This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige


the world’ J


os Schut kwam uit een christe- lijk Indo-Europees gezin, werd Nederlands opgevoed en leerde liedjes zingen als Kun je zingen, zing dan mee. Haar vader was feodaal landeigenaar en verbouwde rijst. De christenen waren een minder- heid op het eiland Java waar de islam de dominante godsdienst was. “Toen leefden de verschillende geloofsge- meenschappen nog vreedzaam en in harmonie met elkaar samen, dat is nu wel anders”, zegt Landwaard-Schut. In haar jeugdjaren zat zij in Soerabaja op school bij de zusters Ursulinen totdat in 1942 de Japanners kwamen en het internaat gesloten werd. “Ik en mijn zusjes werden in die tijd van de Japanse bezetting meestal de sawa’s ingestuurd, uit het zicht van de jappen, om te voor- komen dat we als troostmeisjes werden ingezet.”


Op 12-jarige leeftijd had Landwaard- Schut ziek op bed gelegen met tyfus. De verpleegster die haar verzorgde, was voor haar de grote inspiratiebron om later ook de verpleging in te gaan. Dus toen ze eenmaal 17 jaar was, ging zij in de leer, samen met twee van haar zusters, in een burgerhospitaal in Tan- goel waar Indonesische burgers werden behandeld en verpleegd. Er werden ook Indonesiërs binnengebracht met vreselijke schotwonden van dumdum- kogels. “Waren dat rebellen? We wisten het niet. We hadden in ieder geval niet voldoende medicijnen, we konden niet veel doen en wisten dat ze dood gingen.” Het hospitaal was een klein ziekenhuisje en voor Landwaard-Schut bestond het leven uit hard werken, eten, drinken en slapen. Ze heeft er een jaar gewerkt. “Dichtbij het hospitaal woonde ik met mijn zussen in een huisje met daarnaast ook een telefoonkantoor met een torentje erop dat als Nederlandse post was ingericht. Daar zaten de Nederlandse mariniers die ons bevrijd hebben. We kwamen er veel over de vloer. Maar met de mariniers kwamen ook de ploppers, dus er waren wel wat schermutselingen. Problemen mee? Nee, hoor”, zegt ze lachend, “rebellen moet je vernietigen, toch?”


In de linnenkamer van het hospitaal in Nieuw-Guinea met linksachter Jos Landwaard-Schut. Foto: privécollectie Jos Landwaard-Schut


Beschoten


Omdat een zus van de verpleegster in Djember woonde en alle zussen liefst bij elkaar woonden, vertrok zij naar Djem- ber waar ze in de polikliniek van een veldhospitaal ging werken. “De poli- kliniek was voornamelijk voor burgers, het hospitaal voor de mariniers.” Hoe- wel ze dus meest burgers verpleegde, zag ze ondertussen wel de militairen die vanwege opgelopen geslachtsziekten in het hospitaal werden opgenomen. “Ik herkende ze meteen, want van de medicijnen kregen ze koorts en gingen ze er raar uitzien”, vertelt zij ondeugend lachend.


Op een gegeven moment, in 1947, werd dit hospitaal opgeheven en ging de jonge verpleegster werken in de kraam- kliniek van het KNIL, voor de vrouwen van de KNIL-soldaten welteverstaan. Ondertussen merkte zij niets van de politionele acties of andere strijd die zich op het eiland afspeelde. Maar op een dag moest ze bloed van een paar baby’s voor onderzoek naar het lab van het Marinehospitaal in Soerabaja bren- gen. Ze ging met de trein en besloot haar eersteklaskaartje niet te gebruiken,


maar ‘gezellig’ achterin de trein bij de militaire bewakers te gaan zitten. Plotse- ling ging er een schok door de trein, ze waren op een landmijn gereden. “Met- een daarop werden we vanaf een brug beschoten. Ik lag plat op de vloer en de kogels vlogen me om de oren. Er werd heen en weer geschoten en ik kreeg ook enkele metaalscherven in mijn rug. Het was niet ernstig, in Soerabaja hebben ze die scherven verwijderd. En het bloed van de baby’s heb ik nog netjes bij het lab van het Marinehospitaal kunnen afgeven.”


Nieuw-Guinea Toen ook de kliniek van het KNIL


werd gesloten, vertrok Landwaard- Schut naar datzelfde Marinehospitaal in Soerabaja om daar voor de militaire geneeskundige dienst te gaan werken. Hier liepen ook zusters van het Rode Kruis en MILVA’s, leden van de Militaire Vrouwen Afdeling, rond. Maar in 1950, na de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949, werd het voor ‘Indo’s’ als Landwaard-Schut vrijwel onmoge- lijk om in Indonesië te blijven. Het was onzeker hoe de Indische Nederlanders


APRIL 2013 45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64