This page contains a Flash digital edition of a book.
To the Point


In To the Point kunt u kort en bondig uw mening kwijt. De redactie behoudt zich het recht voor brieven te redigeren en in te korten. Helaas kunnen slechts enkele van de vele brieven die dagelijks binnen- komen worden geplaatst. Brieven kunt u sturen naar: Checkpoint, brievenrubriek To the Point, Postbus 1091, 6501 BB Nijmegen of tothepoint@veteranen.nl (o.v.v. uw huisadres).


De eer en de ellende In Checkpoint 5-2013 stond een recen-


sie van het boek van de heer Pierre Heijboer De eer en de ellende over de gebeurtenissen rondom de soevereini- teitsoverdracht van Nieuw-Guinea in 1962. Ik heb het boek gelezen en ben onder de indruk van de zorgvuldig- heid waarmee de schrijver geprobeerd heeft om een totaalbeeld te schetsen. Ik ben zelf in mei 1962 als vrijwilliger en dienstplichtig soldaat naar Nieuw-Gui- nea gegaan en in november 1962 terug- gevaren, beide keren met ss Waterman. We gingen heen door het Panama- kanaal en terug door het Suezkanaal. En zo kon ik op kosten van de staat een mooie wereldreis maken, de voor- en nadelen van een legerorganisatie leren kennen en kennismaken met de tropen. Ik was gelegerd in Hollandia gedurende de maanden van de onder- handelingen over het plan Bunker en heb nooit deel hoeven nemen aan oor- logshandelingen als je het ‘bewaken’ van een gewonde Indonesiër liggend in een ziekenhuisbed met zijn been hangend aan katrollen daartoe niet rekent. Ik voel me dan ook geen ‘echte’ veteraan. Als je het boek leest en op je in laat werken, dan kun je niet anders dan concluderen dat dit een voorbeeld is van een oorlog die ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ stond. Het door Nederland aangevoerde argument voor het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s was een gelegenheidsargu- ment en gezien de totale verwaarlozing van het gebied in de eeuwenlange koloniale periode daaraan vooraf, ook volstrekt ongeloofwaardig. Toch wer- den wij op basis van deze argumenten op reis gestuurd; in mijn geval dus vrijwillig en vooral voor het avontuur, maar de meesten gewoon als dienst- plichtigen. Er zijn aan Nederlandse kant 18 militairen gesneuveld en er is door een aantal militairen in dat zeer zware terrein veelvuldig gevochten. Indonesië had vlak voordat uiteinde-


40 OKTOBER 2013


lijk werd getekend een indrukwek- kende troepenmacht opgebouwd die met Russische hulp ons makkelijk onder de voet had kunnen lopen door hun grote overmacht. Het is eigenlijk wonderlijk dat aan zulke politieke beoordelingsfouten zo weinig aandacht wordt besteed in de politiek zelf en dat dat wordt overgelaten aan historici. Datzelfde gevoel bekruipt me als je nadenkt over die andere, veel omvang- rijkere en verschrikkelijkere koloniale oorlog, ook aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ die door de politiek, maar ook door sommige veteranenor- ganisaties nog steeds, meer dan vijftig jaar na dato, zo emotioneel wordt benaderd dat een rationele analyse welhaast niet mogelijk is. Elke oorlog is iets verschrikkelijks en haalt soms het slechtste uit elk mens boven en leidt tot vaak grote trauma’s achteraf voor degenen die het na kunnen vertel- len. Soms moet er echter toch worden gevochten en het is aan de politiek om daarover een verantwoorde afweging te maken. Doordat nu de diverse vete-


ganisaties voor en wat mij betreft, maar dat is persoonlijk, misschien wat min- der voor paraderen en defileren!


Henk Vaessen, Castricum Militair hospitaal


Eerst nu kom ik ertoe te reageren op een artikel in Checkpoint 3-2013. Met veel belangstelling las ik het verhaal van Jos Landwaard-Schut met betrekking tot haar verblijf in het militair hospitaal in Nieuw-Guinea. Wat is namelijk het geval? Bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 werd besloten dat Nieuw- Guinea niet zou behoren tot Indonesië. Er werd een bataljon militairen naar het noorden van dit grote eiland gestuurd. Die moesten natuurlijk ook geneeskun- dig worden verzorgd en daar werd mijn peloton van de 41e Hulpverbandplaats- afdeling, toen gelegerd in Tasikmalaja op Java, voor aangewezen. Dat hebben we geweten. Na een achtdaagse zeereis met slechte voeding kwamen we in de Humboldbaai. Omdat er al een andere


ranenorganisaties over een gemeen- schappelijk platform beschikken en daardoor als doelgroep goed bereik- baar zijn, lijkt me dit een kans om de gevolgen van actieve participatie in een oorlogssituatie eens goed in kaart te brengen. Door dit wetenschappelijk te onderzoeken en dan niet alleen te kijken naar de militaire aspecten, maar ook naar de menselijke en sociale kant. Die zo verkregen kennis kan dan ook, en veel meer dan nu het geval is, een rol spelen bij de politieke afweging om al dan niet een leger op pad te sturen. Dus gebruik daar ook de veteranenor-


boot lag, konden we niet meren aan de steiger. Daarom in de reddingsboten en zo bijna aan land. Het laatste stuk over boord en naar de kant waden. Daar stond onze commandant ons op te wachten met een (gestolen) drietonner om ons naar Ifar te vervoeren. Hij had gelukkig brood bij zich. Onderweg heb- ben we bij een huis om drinken gebe- deld. Voor zo’n dertig man was alleen water beschikbaar, maar we waren allang blij. Het hospitaal dat wij moes- ten bemannen, was van de Amerikanen geweest. Het was gedeeltelijk uitgebro- ken, gedeeltelijk uitgebrand. Er was


Foto: privécollectie Jos Landwaard-Schut


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64