This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Motorfietsers D


e eerste militaire motorrij- der die mij uit mijn jeugd is bijgebleven, was een Duitse soldaat die tijdens de eer-


ste oorlogsdagen in mei 1940, gehuld in een camouflagepak, langzaam de Van Lawick van Pabststraat in Arnhem opreed, richting Diaconessenhuis. Hij werd gevolgd door een gepantserd voer- tuig en een aantal vrachtwagens met militaire spullen, waaronder nog een vracht naamloze kruisen, bestemd voor hen voor wie het sneuvelen nog in het verschiet lag. Waarom heb ik die Duitse motorrijder steeds op het netvlies als het om militaire motoristen gaat? Uiteraard omdat het voor mij een onvergetelijk plaatje is van het begin van oorlog en bezetting. Tot het werkterrein van de militaire motorrijder hoort nog steeds het begelei- den van colonnes, maar ook de functie van ordonnans en verkenner. De eerste militaire motorrijders werden indertijd overigens niet meteen van ganser harte welkom geheten. Al in 1908 ontstond bij de Nederlandsche Motorwielrijders Vereeniging (NMV) het idee dat er in de Nederlandse krijgsmacht ruimte moest zijn voor militaire wielrijders. Maar pas op 3 juni 1913 werd het Vrijwillig Mili- tair Motorrijwiel Korps (VMMK) opge- richt. De leden ervan moesten lid zijn van de NMV of, zij het onder bepaalde voorwaarden, van de ANWB. Je moest je eigen motor meebrengen van tenminste 250 cc. Het motorrijwiel moest mini- maal twee versnellingen hebben en


Een gevoel van vrijheid en verbondenheid


60 kilometer per uur kunnen halen. Eind augustus 1916 werd het VMMK opgeheven en konden de leden zich aanmelden bij het Vrijwillig Landstorm Korps Motordienst. Tot op heden is het aantal motorfietsen en hun berijders alleen maar toegeno- men. En dan gaat het niet alleen om jongelui die nog net niet aan een auto toe zijn. Dezer dagen luidde een tele- tekstbericht: ‘Het bezit van een motor- fiets onder 55-plussers is in zes jaar met zo’n 90 procent gestegen. 172.650 moto- ren, bijna een kwart van alle motoren in het land, zijn in het bezit van 55-plus- sers. Zes jaar geleden was dat nog 14,5 procent. Volgens de brancheorganisatie komt de groei vooral doordat mannen, die vroeger hun motorrijbewijs hebben gehaald, de motor nu herontdekken.’ Een motorfiets spreekt tot de verbeel- ding. Het is een verlengstuk van het individu, dat hiermee zijn of haar natuurlijke beperktheid overstijgt. Dat kan natuurlijk ook als het om voortbe- wegen door middel van een auto gaat. Maar de motorfiets is veel méér een deel van de eigen lichamelijkheid en zelfs geestelijkheid. Zoals een paard en berij- der in veel opzichten één zijn, zo geldt dat ook voor de motor en zijn berijder. De psychologe Els Ronsse schrijft in haar artikel Wat drijft de motorrijder?: ‘Motorrijden blijft een sterk emotionele uitstraling hebben, waarbij puur plezier, absolute vrijheid, eigen identiteit, adre- nalinekicks, technologiegevoel en nog zoveel andere woorden gebruikt worden


om de sensatie te beschrijven.’ Motorrij- den is voor velen aantrekkelijk om vele redenen. Als het zo is, wat wel beweerd wordt, dat juist militaire veteranen, meer nog dan andere veteranen, zowel de motorfiets als het lidmaatschap van een motorclub zien zitten, wat is daar dan de verklaring voor? In Brothers in Arms, Brothers on Bikes van Michelle Schut en René Moelker worden onder meer het gevoel van vrijheid en de ver- bondenheid tussen motorrijders genoemd als aantrekkelijkheden voor de militaire motorrijder. Er zijn overeen- komsten tussen de motorwereld en de militaire organisatie. Zo zouden risico- perceptie enerzijds en vertrouwen anderzijds vergelijkbaar zijn. Ook is vrijheid voor de (oud-)militair een omstandigheid die hij juist ontbeert in de militaire organisatie, met zijn bevelen van bovenaf. In elk geval wordt het gevoel van vrijheid al motorrijdend ver- sterkt. Maar er zit ook een sociaal aspect aan: de geborgenheid door de eigen waarden en normen die de motorclub verschaft. En dat lijkt weer haaks te staan op die zo gewaardeerde vrijheid. De kleding, die niet alleen stoerheid maar ook groepsverbondenheid uit- straalt, is geen indicatie voor individu- ele vrijheid. De mens is echter zowel individu als groepswezen en misschien mag je zeggen dat juist die twee aspec- ten bij het motorrijden in clubverband aan de orde zijn. Je wordt er nóg meer mens door. Wellicht is het daarom een aanrader om zowel oppositie als rege- ringspersonen in Den Haag te verplich- ten lid te worden van een motorclub. Bij voorkeur een met leden voorzien van een motorfiets met zijspan, waarin dan de op dat moment aanwezige oppositie plaats dient te nemen. De naam heb ik al: VVVV (Vereniging voor Vrijheid in Verbondenheid).


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


APRIL 2014 21


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64