explosieven. Tientallen opeenvolgende F-16-detachementen zijn al ruim elf jaar onafgebroken in Afghanistan actief en klokten daar tien- duizenden vlieguren. In het kader van de NAVO-missie operatie Unified Pro- tector leverden Nederlandse F-16’s in 2011 vanaf Sardi- nië een bijdrage aan de handhaving van de no-fly zone boven Libië. Deze luchtoperaties dienden tevens om toe- zicht te houden op het wapenembargo van de VN en om de Libische bevolking te beschermen.


Naast vele humanitaire missies namen de transportvlieg- tuigen na de Koude Oorlog deel aan vrijwel alle vredes- operaties van de Nederlandse krijgsmacht. Een Fokker F-27-detachement verbleef in 1992 bijna een halfjaar in Zuidoost-Azië om vanuit Thailand transportvluchten uit te voeren voor de VN-missie in Cambodja. Ook werden de F-27’s ingezet voor (medische) evacuaties op de Bal- kan. Vanaf 1994 kwamen dergelijke missies vooral voor rekening van de Hercules C-130’s en de KDC-10’s. Met deze nieuwe transportvliegtuigen was de luchtmacht beter in staat om tactisch en strategisch luchttransport te verzorgen en zo Nederlandse militaire missies en oefeningen ver van huis te ondersteunen. Een andere belangrijke vooruitgang was de air-to-air refuelling-


14 NOVEMBER 2013


vaarse vluchtelingen in Macedonë en Albanië, terwijl een ander Chinook-detachement voor de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE) in 2000-2001 actief was in de Hoorn van Afrika. Tussen 2001 en 2004 wisselden detachementen Cougars en Chinooks elkaar af in Bosnië-Herzegovina. Datzelfde gebeurde tussen 2003 en 2005 in Zuid-Irak voor de Stabilisation Force Iraq (SFIR). In Afghanistan werd tussen 2005 en 2010 dit ‘stuivertje wisselen’ van Cougars en Chinooks voortgezet. Evenals de inzet van transporthelikopters oogstte de inzet van Nederlandse gevechtshelikopters veel waardering bij zowel de eigen grondstrijdkrachten als die van de bond- genoten. Apaches van de luchtmacht werden achtereen- volgens uitgezonden naar Bosnië (1998-1999), Djibouti (2001), Irak (2004-2005) en Afghanistan (2004-2005 en 2006-2010). Op 1 juni 2006 vond in Uruzgan de eerste wapeninzet van een Nederlandse Apache plaats. Sinds- dien zetten de Nederlandse gevechtshelikopters geregeld hun wapensystemen in ter ondersteuning van het gevecht op de grond. De Apaches slaagden er meer dan eens in grondtroepen te ontzetten die onder vuur lagen.


Op naar de volgende honderd


Nederland beschikt sinds 1 juli 2013 een volle eeuw over een eigen luchtwapen. Van een bescheiden hulpwapen voor de landstrijdkrachten ontwikkelde de luchtmacht zich tot een zelfstandig krijgsmachtdeel naast de land- macht en de marine. Vanaf 1940 was een intensieve inter- nationale samenwerking met bondgenoten de norm. Tij- dens de Koude Oorlog werden de luchtstrijdkrachten een geïntegreerd onderdeel van de NAVO-defensie. Na de val van de Muur werd de luchtmacht gestroomlijnd tot een kleinere, flexibele expeditionaire luchtmacht, die een mondiaal werkterrein kent en – altijd in internationaal verband – een bijdrage levert aan humanitaire hulpverle- ning en vredesoperaties in elk geweldsspectrum.


Rolf de Winter is senior wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en heeft zich gespecialiseerd in de geschiedenis van de KLu. Onlangs verscheen van zijn hand Een eeuw militaire luchtvaart in Nederland 1913-2013.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64