This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Dieren D


e Eerste Wereldoorlog was nog nadrukkelijk ook de oorlog van het dier. Niet dat de oorlog als gevolg


van dierlijke activiteiten begonnen en gevoerd werd. Alhoewel, als we de mens als zoogdier kwalificeren, wat hij ook is, dan is oorlog een dierlijke aan- gelegenheid. Maar als we ons beperken tot de ‘lagere’ beesten, die door ons gedwongen aan oorlogen deelnamen, dan hebben we het met name over hon- den, duiven en paarden. Waar kamelen, vleermuizen, ratten alsmede olifanten nog aan kunnen worden toegevoegd. Maar we hebben ze wel steeds minder nodig: de radio verdreef de postduif en de hond als koerier terwijl de die- sel- en benzinemotor het paard naar het geschiedenisboek verwezen. En zelfs voor onszelf als hoogste beest geldt dat we doende zijn de oorlog – of wat daar nog van over is – te dehumaniseren. In die zin dat we er zelf hooguit op veilige afstand nog getuige van zullen zijn. De drones hebben immers de toekomst: grote automatische, straks zelfdenkende, postduiven, die hun vrachtje eigenstan-


dig thuis bezorgen. Een digibeet kind kan de was doen: een voltreffer in de toekomst is altijd een fluitje van een (euro)cent.


Als we de mens als zoogdier kwalificeren, dan is oorlog een dierlijke aangelegenheid


Ooit als dienstplichtig soldaat en lid van een ondersteuningspeloton moest ik tijdens een oefenmars de grondplaat van een mortier dragen. Ik herinner mij hem snel doorgegeven te hebben aan de achter mij lopende kameraad, die verzuchtte: ‘Ik ben geen muilezel.’ Dat waren overigens wel de beesten die, ook nog in de Tweede Wereldoorlog, zware vrachten torsten. Iets wat zij met kamelen met name in de Eerste Wereld- oorlog gemeen hadden. In de Russisch- Turkse oorlog beschikten de Russen over 12.000 kerngezonde kamelen, welk aantal – mede als gevolg van onkunde inzake de verzorging – uiteindelijk tot één exemplaar werd teruggebracht. De Britten verloren indertijd in Afghanistan 30.000 kamelen. Over de aantallen paar- den als oorlogsslachtoffer zullen we het maar niet hebben. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bestond het trans- port van het Duitse leger nog voorname- lijk uit paarden. Van nog vroeger herin- ner ik mij de Gele Rijders in Arnhem, het korps rijdende artillerie, dat met veel vertoon via de Zijpendaalseweg naar de Kempenbergerheide draafde. Het is helaas voorbij, zelfs de tank als opvolger van paard en geschut is in de uitverkoop gedaan.


In de ‘goeie’ oude tijd, toen in beide wereldoorlogen zo’n 250.000 actieve


OKTOBER 2013 25


postduiven van geallieerde zijde hun plicht deden, konden de dieren op grote waardering rekenen. Sommige hunner werden zelfs al dan niet koninklijk onderscheiden voor betoonde moed. Zo werd de Amerikaanse postduif G.I. Joe in 1946 van de VS naar Engeland gebracht om in het bijzijn van hoge offi- cieren een medaille uitgereikt te krijgen. Met een van zijn berichten had het dier een bombardement op honderd gealli- eerde soldaten kunnen voorkomen. Leeuwen en adelaars figureren op de emblemen van staten, vorstenhuizen, divisies en families. En had vroeger niet ieder bataljon zijn eigen mascotte? Met name een bok had het voorrecht mascotte te zijn en voorop te lopen bij de toen nog door de publieke opinie gewaardeerde parades. Waarom een bok? De bok is een manlijk dier en draagt ook nog een sik. Gold indertijd ook niet dat de soldaat een snor of baard mocht dragen als zulks het krijgshaftig uiterlijk van de man ten goede kwam? Zouden we niet een toekomstige vijand kunnen verrassen door aan het dier zijn plaats in het militair gebeuren terug te geven? Kunnen we niet in het geheim een bataljon olifanten trainen dat op iedere tegenstander een verpletterde indruk zal maken? Of zouden de bees- ten in paniek de verkeerde kant oplo- pen? Dat laatste, leert de geschiedenis, is niet uitgesloten. Soms wordt de vij- and gediend met onze tegenmaatrege- len. Men kan dat bij Al Qaida navragen, dat bijzonder in zijn schik is met de angst die grootschalige antiterreurmaat- regelen tot gevolg hebben.


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64