This page contains a Flash digital edition of a book.
weerhoudt twee in vrijetijdspantalon gestoken middel- bare vrouwen er evenwel niet van om hier met krijsend jolijt aanwijzingen te zoeken voor hun toeristische puzzelroute.


Talbot House Het Talbot House is het meest bijzondere erfgoed van de


Eerste Wereldoorlog in Poperinge. Deze every man’s club was tussen 1915 en 1918 een ontspanningsoord voor Engelse soldaten. In die jaren bood het aan meer dan een half miljoen mannen onderdak. Ze konden er niet alleen logeren, maar ook films kijken, concerten beluisteren of in de tuin een potje schaken. Rangen en standen vielen daar weg. De ‘ziel’ van het Talbot House was leger- aalmoezenier Philip Clayton, liefkozend ‘Tubby’ genoemd. “Hij was samen met legeraalmoezenier Neville Talbot de oprichter van Talbot House”, aldus Gertjan Remmerie, historicus in dienst van het huidige Talbot House. Hij voegt er lachend aan toe: “Het Talbot House was er vooral om de soldaten weg te houden van het gok- ken, de alcohol en de bordelen.” Op zolder was een kapel ingericht waar ‘Tubby’ drukbezochte kerkdiensten hield


Er wordt aangebeld, de monumentale deur zwaait open en een klasje van zo’n twintig toeristen schuifelt onrus- tig door de hal. Sommigen zetten hun naam meteen in het vuistdikke gastenboek. Buiten staat hun tourbusje te wachten. Ze hebben een uurtje en dan moeten ze weer verder.


Naamloos begraven


Even buiten Poperinge, met de bus vijf minuten en op de fiets een kwartiertje door de hopvelden, ligt de Lijssent- hoek Military Cemetery, met 10.800 zerken de tweede grootste Britse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog. De begraafplaats ligt vlak naast de plek waar het grootste evacuatiehospitaal van de Ieperboog heeft gestaan. Dat verklaart waarom je hier ook graven aantreft van Chi- nezen, Amerikanen, Fransen en Duitsers en een Britse verpleegster. Nu is op de plek van het veldhospitaal een klein, maar bijzonder museum ingericht waar je kunt luisteren naar aangrijpende verhalen en kunt lezen in brieven en dagboeken voordat je de graven bezoekt. Naast de talrijke grote oorlogsbegraafplaatsen in dit gebied zijn er ook de kleine landelijke dodenakkers, zoals Vlamer- tinge, op de route naar Ieper. De stilte wordt hier alleen verbroken door de koeien en kippen die bij de rondomgelegen boerderijen rondscharre- len. Bijna lieflijk. En bezoekers kom je hier nau- welijks tegen.


Op sommige plekken buiten de drukte van Ieper en Poperinge kom je nauwelijks bezoekers tegen. Foto: Anne Salomons


voor de soldaten. Op paaszondag 1916 was er zelfs ieder uur een paasdienst, en telkens overvol, de soldaten ston- den zelfs tot op te trappen.


Inmiddels is het achttiende-eeuwse pand een museum met schilderijen, foto’s en prachtige tekeningen door sol- daten gemaakt, die het dagelijkse leven schetsten achter het front. De kapel is te bezichtigen en je kunt er ook overnachten in een van de kamers. Vandaag heeft een grote groep Duitsers alle kamers afgehuurd. “We krijgen veel bezoekers van allerlei nationaliteiten”, verklaart Remmerie. “De Britten zien we het meest, maar het laat- ste jaar komen er ook steeds meer Nederlandse toeristen. Onlangs hadden we nog een groep van een Nederlandse militaire opleiding, die komt ieder jaar. Dit keer hadden ze een eigen workshop over de oorlogsvoering in de Eerste Wereldoorlog. Ik heb erbij gezeten, het was heel leerzaam en interessant.”


18 JULI-AUGUSTUS 2014


Hill 60, iets ten zuidoosten van Ieper, is daarente- gen een veelbezocht, maar ook beklemmend slag- velderfgoed. Hier werd de oorlog ondergronds uitgevochten in donkere tunnels die door de 1e Australische Tunnelcompagnie waren gegraven. Hill 60 is een begraafplaats zonder stenen. Veel soldaten die werkten en vochten in deze tun- nels zijn er ook gestorven en liggen er nog steeds naamloos begraven. Hier nieuwsgierig rondlopen voelt uiterst ongemakkelijk, je gaat vanzelf heel zachtjes lopen. Een groep jolige schoolkinderen met kaplaarzen aan dendert daarentegen vrolijk over de hobbels en gaten in de heuvel. Een voor een kruipen ze door een heel klein gat in een van de tunnels. Maar ze gaan er weer razendsnel uit; te eng, te benauwend. Hun uitgelaten geschreeuw verstomt dan ook meteen. Even later lopen ze met bleek vertrokken bekkies terug naar hun bus waar ze zwijgend de bemodderde laarzen uittrekken.


Menenpoort


Zo zijn er talrijke indrukwekkende monumenten van de Eerste Wereldoorlog rondom Ieper. Als je ze allemaal wilt bezichtigen, moet je daar veel tijd voor uittrekken. Wat je in ieder geval niet gemist mag hebben, is Iepers bekendste monument, de Menenpoort. Even voor acht uur ’s avonds zie je de toeristen die je overdag overal bent tegengeko- men – van wie sommige veteranen in uniform – toestro- men en zich onder de poort verzamelen in afwachting van de Last Post. Iedere avond, sinds 1928, wordt hier de Last Post geblazen ter ere van de geallieerden die bij de Ieper- boog zijn gesneuveld. Wanneer precies om acht uur de Last Post klinkt, wordt de poort, die de namen van 54.896 vermiste soldaten draagt, door een vriendelijk avondzon- netje beschenen. Daarna volgt doodse stilte. Hier en daar klinkt alleen het geklik van fotocamera’s.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66