This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Arbeidsmarkt H


et is niet gering: gezond van lijf en leden, gewend onder spanning te werken, het ver- mogen zeer snel beslissingen


te nemen, het eigen leven in de waag- schaal stellen. En als het moet geweld gebruiken en tevens het vermogen heb- ben om vrede te bewerkstelligen. Diplo- maat en soldaat, alsmede bouwvakker en zorgverlener tegelijk zijn, het kan niet op. Zij behoeven dus, als veteraan, niet te wachten op een plekje op de arbeidsmarkt of toch wel? Is het schaap met de vijf poten, hetwelk de militair bij de uitoefening van zijn functie moet zijn, te veelzijdig? Of is hij, net als al die andere gewezen werknemers, slachtoffer van een crisis die bankiers en politici gemaakt hebben en waarvoor de burger moet opdraaien? Schapen met vijf poten zijn alleen nog maar goed voor het circus, al gaat het daar ook al niet optimaal mee. Wat moet je doen om in tijden van crisis toch nog aan de bak te komen? Jonger dan 45 jaar zijn, want anders word je als te oud afgeserveerd. Maar ook als dat geen probleem is, dan misschien wel de volgende vraag: ‘Wat doet u nu?’ ‘Ik ben veteraan.’ Dan denkt men al gauw aan het verdere verleden, iemand die korter


schalig transport over land, ter zee en in de lucht kan alleen de krijgsmacht snel en adequaat functioneren. Uiter- aard geldt de binnenlandse dienstver- lening niet voor de hele krijgsmacht: de gevechtstaken liggen niet binnen onze nationale grenzen. We kunnen ter beteu- geling van woelingen in Sappemeer met onze Walrusonderzeeërs weinig uit- richten, zelfs als we de daartoe in aan- merking komende vaarten en kanalen zouden uitdiepen.


Diplomaat en soldaat, alsmede bouwvakker en zorgverlener tegelijk zijn, het kan niet op


of langer geleden weliswaar een baan had, maar nu buiten de poort van het arbeidzame gebeuren is terechtgekomen. En natuurlijk, er zijn talloze soorten veteranen en dan denken we niet alleen aan jonge en oude ex-soldaten. Het woord ‘veteraan’ is ten onrechte, lijkt het, voor militairen gereserveerd, maar niets is minder waar. In de huidige tijd groeit het leger van bouwvak-, kantoor-, onderwijs- en zorgveteranen met de dag. Van al die ervaren werkkrachten vindt slechts een deel een nieuwe baan en dat geldt uiteraard ook voor de militaire veteranen. ‘Van degenen die de dienst hebben verlaten, hebben drie op de vijf een baan in de burgermaatschappij, met name in de sectoren techniek/bouw, transport en zorg’, aldus een peiling in 2012 in opdracht van het Veteranen- instituut. Veteranen die moeite hadden om een baan te vinden, wezen ener- zijds op een slechte arbeidsmarkt en anderzijds op het niet aansluiten van de militaire ervaringen bij die van de bur- germaatschappij. Gezien de taak die de krijgsmacht heeft om in bepaalde gevallen in binnen- landse noden te voorzien, zou men den- ken dat leden van die krijgsmacht meer dan anderen voor diverse maatschappe- lijke taken geschikt zijn en dus gevraagd worden. Variërend van varkenspest tot watersnood moest een beroep op de krijgsmacht worden gedaan. Voor groot-


Als drie op de vijf veteranen die de dienst verlaten hebben een burgerbaan hebben, dan betekent dit dat twee ernaast gegrepen hebben, vooropgesteld dat ze een baan wel ambieerden. Twee van de vijf is wel veel en een deel van die ‘twee’ zal in moeilijke omstandighe- den terechtgekomen zijn. Nu is Neder- land geen Verenigde Staten, waar elke dag achttien veteranen zelfmoord ple- gen, maar dat zulks ons helemaal voor- bijgaat, is ook niet waarschijnlijk. En wat in elk geval wel waarschijnlijk is, is dat de uiteindelijke oorzaak van een slechte arbeidsmarkt niet primair gege- ven is met slecht bestuur, maar met ons eigen economisch systeem, waar niet het welzijn van alle mensen centraal staat, maar in feite alleen de winst voor een kleine groep.


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


APRIL 2013


21


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64