This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige oog met de TNI’


Oost-Java. De adjudant handelde uit wraak, omdat de peloppers, zo wer- den de nationalisten genoemd, zijn ouders zouden hebben vermoord en zijn zuster verkracht. Gelukkig heb ik dit bij andere patrouilles, onder een andere leiding, nooit meegemaakt.” Hij vervolgt: “Ik ben God dankbaar dat ik zelf niemand heb moeten doden. Dat was mijn taak niet. Als radiotelegrafist kon ik ook niet vech- ten. Voordat ik samen met Jasper Mijnhart in Djelboek voor het KNIL aan de slag kon, werden we direct na aankomst in de stad Djember ’s nachts al beschoten. Er was dus geen sprake van een weekje acclima- tiseren. De volgende dag moesten we meteen mee met een patrouille, ik met een radio op mijn rug. In die tijd was dat een groot apparaat met twee reservebatterijen. Daar kwam ook nog een Lee Enfield geweer bij, ter verde- diging van lijf en goed. De volgende dag bleek dat de telefoonlijn van het KNIL ’s nachts was doorgesneden. Die moest ik repareren. Voor dat karwei kreeg ik vier man mee om me te beschermen. Net toen ik dat kar- wei had geklaard, werden we door de TNI (de Tentara Nasional Indo- nesia, het leger van Soekarno; red.) onder vuur genomen. Onze chauf- feur werd in zijn knie geraakt. Twee man ontfermden zich over hem. In het hospitaal bleek dat zijn been niet meer te redden was en werd hij met de eerste boot naar Holland gestuurd voor verdere behandeling.”


5 RS Van Mierlo werd als dienstplichtig


soldaat ingedeeld bij de Staf en de Ondersteuningscompagnieën van het 5e Bataljon Regiment Stoottroe- pen (5 RS), dat op 1 oktober 1947 in Vught was opgericht. Daar werd hij opgeleid als specialist. Bij aankomst met de Volendam in Tandjong Priok in december 1947 was hij een van de 112 manschappen die overstapten op de Melchior Treub, met bestemming


Soerabaja. Het waren de mannen van het verbindingspeloton, van de sectie inlichtingen van de stafcompagnie, van het pionierspeloton en de carrier- chauffeurs van de ondersteunings- compagnie. In Soerabaja werd dit detachement ingedeeld bij het Infan- teriebataljon XXIII van het KNIL en werd belast met specialistische taken waarvoor het KNIL geen personeel had. Het werkterrein van deze groep was Oost-Java.


Het gros van dit 5 RS ging naar Cele- bes voor het afronden van hun in Nederland afgebroken opleiding. Het was duidelijk dat dat verband hield met een eventuele tweede politionele actie en met de overrompeling van Djokjakarta, tijdelijk de hoofdstad van de republiek van Hatta en Soe- karno, als de onderhandelingen tus- sen Nederland en de republiek geen resultaat zouden opleveren.


Tweede politionele actie De overplaatsing van Celebes naar


Java van 5 RS in mei 1948 en de toevoeging van dit bataljon aan de Tijgerbrigade was een duidelijk voorteken van de ophanden zijnde tweede politionele actie. Ook het detachement in Djember werd toe- gevoegd, evenals Van Mierlo en zijn maat Mijnhart in Djelboek en het pionierspeloton in de suikerfabriek Semboro, 20 kilometer ten westen van Djember.


De mannen van 5 RS moesten op Oost-Java regelmatig optreden tegen republikeinse militairen. Daarmee deden ze veel ervaring op, waarvan ze als lid van de Tijgerbrigade spoe- dig zouden kunnen profiteren. De 5 RS’ers die in mei ’48 met de Van Outhoorn vanuit Celebes naar Oost- Java werden vervoerd, werden als Tijgers in Ambarawa gestationeerd en ingewerkt door oorlogsvrijwil- ligers van 2-7 Regiment Infanterie. “Het echte werk kon beginnen”, zegt Van Mierlo, die op 3 februari 1950 tot soldaat 1 werd bevorderd. “Ik was


Barend van Mierlo in uitgaansuniform op Oost- Java. Foto: privécollectie Barend van Mierlo


al eerder in Ambarawa. Het grensde aan de demarcatielijn op Java. Aan de andere kant lag het republikeinse leger. Djokjakarta lag op minder dan 50 kilometer van ons vandaan.” Belangrijke buitenposten waren de Koffiepot, Kemambang, Tegaton en de elektrische centrale bij Tologo, waar een compagnie van de Prinses Irene Brigade lag. De staf-, ondersteu- nings- en eerste compagnie waren in Ambarawa zelf gelegerd, in een kazerne van het KNIL. “Voortdurend moesten de nu Tijgers geworden mannen patrouilleren, vooral langs de demarcatielijn. Dat deden ze ook bij grotere acties in moeilijk begaan- bare delen van het gebied. De ver- standhouding met de lokale bevol- king was goed”, aldus Van Mierlo. In november 1948 liep de spanning in dit gebied op. Op 19 december


APRIL 2014 47


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64