This page contains a Flash digital edition of a book.
pen om de eventueel achtergebleven mest onmiddellijk op te ruimen. Andere defilédeelnemers zouden er anders maar over uitglijden wat tot de nodige hilariteit had kunnen lei- den. Uiteindelijk heeft een ‘poepzak’, die werkte als een soort paarden- luier, deze inzet voorkomen. In dit voorbeeld worden de wat mindere eigenschappen van dieren op de koop toe genomen. Maar de natuurlijke eigenschappen van het dier die wel gewaardeerd worden, zijn niet zelden de reden dat ze als symbool van eenheden worden inge- zet. Soms gaat dit heel ‘natuurlijk’. In een eerder themanummer over dieren in dienst (Checkpoint 8-2006) stond al een artikel over de beer Voytek van een artillerie-eenheid van de vrije Poolse troepen. Voytek werd niet alleen als mascotte mee- gevoerd, maar was ook behulpzaam bij het laden van de granaten op de vrachtwagens. Hier slaagde een dier erin om twee duidelijk verschillende rollen, lastdier en mascotte, te ver- enigen.


Kees de Bok Waarom Kees de Bok de mascotte


werd van de stoottroepen is ook goed te verklaren. In het najaar van 1944 liep een eenheid van de stoottroe- pen patrouille langs de Maas bij het plaatsje Cuijk. Regelmatig kwamen er Duitse verkenners de Maas over en er moest ook toen rekening worden gehouden met een infiltratiepoging. De patrouille hoorde plots geluid uit het struikgewas en met alle spanning en adrenaline die bij zo’n moment horen, namen de soldaten hun posi- ties in en brachten hun wapens in de aanslag. Het mekkerende geluid dat vervolgens uit de boomgaard klonk, maakte hen duidelijk dat ze met een bok te maken hadden. De bok werd gevangengenomen en in triomf mee- gevoerd naar hun basis.


Sindsdien zijn Kees de Bok en het Regiment Stoottroepen onafscheide- lijk. Voorzien van 21 injecties tegen tropische ziekten ging hij mee met de troep naar Indië, liep en loopt hij voorop bij parades en is hij ook nog op uitzending naar Bosnië geweest. Dat zijn natuurlijk ‘nazaten’ van de oorspronkelijke Kees de Bok geweest, want in mei 2009 verscheen er alweer een oproep dat Kees de Bok VII met pensioen moest en dat er naar een opvolger gezocht werd.


Nils Olav


Een andere treffen van een eenheid met een dier, dat leidde tot zijn onsterfe- lijkheid als mascotte, was de ontmoeting van de Noorse Koninklijke Garde met een pinguïn in de dierentuin van Edinburgh tijdens de taptoe aldaar. Ze adapteerden een van de pinguïns en noemden hem Nils Olav. Nils naar hun com- mandant Nils Egelien en Olav naar hun koning. Ook deze pinguïn heeft ondertussen een aantal opvolgers, want hij stierf in 1987 nadat hij van korporaal tot sergeant bevorderd was. Zijn opvolger Nils Olav II heeft het ondertussen tot de rang van kolonel geschopt bij de Noorse Koninklijke Garde. Het lijkt allemaal heel vreemd dat Noren zo’n belang- stelling hebben voor een, ook nog geridderde, pinguïn in Edinburgh, ware het niet dat de Noorse held en ontdekkingsreiziger Roald Amund- sen, de eerste mens die de Zuidpool betrad, de eerste pinguïn schonk aan deze dierentuin, die er nu een hele kolonie op nahoudt.


Ook het gebruik om dieren een rang te geven, is geen zeldzaamheid. Zo heeft de buldog Chesty, genoemd naar de meest gedecoreerde mari- nier aller tijden en mascotte van de Amerikaanse mariniers, de rang van sergeant-majoor. De bataljons- geit William Windsor van de Royal Welsh kan ook promotie maken en er moet dan zelfs gesalueerd worden door minderen in rang. De geit heeft, naast zijn volledige lidmaatschap van de korporaalsmess, recht op zijn wekelijkse rantsoen Guinness bier.


Woody Woodpecker


Dit zijn allemaal levende dieren. Als symbool worden ook figuratief die- ren in de wapenschilden en vlaggen van militaire eenheden verwerkt. De Feniks, een uit de Griekse mytholo- gie stammende veelkleurige vogel, wordt gebruikt in het embleem van het Operationeel Ondersteunings- commando Land (OOCL). Het aan- passingsvermogen van deze vogel staat symbool voor de veelheid aan verschillende taken waar deze een- heid in haar geschiedenis mee te maken kreeg.


13 Gemechaniseerde Brigade heeft in zijn embleem een neushoorn. Het


Het embleem van de zogeheten ganzen- compagnie. Bron: Facebook-pagina A cie 42 BLJ GOOSE


dier heeft een vredelievende aard maar bij bedreiging is hij snel wend- baar met een goede bepantsering om van zich af te kunnen slaan. Zo heeft 43 Gemechaniseerde Brigade een bizon in zijn embleem. Opnieuw snelheid, stootkracht, maar in wezen een vreedzaam dier. Tot slot in dit rijtje heeft 11 Luchtmobiele Brigade de valk in het embleem. Men koos voor dit dier omdat het net als de brigade in staat is een doel zorgvul- dig uit te kiezen om het vervolgens met een bliksemactie vanuit de lucht uit te schakelen.


Lagere eenheden kennen dit soort symboliek ook, maar zijn dan vaak veel minder serieus. Het opvallendst lijkt de Alpha compagnie te zijn van 42 bataljon Limburgse Jagers, de zogenoemde ganzencompagnie. Het oorspronkelijk embleem, een figura- tieve A, werd te statisch bevonden, vooral in vergelijking met de andere compagnieën die een buldog en Woody Woodpecker als symbool hadden. Gekozen werd voor ganzen, die immers bekendstaan als ‘razend- snel en vliegensvlug’. De inspiratie van het uiteindelijke ontwerp kwam voort uit het satirische blad MAD, dat een nepreclame had gemaakt voor ‘Fly United Airlines’. Het resul- teerde in een afbeelding van twee in volle vlucht ‘copulerende’ ganzen. De afbeelding komt nu ook voor op stickers en het is tot een onderlinge fotowedstrijd gekomen om deze stic- kers op de meest onmogelijke plek- ken ter wereld op te plakken. Het verhaal gaat dat de winnaar een foto had van de sticker met dit vrolijke ganzenstel, opgeplakt op de billen van een ‘oosterse schone.’


OKTOBER 2013 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64