search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Zak geluk Hij werd goedgekeurd en mocht


jachtvlieger worden. Na zijn vlieg- opleiding zou in de zomer van 1944 zijn eerste solovlucht met de Spitfire volgen. Hendrikx kan zich zijn eerste echte solovlucht, die was met een ander toestel, niet meer herinneren, maar deze vlucht wel. “Het was een topvliegtuig. Gas open, een enorm vermogen, je klimt ontzettend snel, bent heel wendbaar, nou ik vond het fantastisch”. Om eraan toe te voegen: “Ik moest een rolletje maken, dat kon ik niet laten, ik voelde me fantas- tisch.” De verliezen bij de jachtvliegers vielen vergeleken met die van de bommenwerpers mee in die tijd, waardoor er niet echt schot in zat voordat hij werd ingedeeld bij een operationeel squadron. Hendrikx bedacht dat het wel eens voorbij kon zijn zonder dat hij daadwerkelijk zou worden ingezet. Niet dat de opleiding een en al rozengeur en maneschijn was, daarbij sneuvelden ook al behoorlijk veel vliegers. Bij de teraardebestelling van een van hen, een op zijn allerlaatste oefen- vlucht omgekomen kameraad, was Hendrikx als een van de weinigen aanwezig. “Met twee of drie mensen hebben we hem begraven, die begra- fenissen waren er bij de vleet. Maar ja, geen tijd hè?” Tijdens deze oefenperiode was het ook voorgekomen dat ze met zijn allen in zwaar weer terechtkwamen. Letterlijk met kunst en vliegwerk moeten ze aan de grond zien te komen. Ze hadden toen een Belgi- sche commandant, een veteraan van de Battle of Britain, en Hendrikx herhaalt zijn woorden die hij bij de evaluatie van die dag uitsprak tegen alle piloten: “Iedere vlieger krijgt in het begin van zijn carrière een zak geluk mee. Daar mag je af en toe wat uithalen. Volgens mij hebben jullie die zak al half leeggemaakt.” In dat najaar van 1944 slaagde Hen- drikx er ook nog in om semilegaal naar Gilze-Rijen mee te vliegen. Vandaar lukte het hem toen om al liftend en het laatste stuk lopend zijn zojuist bevrijde ouders en zus- sen te bezoeken. Het dorp lag nog onder vuur en de hereniging moest vooral in de kelder van het ouderlijk huis worden gevierd. Het was 28 november 1944. “Nog wel op mijn verjaardag, had een van mijn zussen gezegd.”


Noodlanding In het voorjaar van 1945 werd Hen-


drikx eindelijk ingedeeld bij 322 Squadron, met als commandant Bob van der Stok. Ze opereerden vanaf Schijndel en bij de eerste verken- ningsvlucht die hij rond de bases moest maken, vroeg Hendrikx of hij dat ‘een beetje ruim mocht inter- preteren’. En zo vloog hij tussen de torens en de kerktoren van het dorp van zijn ouders door die dag. “Het was op een zondag, de kerk ging net uit en ik kon mijn moeder zien”, ver- telt de veteraan. Het zou echter niet lang meer duren voordat de dag aanbrak waarom hij 73 jaar later een Draaginsigne Gewonden kreeg uitgereikt. Hij moest met ‘Peuter’ Jansen een gewapende verkenning uitvoeren. Hendrikx vertelt hierover: “Om tien voor twaalf of zoiets startten wij en wij kregen meteen bij de frontlinie enorm veel luchtafweer op ons af. Een deel daarvan zie je ook, want dat is lichtspoormunitie en dat komt allemaal recht op je af. Dus wij links en rechts draaien, verder niet veel aan de hand, dacht ik, tot een enorme klap. Dat hoorde ik, mijn motor viel uit en over de radio zei ik dat ik geraakt was en dat ik een noodlanding ging maken. Dat deed ik toen.” Op de vraag of hij niet bang was, antwoordt hij lachend: “Ik schrok wel, een vieze smaak in mijn mond kreeg ik. Nou ja, je moet wel vliegen. Je moet wel wat doen


hè? Je ziet een open vlakte ergens en daar stuur je naartoe. Ik zat te laag om te springen, ik zat misschien op 200 meter. Het kan wel hoor, maar die beslissing neem je in een split second. Dat weet je niet, dat doe je.” Hendrikx kwam met een harde klap neer en het toestel vloog in brand. Ondanks zijn verwondingen wist hij eruit te komen en de toegestroomde Nederlanders te waarschuwen uit de buurt te blijven omdat de explosie- ven aan boord nog konden ontplof- fen. “Die waren hartstikke verbaasd dat ik dat in het Nederlands zei”, vertelt Hendrikx glimlachend om die heikele situatie van toen.


Indië De oorlog was voorbij voor Hendrikx.


Hij werd krijgsgevangen genomen en belandde in het ziekenhuis in Apel- doorn. Daar werd hij bevrijd door de Canadezen, waarna er een lange periode van herstel volgde. Eerst in Nederland, later in Groot-Brittannië. Nog was het niet helemaal voorbij, want hij zou na herstel ook nog naar Indië worden uitgezonden. Zijn ver- blijf daar was tussen de politionele acties in, dus daar zag hij geen echte actie meer. Hendrikx ging studeren, waarbij hij als ‘maandvlieger’ op de Meteor heeft gevlogen. Hij kwam bij Heineken te werken, trouwde en kreeg vier dochters. Na talrijke omzwervingen over de wereld, belandde hij uiteindelijk weer in de geliefde streek waar hij opgroeide.


Formatie van twee gecamoufleerde Spitfire F.Mk.IX's van de Jachtvliegschool. Foto: NIMH mei 2018 41


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65