This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige OUD-SERGEANT VAN STRATEN (98) OVERLEEFDE WO II EN STAAT NOG STEEDS VOOR DE KLAS


‘Oorlog is een misdaad tegen kinderen’


Henk van Straten met schoolkinderen van groep 7-8 van basisschool De Keg in Venray.


Veel tijd om bang te zijn had Henk van Straten niet toen in mei 1940 de oorlog uitbrak. Als sergeant bij de infanterie werd hij onmiddellijk ingezet om met zijn mannen bruggen op te blazen. Na de capitulatie werd hij uiteindelijk krijgsgevangene en maakte zware bombardementen in Berlijn mee. Van Straten overleefde de oorlog en kan er nu op hoge leeftijd nog van getuigen als veteraan voor de klas.


Door: Gielt Algra Foto’s: Birgit de Roij


D 44


e 98-jarige Henk van Straten dacht geen moment aan oorlog toen hij in 1937 opkwam


bij het leger. Hij werd opgeleid tot sergeant-capitulant bij de infanterie, een opleiding die volgens hem niet veel voorstelde. “Ook met de ogen van toen wist ik dat de gevechtsoefeningen die wij uitvoerden allang verleden tijd waren.” Naarmate de oorlogsdreiging toenam, veranderde dat. In Kamp Laren begon Van Straten aan een speciale opleiding onder leiding van majoor Veldmeyer.


september 2016


“Bij alles wat we deden, werd het uiterste gevraagd. Zware marsen, hardlopen, in touwen klimmen: alles moest binnen een bepaalde tijd en die loog er niet om. Het was voor die tijd een heel bijzondere en tegelijk zware sporttraining. Als ze toen tegen me gezegd hadden: ‘loop door die muur’, dan had ik dat gedaan.” De opleiding werd echter afgebroken door de toenemende internationale spanning. Dat was wat Van Straten betreft ook op tijd. “Ik was mezelf niet meer: ik was een product van majoor Veldmeyer geworden.”


Alarmfase Met zijn peloton werd hij naar de omgeving van Dedemsvaart gestuurd. Wanneer de oorlog uitbrak, was de opdracht een aantal bruggen op te blazen en de vijand tegen te houden. Hij herinnert zich dat het een spannende tijd was, zeker toen Denemarken en Noorwegen bezet werden. “De hoogste alarmfase werd van kracht. Toen begonnen wij pas bang te worden”, vertelt Van Straten, “maar er gebeurde niets.” Dit herhaalde zich bij elk volgend alarm. “Nu gaat het gebeuren, denk je dan, maar dan gebeurt het dus niet en wen je aan dat gedoe.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65