This page contains a Flash digital edition of a book.
maar dat hebben wij niet meegemaakt. Wat ik heel indrukwekkend vond, was het bezoek aan het Asmat-gebied. Vanuit de Flamingobaai zijn we met de Kortenaer helemaal de rivier opge- varen naar dat gebied, waar we kennismaakten met de Asmat. Dat heeft me wel aangegrepen en het houdt me nu nog bezig. Ik heb er ook eens een lezing over gehouden.” Na tien maan- den werd Engelbertink nog voor zeven maan- den aan wal geplaatst, als onderofficier van de wacht op vliegkamp Biak.


Karaktervorming Toen hij na anderhalf jaar terug in Nederland


kwam, zou hij voor zes jaar moeten bijtekenen. Dat wilde hij niet. “Op uitzending is er die enorme saamhorigheid, die vind je nergens anders. Dan kom je terug en dan is er niks. Ik ging de dienst uit, maar had nog geen idee wat ik wilde doen. Je bent ook nog helemaal niet bezig met je toekomst, je had daar geen planning voor en geen beeld bij. Ik ging weg bij de marine, maar had nog niks anders.” Zijn vader zag een advertentie voor de politie. “Daar had ik nooit over nagedacht. Aan boord leerde iemand voor politieagent. Toen leek het me maar saaie stof. Ik heb toch gesolliciteerd en werd aangenomen. Op de politieschool in Wassenaar kreeg ik het te pakken. Vooral het recherchevak leek me mooi. Een van mijn docenten was een rechercheman en hij kon er prachtig over vertellen. Het klonk avontuurlijk, net als de marine destijds.”


In zijn loopbaan bij de politie heeft hij voor- deel gehad van zijn tijd bij de marine en zijn uitzending. “Daar ben ik volwassen geworden. Een stuk karaktervorming en zelfstandigheid. De marine en mijn uitzending zijn een goede voedingsbodem geweest voor het recherche- vak. Sommige jongens kwamen op hun 17e bij de politie, net van de mavo. Ik was ouder en had al het een en ander achter de rug. Je bent dan ook niet zo snel van je stuk te brengen. Je kunt wel wat hebben. Daar had ik voordeel bij. En die marinehumor, die kwam ook vaak van pas. Het haalde soms de scherpe kantjes eraf.” De verbinding tussen marine en politie kwam ook naar voren uit het feit dat Engelbertink jarenlang een blinde oud-marineman en tevens collega-politieman heeft mogen begeleiden naar reünies en veteranendagen.


Speuren


De veteraan kreeg Sherlock Holmes als bij- naam. “Toen ik bij de recherche kwam, droegen ze een lange regenjas en hoed. Dat wilde ik niet. Ik droeg altijd een pet.” De bijnaam zal niet alleen met de pet te maken hebben gehad. Het kwam misschien ook door de werkwijze van Engelbertink. Voordat hij een verdachte ging horen, wilde hij die eerst grondig bestu- deren. Hij speurde alle mogelijke informatie op en bekeek een foto van de verdachte. “Ik


Gerrit Engelbertink bij terugkeer in Nederland na Nieuw-Guinea op 4 septem- ber 1957. Foto: privécollectie Gerrit Engelbertink


wilde alles over een verdachte weten, dan had ik het gevoel dat ik hem al kende. Ik nam ook niet zo snel genoegen met: hij bekent toch niet. Er is altijd wel een ingang, je moet de juiste snaar raken.” Schijnbaar moeiteloos diept hij alle details van verschillende zaken op uit zijn geheugen. “Ik kan me alles nog herinneren. Er was een keer een moordverdachte die niet wilde bekennen. Hij zat al dagen in de cel en wilde ook niet meer eten. Ik ben met de kerst- dagen naar het bureau gegaan, heb hem uit de cel gehaald en voor de tv gezet. Er was iets met dans op de tv. Ik lette op zijn lichaamstaal en zijn ogen begonnen te schitteren. Hij ont- dooide. Voor het eerst praatte hij, hij had zelf ook gedanst. De dag daarna heeft hij bekend. Ik heb me ook eens verdiept in een koppige ver- dachte die heel erg van vogels bleek te houden. Ik vroeg of hij iets te lezen had in zijn cel. Dat had hij niet. Ik zei dat ik amateurornitholoog was en boven nog wel wat vogelboeken had lig- gen. ‘Halen’, zei hij. Ik heb snel bij de leeszaal een vogelboek gehaald. Daarna kon ik niet meer kapot en kreeg ik zelfs een bekentenis los.” Omdat alles hem bij is gebleven, kan hij zich ook de meest afschuwelijke zaken voor de geest halen. “Dat zijn natuurlijk vooral zaken waarbij het om kinderen gaat. Een man die twee meis- jes had vermoord of een moeder die haar eigen kind doodde om haar man te treffen. In mijn tijd was de opvang voor politiemensen nog niet zo goed. Je kwam na zo’n zaak terug op het bureau en er werd niet meer over gesproken. Je kon gelijk door naar een inbraak. Nu is dat gelukkig anders. Ik deelde altijd veel met mijn vrouw. Ik moet ook zeggen dat ik dit werk nooit had kunnen doen zonder haar. Ik had zo’n onregelmatig werk en een jong gezin. Ik heb veel aan haar te danken.”


APRIL 2013 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64