This page contains a Flash digital edition of a book.
Op 1 mei moeten de tunnels van 500 meter en langer, die behoren tot het Trans Europees Netwerk, voldoen aan de nieuwe Tunnelwet. “Eenduidigheid is het belangrijkste woord, vooral als je kijkt naar nieuwe tunnels die onderdeel uitmaken van het Rijkswegennet. Er is veel minder risico op langdurige discussies, zoals bij de A73-tunnels en de Leidsche Rijntun- nel. De invloed van de omgeving is nadrukkelijk afgenomen”, stellen Jacco Buisman, direc- tielid van Movares, en Melle Holthuis, tunnelspecialist bij Movares. Tekst: Astrid Melger


E


r is de afgelopen jaren veel ge- beurd op het gebied van Tun- nelwetgeving. De tunneldeba- cles liggen nog vers in het geheugen, maar vergelijkbare situaties zullen door de nieuwe wetgeving waarschijnlijk niet meer voor kunnen komen. Een mooie stap vooruit, vindt Buisman. “Het is po- sitief dat door de standaardisatie in de wetgeving processen sneller en een- duidiger zullen verlopen en de uitkomst voorspelbaarder is. Dat betekent dat de drempel om te kiezen voor een tunnel lager wordt.”


Europa versus Nederland Specialist tunnelveiligheid Holthuis zet het verschil tussen de Europese Richt- lijn voor tunnels en de nieuwe Tunnel- wet uiteen. Hij legt uit dat Nederland als lid van de Europese Unie moet vol- doen aan de Europese Richtlijn. Die geldt voor alle tunnels die behoren tot het Trans Europees Netwerk (TEN), een hoofdwegennetwerk dat door Europa is gedefi nieerd en waar bijna alle rijkstun- nels toe behoren. “Onze eigen tunnel- wet geeft invulling aan de verplichting van de EU-lidstaten om de richtlijn op te nemen in de nationale wet- en regelge- ving. De Tunnelwet is in ons geval ook nog een aanscherping van de Europe- se richtlijn en gaat dus nog een stapje verder. Een voorbeeld: de afstand tus- sen vluchtdeuren is volgens Europese richtlijnen maximaal 500 meter, maar in Nederland is dat 100 meter, behalve bij toepassing van dwarsgangen, dan is het 250 meter .”


Scherper


Dat de Nederlandse wetgeving strin- genter is dan de Europese richtlijn vindt Buisman niet vreemd. “Ik denk dat het goed aansluit op de praktijk hier. Er is een richtlijn, daar maak je een wet op, je kijkt wat er hier al verplicht is en wat de verwachtingen voor de toekomst zijn. Dat de Tunnelwet scherper is dan de Europese richtlijn spreekt mij alleen maar aan.” Holthuis vult aan dat de Eu- ropese richtlijn voor de Nederlandse tunnels dan ook niet zo ingrijpend is. “Daarvoor hoeft niet zoveel te worden aangepast temeer ook omdat de Euro- pese richtlijn niet recent is aangepast. Wij lopen hier eigenlijk een beetje voor- op.”


Behoorlijke impact De nieuwe Tunnelwet daarentegen heeft zeker wel veranderingen teweeg ge- bracht. Buisman: “Die heeft absoluut gevolgen voor de manier waarop we met tunnels omgaan. Met bestaande tunnels, maar vooral met nieuwe. Voor de bestaande tunnels is een belangrij- ke verandering dat voor de tunnel nu een veiligheidsnorm is voorgeschreven, waardoor er veel meer eenduidigheid is. Ook bestaande tunnels moeten hieraan voldoen en dit kan gevolgen hebben voor de uitrusting.”


Eenvoudigere trajecten Buisman stelt dat tien jaar geleden de drempel om een tunnel aan te leggen nog ontzettend hoog was. Het had vol- gens het directielid een negatief ima-


go. “Het was een lang proces en ook duur. Ik denk dat door de nieuwe Tun- nelwet, maar ook door de ontwikkeling in de bouw van tunnels, die drempels verlaagd zijn. De wetgeving is eenvoudi- ger, de samenwerking tussen stakehol- ders – denk aan provincie, rijk, gemeen- te – is beter en door de standaardisatie in de bouw is het ook goedkoper ge- worden.” Buisman verwacht dan ook dat in de toekomst vaker de keuze voor een tunnel of ondertunneling gemaakt zal worden. “Dat past heel erg bij het beeld dat wij bij Movares hebben over het Nederland van de toekomst, waar- bij we gezien de ruimte en het milieu nog meer gebruik zullen moeten maken van de ondergrond.” Hij hoopt ook dat de nieuwe Tunnelwet een einde zal ma- ken aan jaren durende discussies over ondertunneling, zoals bijvoorbeeld bij de A9 gebeurde. “Je ziet nu dat de om- geving heel blij is dat daar geen tunnel komt, maar volgens mij is die blijdschap vooral omdat het proces is afgerond en er duidelijkheid is. Ik voorspel dat in de toekomst zulke beslistrajecten eenvou- diger zullen verlopen.”


Niet voor alle tunnels Wat Holthuis wel betreurt, is dat de tun- nelstandaard, die geldt voor de nieuwe rijkstunnels, niet voor de overige tun- nels van toepassing is. “Daarvoor gel- den de voordelen van de standaard dus niet. Wel is er in de wet zelf, want die geldt dus wel vanaf 2019 voor alle tun- nels van 250 meter en langer, een wat abstractere regelgeving van de stan-


Nr.3 - 2014 OTAR O Nr.3 - 2014 TAR 5


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56