This page contains a Flash digital edition of a book.
Foto links: Jan Lescrauwaet met Kees, zijn aapje in Kediri en foto rechts: Trix, het hondje dat Jan Lescrauwaet in Kediri gezelschap hield. Foto's: privécollectie Jan Lescrauwaet


aapje. Wat dacht je dan? Het was een heel klein beestje. Ik ging dan ook saté voor hem halen. Veertig stokjes voor één roepia! Die peuzelden we samen op. Kees hield ech- ter meer van fruit.”


Het gezelschap breidde zich uit toen Lescrauwaet bij de school in Kediri de wacht had en wat hij noemt een ‘schurfthondje’ op hem afkwam. “Mijn twee uur wacht zat erop. Ik aaide het hondje. Het liep met me mee en ging onder mijn tempatje, mijn bed liggen. Ik gaf dat hondje daarna wat te eten en noemde het Trix. Het was een vrouwtje. Kees vond het blijkbaar goed. Maandenlang zijn ze bij mij gebleven. Ze konden het goed met elkaar vinden. Ik nam Trix ook mee als we uitrukten voor een actie. Op een dag na zo’n actie was Trix echter nergens te vinden. Roepen hielp niet. De jongens durfden het mij eerst niet te vertellen. Het hondje was doodgereden. Zo ben ik Trix kwijtgeraakt. Dat was erg hoor! Ik heb daar heel lang last van gehad. Ik heb nog fotootjes waarop ik apart sta met Trix en Kees. Er kwam nog bij dat verlies dat ik Kees niet kon meenemen toen we naar een suiker- fabriek in Porong werden overgeplaatst. Er stonden daar geen bomen. Ik mocht hem trouwens later ook niet mee- nemen naar Holland. Kees heeft zijn weg wel gevonden, denk ik.”


Onrustig gebied 42 RVA was gevormd uit in Ede in 1948 opgekomen


dienstplichtigen. Het bestond uit een staf en drie afdelin- gen artillerie. Bij aankomst met de Waterman in Soera- baja in mei 1949 kreeg echter alleen 1-42 RVA, waarvan Lescrauwaet deel uitmaakte, een artillerietaak in het nog steeds onrustige gebied rond Madioen op Oost-Java. De TNI vocht er niet alleen tegen het Nederlandse leger, maar ook tegen de in opstand tegen de republiek van Soe- karno gekomen communisten van Moeso en Tan Malaka. Daarbij zijn naar schatting tienduizend Indonesiërs omge- komen.


De manschappen van de 2e en 3e afdeling van 42 RVA kregen een infanterietraining en werden ingedeeld bij andere onderdelen op Oost-Java. “Als zij in de bergen met tegenstand te maken kregen, moesten wij hen met onze vier 25 ponders ondersteunen. We schoten dan schuins op een door een luitenant aangegeven coördi- naat in de bergen. Daarnaast hebben we ook behoorlijke gevechten met de TNI en andere vijanden moeten leve-


ren. Behalve in het gebied van Kediri zijn we ingezet in Madioen en Blitar, de geboorteplaats van Soekarno. Vooral in de omgeving van Blitar was het niet pluis. Tij- dens zo’n actie is onze dominee Van Breugel omgekomen. Hij heeft nog even geleefd. Hij zou met zes vrijwilligers met een bren-carrier een half uurtje naar ons toe komen. Ze zijn op een trekbom gelopen.”


Zwieptrein


Het ergste vond Lescrauwaet het vooruit rijden voor een personentrein met een ‘zwieptrein’ om het opblazen van die trein met een trekbom te voorkomen. Er reed een stoptrein met steeds wel duizend mensen in de coupés, op het dak en hangend aan de buitenkant, tussen Kediri en Kerposono, een afstand van ongeveer 25 kilometer. “Het was die dag mistig. Bij het naderen van een op trekbommen te controleren bruggetje hoorde ik ineens een harde klap. Ik zag verderop een vijftal politieagenten die naar ons zwaaiden. We stopten en ik ging ernaartoe. Wat denk je? Tussen de bielzen van de spoorrails zat een trekbom. Ik had er geen verstand van en kneep hem als een ouwe dief. Toen heb ik in gebroken Maleis die politieagenten gevraagd om een militaire colonne aan te houden. Daar stond ik met mijn maatje in de brandende zon. Gelukkig kwam er een 1e luitenant aan. Hij bleek een expert op het gebied van trekbommen te zijn. Hij heeft de ontsteking uit die bom gehaald. We konden toen weer doorrijden.”


Elk jaar gaat Lescrauwaet nog naar de herdenking in Roermond om stil te staan bij de dood van dominee Van Breugel. Hij ontmoet daar bijna nooit meer een sobat van 1-42 RVA. “Driekwart van onze groep is intussen overle- den. Ik heb al hun namen. Er worden ook geen reünies van 1-42 RVA meer gehouden, want de veteraan die deze bijeenkomsten organiseerde, is ook overleden. Van 1-42 RVA is trouwens niemand gesneuveld tijdens de 27 maanden die we in Indonesië hebben doorgebracht.” Vlak voor de thuisreis op 17 september 1950 met het troe- penschip General S.D. Sturgis werden ze aangeklampt door agenten die een snelle emigratie naar Australië, Nieuw-Zeeland of Canada konden regelen. “Nederland zucht onder een economische crisis en kampt met een grote werkeloosheid, kregen we te horen. Maar ik kon terugkomen in mijn oude baan op de sigarettenfabriek BAT in Amsterdam.”


OKTOBER 2013 19


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64