This page contains a Flash digital edition of a book.
INTERVIEW MET SCHEIDEND IGK EN INSPECTEUR DER VETERANEN GENERAAL TON VAN EDE ‘Uruzgan heeft enorm bijgedragen


Door: Fred Lardenoye Foto's: Birgit de Roij


Op 30 juni wordt luitenant-generaal der mariniers Ton van Ede als Inspecteur Generaal der Krijgsmacht (IGK), tevens Inspecteur der Veteranen, opgevolgd door generaal-majoor Bart Hoitink. Van Ede voelde zich met zijn grote ervaring op bestuurlijk vlak en met betrekking tot veteranen als een vis in het water op de Zwaluwenberg, waar de IGK van oudsher zetelt. Hij neemt dan ook met pijn in het hart afscheid, maar blijft zeker bij de veteranen- wereld betrokken. “Voor mij is het 365 dagen per jaar veteranendag.”


“D


at mijn termijn kort is geweest, komt door mijn FLO (functioneel


leeftijdsontslag; red.) en doordat er, vanwege de overtolligheid binnen Defensie, een heel strikt regiem is gezet op het nadienen. Ik vind ook dat ik het goede voorbeeld moet geven. Feitelijk is het zo dat als ik langer blijf, er dieper in de organi- satie iemand wordt ontslagen”, legt IGK luitenant-generaal Ton van Ede uit.


Anderzijds ziet hij ook de nadelen van het Defensiebeleid op dit punt. “Als je de context negeert, is het moeilijk te begrijpen dat je, als je 56 bent en nog vol energie, weg moet. Dat is ook lastig uit te leggen aan de samenleving.” Van Ede is blij dat er nog wel één maand aan vastgeplakt is. “Dat ik nog tot juli blijf, is omdat er nog een hoorzitting komt in de Tweede Kamer over mijn jaarverslag als IGK. Daardoor maak ik de tiende veteranendag nog mee en daar ben ik als vicevoorzitter van het Comité Nederlandse Veteranendag uiteraard heel blij mee!”


Veteranenbeleid Van Ede deelt de gangbare opvatting


dat de inhaalslag in het veteranenbe- leid begonnen is met de oprichting van het Veteranen Platform door generaal b.d. Ted Meines en de eerste Veteranennota van minister van Defensie Relis ter Beek in 1991. Daarnaast noemt hij Srebrenica


52 APRIL 2014


als ‘kantelpunt’, met name omdat de Tweede Kamer sindsdien bij een militaire uitzending een extra zorgvuldige procedure volgt, het zogeheten toetsingskader, waarbij goed gekeken wordt naar onder meer het mandaat. “De les die geleerd is, is dat je er voldoende robuust in moet gaan, met de overtuiging dat het gewenste effect in de missie ver- antwoord te behalen is. Met name Dutchbatters hebben altijd het gevoel gehad dat ze met de hand op de rug de missie zijn ingestuurd, daarna de littekens hebben opgelopen en vervolgens in plaats van begrip of waardering een afkeurende blik kre- gen. Daardoor hebben juist zij veel problemen gekregen.”


Als derde belangrijke factor noemt Van Ede embedded journalism, zoals die met name in Uruzgan gestalte heeft gekregen. “De mensen zagen live hoe onze jongens op een berm- bom reden en gewonden op de klep van de YPR werden behandeld en afgevoerd. Ze zagen hoe professio- neel dat werd gedaan. Tot die tijd hadden Nederlanders dat alleen maar in Amerikaanse speelfilms gezien. Dat heeft bijgedragen aan het besef hoe bijzonder het is om militair te zijn en uitgezonden te worden.” Van Ede was op dat moment bij de Hoofddirectie Personeel verantwoor- delijk voor het veteranenbeleid en zag in de jaarlijks gehouden onder- zoeken van het Veteraneninstituut hoe de waardering in Nederland, ook voor eerdere uitzendingen, met


sprongen omhoog ging. “Voor de inzet in Bosnië en Libanon, maar ook in Korea en Indië. Terwijl aan de uitvoering van die missies natuur- lijk niets veranderd was. Maar de beelden uit Uruzgan creëerden ook het besef van de uitdagingen voor veteranen in eerdere missies. De waardering daarvoor nam met terug- werkende kracht toe. Dat was heel belangrijk, die beelden en de discus- sie daarover.”


Dat er na Uruzgan een periode niet zo’n aansprekende missie was, zie je volgens Van Ede terug in de waardering voor veteranen. “Het was minder aantrekkelijk voor jour- nalisten om embedded mee te gaan. De livebeelden van gevechtsacties ontbraken, ook al was er voor andere missies wel aandacht in de media. Je ziet nu in het monitoronderzoek de waardering van de Nederlandse samenleving weer terugzakken. De harde realiteit, die vaak onderdeel is van de operationele inzet, staat weer wat verder weg. Die cijfers hebben veel te maken met wat de burger op tv ziet.”


Andere geüniformeerden Tijdens de eindejaarsbijeenkomst


van het Veteranen Platform in Doorn eind vorig jaar gaf Van Ede in een prikkelend betoog aan dat samen- werking met andere geüniformeerde beroepen prima is, maar dat er een grens aan zit. Wat bedoelde hij daar precies mee? “Ik vind dat ook brandweer en politie recht hebben op erkenning en waardering, maar ik zie niet gebeuren dat de politie als zodanig meeloopt in het defilé op veteranendag. Want er is wel een onderscheid. Ik vind dat militairen wel degelijk een andere inzet leve- ren, dus dat mag ook anders gewaar- deerd worden. We hebben niet voor niets een Veteranenwet. Dus prima dat politiemensen meelopen, maar dat doen ze als veteraan en niet als politieman. Dat onderscheid moet blijven.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64