This page contains a Flash digital edition of a book.
In de nacht van 9 op 10 mei 1940 kon hij niet slapen. “Ik stond vroeg in de morgen buiten om me heen te kijken, de nevel hing nog over de weilanden. Plots hoorde ik vliegtuigen over komen en klonken er ontploffingen. Ik wist dat het oorlog was, maar dat drong niet tot me door”, legt hij uit. “Tot een motorordonnans aan kwam jakkeren op zijn motor en al van heel ver schreeuwde: ‘De oorlog is uitgebroken. De Duitsers zijn de grens gepasseerd en die komen naar u toe. U moet uw opdracht uitvoeren.’ En weg was hij weer. Toen werd ik verschrikkelijk bang. Mijn keel zat dicht en ik kon me zelfs niet meer bewegen. Ik schaamde me dood voor de soldaten. Ik hoopte dat ze het niet zagen. Ze keken naar mij en zeiden: ‘We moeten naar de brug.’ Toen was de angst weg en ging alles automatisch. We bliezen de brug op en ook een volgende, om daarna ijlings met onze oude vrachtauto naar Zwolle te gaan.” Daar wachtte hen een verrassing. De commandant van de brug in Zwolle had de opdracht te wachten op Van Straten en zijn peloton. Pas als zij de brug over waren, mocht hij deze laten springen. “Toen wij in Zwolle bij de brug aankwamen, vloog die vlak voor onze neus de lucht in. Daar stonden wij aan de verkeerde kant, met vóór ons de kapotte brug en achter ons de Duitse soldaten. We hadden zwaar de pest in.” Ze reden naar het zuiden langs de IJssel en dwongen een voorbijvarend Belgisch schip naar de wal, zodat ze naar de andere kant konden komen. De vrachtauto moesten ze achterlaten. “We kwamen bij onze troepen aan en een kapitein gaf de opdracht een verdedigingspost aan te leggen, zodat de troepen zich veilig konden terugtrekken. Om ons op ons gemak te stellen zei hij met misplaatste humor: ‘Maak je geen zorgen. Hooguit ga je vandaag misschien naar de hemel en daar is het goed toeven'", herinnert Van Straten zich. Op het erf van een boerderij, achter een grote mestvaalt, richtten ze een verdedigingspost in. “Natuurlijk kwamen de Duitsers. Zij hadden wapens die wij niet hadden en genoeg munitie.” Hij vervolgt: “We lagen onder zwaar vuur, het was


een regen van kogels. We hadden twee gewonden. Godzijdank slechts vleeswonden, maar dat wisten we op dat moment nog niet. Ze bloedden hevig. Je ziet ze vallen en denkt: dat kan mij ook overkomen. We hebben teruggeschoten met twee lichte mitrailleurs en een stelletje ouderwetse geweren tot de munitie op was. Vervolgens hebben we de twee gewonden ondergebracht bij de boer en hebben ons teruggetrokken.” Van die terugtocht kan hij zich niet veel meer herinneren. Na lange omzwervingen waarbij ze steeds weer werden aangehouden vanwege geruchten over de vijfde colonne kwamen ze uiteindelijk in Amsterdam terecht. “Daar hoorden we dat het leger had gecapituleerd en dat de koningin en de regering waren gevlucht. We hebben onze wapens van kwaadheid kapotgeslagen op straat en alles in de gracht gekieperd. Ik heb zelfs mijn zakboekje kapotgescheurd en weggesmeten, zo kwaad was ik.”


Smokkelwaar Er brak een vreemde en onzekere tijd aan waarin Van Straten uiteindelijk bij de douane terechtkwam. Hij legt uit dat hij niet bij de politie of de


marechaussee wilde. “Dan moest ik misschien dingen doen die ik niet zag zitten. Mijn collega’s bij de douane en ik, allemaal oud- militairen, deden zo min mogelijk. Dat viel natuurlijk op. Af en toe leverden we wat achtergelaten smokkelwaar in bij onze baas. Zo probeerden we te doen alsof we achter de smokkelaars aan zaten. Op zich een prima manier om de oorlog door te komen. Ik ben slechts eenmaal door mijn inspecteur bestraft, omdat ik een joodse vluchteling naar een adres in België had gebracht.” Begin 1943 kwam echter het bericht dat de onderofficieren in krijgsgevangenschap moesten. De officieren zaten al vast en nu waren zij aan de beurt. Van Straten had ongeveer een maand de tijd voor hij zich moest melden en probeerde in die tussentijd tevergeefs een onderduikadres te vinden. Zijn oudere broer tipte hem over een vluchtmogelijkheid. Hij was als dwangarbeider tewerkgesteld bij de Duitse post in München en reed met een treintje langs de Zwitserse grens om zakken met post af te geven op de stations. Als Van Straten bij hem zou komen, zouden ze samen een vluchtweg over de grens kunnen zoeken. “Ik wist


Henk van Straten anno 2016. september 2016 45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65