This page contains a Flash digital edition of a book.
en de wet


meegemaakt die alleen zij begrijpen en waarvan de samenleving nauwe- lijks weet, laat staan begrip voor heeft.


Brief


selijke Verordening uit te vaardigen met een verbod op het in groepsver- band dragen van clubjacks. Zij achtte deze kleding, met haar uitstraling van onaantastbaarheid, een versto- ring van de openbare orde. De voor- zitter van het Genootschap van Bur- gemeesters zag er niets in. Hij vond het raar als de staat zich bemoeit met de kleding die mensen mogen aan- trekken. Maar de toon was wel gezet: MC’s vertonen intimiderend gedrag, trekken zich nergens iets van aan en zijn dus verdacht. Begrippen als outlaw en 1%-club verwijzen naar het buiten de wet staan en zich afkeren van de maat- schappelijke orde, met mogelijk crimineel gedrag als gevolg. Dit geldt wellicht voor een beperkt aan- tal MC’s, maar zeker niet voor de overige, die zich kenbaar maken als 1%-club. Voor Veterans MC staat die 1 procent voor onderlinge solidariteit van de leden van een club die bestaat uit veteranen en die dingen hebben


In januari 2012 presenteerde de minister van Veiligheid en Justitie in een brief de geïntegreerde aanpak outlawbikers aan de Tweede Kamer. De brief begint als volgt: ‘De pro- blematiek van outlawbikers vraagt om een breed gezamenlijk offensief vanuit landelijk en lokaal niveau. Zij die zich schuldig maken aan norm- overschrijdend gedrag en crimina- liteit moeten – linksom of rechtsom – de rekening gepresenteerd krijgen. Het aan de laars lappen van de regels en dat men zich onaantastbaar waant, moet stoppen. Ook moet het afgelopen zijn met afpersings- en intimidatiepraktijken, bedreigingen en geweld vanuit deze hoek. Vrij- plaatsen, waarbinnen men zich niets aantrekt van landelijke regels en normen, moeten niet worden getole- reerd. Alleen door met alle betrokken partijen de krachten te bundelen, is het mogelijk om hier vanuit de over- heid een effectief antwoord tegen- over te stellen.’


In de brief wordt alles uit de kast gehaald om het deze clubs en hun leden zo moeilijk mogelijk te maken en ze in het gareel te krijgen. In een vervolgbrief aan de Kamer wordt nog wel even benadrukt ‘dat het hier enkel gaat om die motorclubs waar- van de leden zich (verhoudingsge- wijs veelvuldig) schuldig maken aan normoverschrijdend en crimineel gedrag.’ Deze uitspraak kan op aller- lei manieren worden opgevat en zet daarom de deur open voor willekeur. Hoeveel is verhoudingsgewijs veel- vuldig? Wat is normoverschrijdend en over welke normen gaat het? De brief is uitdrukkelijk gericht op criminaliteit van ‘sommige’ motor- clubs, maar slechts twee clubs worden met name genoemd: Hells Angels en Satudarah. De andere clubs die te boek staan als outlaw- bikers komen in een schaduwge- bied te verkeren; ze worden outlaw genoemd, kunnen niet in verband


worden gebracht met criminaliteit, maar zijn door hun imago bij voor- baat verdacht. In ministeriële nota’s wordt gemeenten gevraagd om eve- nementen ‘die gerelateerd kunnen worden aan outlawbikers’ te verhin- deren, door ze te verbieden op grond van vrees voor verstoring van de openbare orde.


Strenge aanpak


Het Amsterdamse beleid sluit aan bij een landelijk ontwikkeling, waar- bij outlawbikers strenger worden aangepakt. Zo acht burgemeester Van der Laan een publieke functie en lidmaatschap van een zogeheten outlawbikerclub onverenigbaar. Ambtenaren die lid zijn van een 1%-MC krijgen eerst de mogelijkheid zelf hun lidmaatschap op te zeggen of ontslag te nemen. Geeft een amb- tenaar hier geen gehoor aan, dan zal de gemeente onderzoeken wat de juridische mogelijkheden zijn om het dienstverband alsnog te beëin- digen. De overheid hoeft dus zelf niets te bewijzen; lidmaatschap van een outlawbikerclub is in principe voldoende om iemand te ontslaan. Dit heeft, behalve dat het juridisch gezien niet klopt, meer weg van inti- midatie dan van zorgvuldig beleid. Ook Defensie ontkomt niet aan dit beleid, met als gevolg dat militairen die lid zijn van een MC onder druk worden gezet om hun lidmaatschap op te geven, op straffe van allerlei mogelijke sancties. En dat alles zonder afdoende bewijs van straf- bare handelingen en zonder enige uitspraak over de betreffende MC als een wettelijk verboden organisatie. Het zijn vooral veteranen die lid zijn van een MC. Uit onderzoek is geble- ken dat het lid zijn van een motor- club en het gezamenlijk rijden en bij elkaar zijn voor hen van grote beteke- nis is. Ze zoeken elkaar op omdat ze elkaar begrijpen, aan één woord genoeg hebben en veel ervaringen delen. Dat maakt dat veel veteranen weinig vertrouwen hebben in Defen- sie en zich als veteraan in de steek gelaten voelen, al het veteranen- beleid ten spijt.


APRIL 2014 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64