This page contains a Flash digital edition of a book.
zee was zeker geen uitzondering. De strijdende partijen lieten naar schatting wel twintig keer abusievelijk hun bommen op Nederland vallen. En wat te denken van de tientallen Nederlandse koopvaardijschepen die ten prooi vielen aan Duitse onderzeeërs. Honderden zeelieden verloren daarbij het leven. Als kleine handelsnatie was Nederland uitermate kwetsbaar voor de economische oorlogvoering die beide kampen praktiseerden. Belang- rijke producten gingen dus op de bon. ‘Spoedig krijg je ook nog bonnen voor sigaretten en voor bier’, rijmelde een bekend straatliedje uit die tijd. ‘En je moet een bon meebrengen bij de meisjes van plezier.’ De regering propageerde wijze zuinigheid. Zoals het advies om het achtergebleven laagje suiker in het kopje thee los te schrapen en te hergebruiken. Smokkel was schering en inslag, de zwarte markt floreerde. De gehate zogeheten oorlogswinstmakers liepen in korte tijd financieel binnen. De maatschappij raakte behoor- lijk ontwricht en sociale onrust bleef niet uit. Toen de Amsterdammers in de zomer van 1917 ontdekten dat een grote voorraad aardappelen naar Duitsland zou worden vervoerd – in ruil voor kolen – brak spontaan een ‘aard- appeloproer’ uit. Trouwens, de regering schrok er niet voor terug om allerlei geheime afspraken te maken, bij- voorbeeld met de Duitsers om bepaalde vaarroutes veilig te houden in ruil voor grondstoffen.


Paniek en chaos


Bij het uitbreken van de oorlog in de zomer van 1914 was de paniek nog groot geweest in neutraal Nederland. Vooral de ruim één miljoen Belgische vluchtelingen brachten chaos mee. Plots nam de bevolking met een goede 15 procent toe: van 6,2 naar 7,2 miljoen! Nooit eerder had Nederland zo’n grote vluchtelingenstroom moeten verwerken. Als tegenmaatregel bouwden de Duit- sers langs de zuidgrens een muur van prikkeldraad met daarop vijftigduizend volt. De meeste Belgische vluchte- lingen keerden in de loop van de oorlog terug, ongeveer honderdduizend zuiderburen brachten de oorlog door in zogenoemde ‘vluchtoorden’. De Belgische militairen werden (net zoals hun Duitse en Engelse collega’s) geïn- terneerd, geheel conform het oorlogsrecht. Zoals altijd in oorlogstijd bleek neutraal gebied een broeinest van spionage. Wie kent niet het verhaal van Mata Hari, even los van haar daadwerkelijke belang in de geschiedenis. Buitenlandse inlichtingendiensten gingen naarstig op zoek naar spionnen. Logisch, want Nederlanders konden vrij reizen door Europa. Zo konden zeelieden bruikbare gegevens vergaren in buitenlandse havens. Wie gepakt werd, wachtte trouwens vaak de doodstraf.


Daadkrachtig afzijdig


Juist om zijn neutraliteit te onderstrepen, mobiliseerde de regering in 1914 onmiddellijk de krijgsmacht. Een aantal gemeenten viel nu zelfs onder de staat van beleg. Het opperbevel stationeerde de helft van het grondleger in Zeeland en Noord-Brabant. Het lange wachten begon. Een burgemeester riep zijn inwoners op handmoffen te breien voor de soldaten ‘ter lengte van 25 à 30 centimeter met vrije duim, de uiteinden der vingers onbedekt latend’. Natuurlijk viel er over de grens ook veel te leren. Neder- landse officieren bestudeerden gretig nieuwe wapens en tactieken. Gecrashte vliegtuigen – al dan niet bewust neer-


geschoten – werden in beslag genomen en nagebouwd of opgelapt. Bij de oprichting in 1913 bestond het Neder- landse luchtwapen uit welgeteld één toestel. In 1918 telde de Luchtvaartafdeeling een rijke variatie aan types vlieg- tuigen, die formeel ‘in bruikleen’ bij de afdeling vlogen. Vele daarvan werden na afloop van de oorlog trouwens netjes teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. Nederland hield wel degelijk rekening met een grote schending van zijn neutraliteit. De overheid werkte bijvoorbeeld gedetailleerde plannen uit om de regerings- zetel te verplaatsen van Den Haag naar Amsterdam. Die laatste stad liet zich beter verdedigen. Lijsten bepaalden of een ambtenaar in dat de geval de treinreis per eerste, tweede of derde klasse mocht maken. Toch belangrijk om te weten. Overigens zag de overheid liever geen verzet als Nederland bezet zou raken. De vrees voor wraakacties was groot.


De dans ontsprongen?


Het einde van de oorlog in november 1918 kwam voor Nederland niets te vroeg, hoewel het leed in verhouding tot bijvoorbeeld slagveld België natuurlijk onvergelijkbaar veel kleiner was geweest. De werkeloosheid was groot en de schaarste aan belangrijke producten nijpend. Geheel in stijl slikte Nederland nog een keer toen Duitse militai- ren eind 1918 over Limburgs grondgebied naar het vader- land vluchtten. Een protest moest volstaan. Toch was het


Officieren en bemanningen van de zeven Nederlandse koopvaardij- schepen die op 22 februari 1917 bij Land’s End getorpedeerd werden door de Duitse onderzeeboot SM U-21.


motto al weer snel: terug naar het gewone leven. De neu- traliteitspolitiek had zijn waarde bewezen, zo herhaalde de regering steeds. Ons land was toch maar mooi de dans ontsprongen. (Dat veel andere Europese landen daar anders over dachten, zal duidelijk zijn. Daar zag men de Nederlandse houding in het gunstigste geval als oppor- tuun, maar vaker nog als laf.) Het kabinet voelde zelfs weinig voor een nationaal moment om het einde van de oorlog en de miljoenen slachtoffers te herdenken. Dit in tegenstelling tot verschillende gemeenten die op wapen- stilstandsdag (11 november) twee minuten stilte in acht namen. Maar al met al verankerde de Eerste Wereldoorlog zich niet onwrikbaar in ons collectieve geheugen. Flinke bezuinigingen op onze defensie bleven niet uit. Met de opkomst van nazi-Duitsland viel ons land opnieuw terug op zijn vertrouwde neutraliteitspolitiek. De uitkomst daarvan kennen we.


JULI-AUGUSTUS 2014 9


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66