This page contains a Flash digital edition of a book.
de verkeersleiders te helpen bij het ma- ken van de afweging tussen veiligheid en beschikbaarheid voor de tunnels van de Betuweroute. Naast ProRail waren daarbij ook de overheidshulpdiensten (en met name de brandweer) intensief betrokken.


De vraag om een beslissingsondersteu- nende, geautomatiseerde indicator leid- de tot de ontwikkeling van het Tunnel- VeiligheidsLicht (TVL): een stoplicht dat zich intuïtief laat lezen. Groen betekent dat de tunnel voldoet aan overeengeko- men veiligheidseisen. Als het licht oran- je is, worden de veiligheidsgrenzen ge- naderd en is aandacht noodzakelijk. Bij rood licht zijn de marges volledig ver- bruikt en is de veiligheid niet langer ge- garandeerd.


leiders van ProRail lijkt sterk op die van de beheerders van andere infrastructu- rele objecten. Het ontwikkelde model is daarom ook goed bruikbaar voor ande- re infra-objecten. Om deze beheerders te ondersteunen heeft Covalent MUST ontwikkeld: een geautomatiseerde be- slissingsondersteunende indicator.


van de RGD beoordeeld en vertaald naar Meerjaren Uitvoerings Plannen. CONDOR ondersteunt de medewerkers van de RGD door de kwaliteit en plausi- biliteit van ingevoerde gegevens geau- tomatiseerd te toetsen.


Het TVL-systeem is sinds 2008 in ge- bruik en heeft de beschikbaarheid van de vijf tunnels van de Betuweroute aan- toonbaar verhoogd zonder dat de vei- ligheid in het gedrang is gekomen. TVL maakt inmiddels formeel onderdeel uit van het veiligheidsconvenant tussen ProRail en de Veiligheidsregio’s. Het is voor ProRail een bewezen oplossing, die ook ingezet wordt op andere spoor- tunnels in onder andere Delft en in de komende jaren in Barendrecht, Schip- hol, Best en de Willemsspoortunnel.


MUST: real-time inzicht Op afgewogen wijze wordt door TVL voor specifieke situaties de kleur van het licht bepaald. Daarbij spelen niet al- leen de automatische meldingen uit de tunnelinstallaties een rol. Ook handma- tig ingevoerde inspectieresultaten en andere factoren die de beschikbaar- heid en veiligheid van de tunnel beïn- vloeden (zoals belemmerde aanvalsrou- tes voor hulpverlenende diensten of het niet beschikbaar zijn van veilige vlucht- routes) worden in de analyse meegewo- gen. De problematiek van de verkeers-


MUST helpt beheerders in situaties met een veel informatie over de condi- tie van het object en de installaties, die doorvertaald moeten worden naar ope- rationele beslissingen over en scena- rio’s voor veiligheid en beschikbaarheid. MUST brengt de veiligheidsrisico’s real-time in kaart als gevolg van ver- slechterende condities, toenemende storingen en bijvoorbeeld het ontbreken van wettelijk verplichte certifi caten. Het bewaakt continue gestelde normen, es- caleert bij niet tijdige opvolging en geeft inzicht in het historisch verloop van con- dities, besluitvorming en hiervan afge- leid de veiligheid en beschikbaarheid.


Regie op beheer en onderhoud In het logische verlengde van de beslis- sing om (correctief of preventief) onder- houd te plegen, ligt vrijwel altijd direct aan het aansturen en bewaken van de werkuitvoering en het voeren van regie. De vraagstukken die daarbij spelen zijn niet uniek voor de infra-sector. Een ty- pisch voorbeeld van een organisatie die hier veel ervaring mee heeft, is de Rijks- gebouwendienst (RGD), die verantwoor- delijk is voor het beheer van alle Rijks- objecten. Om deze taak in goede banen te leiden gebruikt de RGD al sinds 2004 het assetmanagement informatiesys- teem CONDOR van Covalent. In CON- DOR leggen externe inspecteurs de conditie en onderhoudskosten van de elementen van alle objecten vast. Basis hiervoor is de NEN2767-1..3, die door de RGD in samenwerking met de markt is ontwikkeld. De inspectie-informatie wordt centraal door de medewerkers


Om het instandhoudingsproces goed in te vullen is de beschikbaarheid over ac- tuele en eenduidige informatie essenti- eel. CONDOR draagt daarom zorg voor de registratie van: a) Storingsmeldingen vanuit een regis- tratiesysteem waarin meldingen van ge- bruikers worden vastgelegd; b) Meldingen over het vervallen van certificaten, het verlopen van onder- houdstermijnen en de uitvoering van verplichte cyclische inspecties; c) Inspectieresultaten van elementen waarvan de conditie op basis van de NEN 2767-1..3 is vastgesteld met spe- cifi eke aandacht voor componenten die een essentieel onderdeel zijn van be- leidskaders (waaronder BOEI en veilig- heidsfuncties).


CONDOR bewaakt het proces continu en borgt conformiteit met het BOEI-pro- ces (Brandveiligheid, Onderhoud, Ener- gie en Wet en Regelgeving). Zo houdt de RGD regie over de afspraken met aannemers. De zaken die daarbij spelen vertonen sterke parallellen met het voe- ren van regie over DBFM-contracten in de infra-sector. Belangrijk verschil is dat de RGD via CONDOR eigenaar is van de data en daarmee een ‘level playing fi eld’ heeft met haar aannemers.


Basis NEN 2767-4 Al ruim 10 jaar beheert de RGD al het rijksvastgoed succesvol met CONDOR. Beheers- en onderhoudstaken zijn ef- ficiënter en effectiever geworden. De regie over de werkuitvoering, die bij marktpartijen is ondergebracht, is sterk verbeterd. Met het doorvoeren van de NEN 2767-4 is CONDOR gereed ge- maakt voor instandhoudingsprocessen van objecten in de infrasector (tunnels, sluizen en bruggen). De integratie van CONDOR en MUST geeft beheerders krachtig gereedschap, namelijk een ef- fi ciënt en effectief sturingsmiddel.


www.covalent.nl


Meer informatie: Nr.3 - 2014 OTAR


O Nr.3 - 2014 TAR 43


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56