This page contains a Flash digital edition of a book.
GastColumn Roelof Reinders


WAT DOE IK MET MIJN BESTAANDE TUNNEL?


Precies een jaar geleden mocht ik ook al als gastcolumnist optreden in dit blad. Ook toen was er een themanummer over tunnels. Dat er dit jaar opnieuw een tunnelspecial ligt, is wat mij betreft niet meer dan terecht. Als advocaat met een voorliefde voor infrastructuur en technische kwesties, heb ik een zwak voor tunnels. Of het nu een dubbeldekstunnel is, een ‘combi-tunnel’ of een landtunnel, het is voor mij elke keer weer letterlijk en fi guurlijk een kunstwerk. En dan zijn het op juridisch vlak ook nog eens spannende tijden, in ieder geval voor wegtunnels. Sinds 1 juli 2013 is er de ‘nieuwe Warvw’.


Nieuwe regels over tunnelveiligheid waar wij in de praktijk een weg in moeten vinden.


Het doel van wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels was kort gezegd om de telkens terugkerende vraag te beantwoorden ‘wanneer is een tunnel veilig?’. Het antwoord van de nieuwe Warvw is ‘wanneer de tunnel blijkens de QRA aan de nieuwe veiligheidsnorm voldoet’. Voor nieuwe rijkstunnels geeft de Warvw ook meteen antwoord op de vraag hoe er aan de veiligheidsnorm moet worden voldaan, namelijk door toepassing van de voorgeschreven gestandaardiseerde uitrusting. De focus van de nieuwe Warvw ligt op het proces van realisatie van een nieuwe wegtunnel. Maar er liggen in Nederland natuurlijk ook al heel veel wegtunnels die al jaren, soms decennia, in gebruik zijn. Hoe zit het daarmee?


De belangrijkste regel voor bestaande tunnels staat in artikel 18 van de Warvw. Bestaande tunnels moeten voor 1 mei 2019 voldoen aan de eisen van de nieuwe Warvw, inclusief de veiligheidsnorm. Voor bestaande tunnels uit het trans-Europees wegennet van 500 meter of langer is de datum al 1 mei 2014. Tot zover is het duidelijk. Er zal – hoogstwaarschijnlijk – gerenoveerd moeten worden. Maar voor dat proces regelt de Warvw opvallend weinig.


Een vraag is bijvoorbeeld: kan de tunnel in etappes worden gerenoveerd? Persoonlijk zeg ik: ja. Er staat ner- gens dat de tunnel dicht moet totdat werkzaamheden gereed zijn. Maar zodra er een wezenlijke wijziging ge- reed is, moet er wel een openstellingsvergunning worden verleend. En als die wezenlijke wijziging nog pas een eerste stap in de renovatie is, moet de tunnel dan al wel aan de veiligheidsnorm voldoen? Dat is wel een toetsgrond voor de openstellingsvergunning, maar er zijn vast niet voor niets nog verdere etappes van de re- novatie nodig. Zo zou je dus door netjes op tijd te beginnen met een renovatie het moment waarop de veilig- heidsnorm geldt zelf naar voren kunnen halen.


Elke bestaande tunnel zal in de komende tijd zijn eigen vragen hebben. Voor de oplossing is het belangrijk dat jurist en technisch (veiligheids)expert elkaar aanvullen. Samen zullen zij één feit als een paal boven water moe- ten houden: dat de tunnel veilig in gebruik is. Zolang dat te allen tijde is onderbouwd, zal ook de rechter ruimte laten om een renovatieproces praktisch in te richten.


Roelof Reinders is sinds 2006 werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken advocaten en notarissen, in de sectie Ruimte en Milieu. Reinders adviseert en procedeert voor overheden en bedrijven in ruimtelijke ordeningskwes- ties. Hij staat rijk, provincies en gemeenten bij in diverse tunnelprojecten.


Nr.7/8 - 2013 OTAR TAR


O Nr.7/8 - 2013


15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56