search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
‘Je kop leeg fiets NIEUW-GUINEAVETERAAN OVER DE RUSTGEVENDE WERKING VAN WIELRENNEN


Als ik gezond naar Holland terugkeer, fiets ik naar Rome. Dat beloofde Tom van Mierlo zichzelf in de groene hel van Nieuw- Guinea. Dertien jaar gelden loste hij deze belofte in. Fietsen is zijn manier om te dealen met de gevolgen van PTSS. “Als het niet goed met me gaat en ik pak mijn fiets, dan kom ik als een ander mens terug. Het doet iets met mijn kop.”


Door: Linde van Deth Foto: Birgit de Roij


V


óór zijn uitzending naar Nieuw-Guinea was Tom van Mierlo (75) op weg om een goede amateur


wielrenner te worden. Toen hij in dienst moest, was hem beloofd dat hij naar Oirschot mocht, daar zat een sportpeloton. “Dan zou ik in de militaire selectie kunnen komen. Toen kreeg ik een briefje waarop stond dat ik naar Ermelo moest. Ik heb dat nog aangekaart bij de com- mandant, maar die had het ook van hogerhand doorgekregen. En drie weken later zat ik op de boot. Ik had niks te willen.” En na Nieuw-Guinea veranderde alles. “De coaches, de clubs, de regels. Dat trok me niet meer. Het wielrennen wel, fysiek was er niks aan de hand. Maar alles eromheen liep stroef.”


Bush Hij vertrok in het voorjaar van 1962


met de Zuiderkruis naar Nieuw-Gui- nea. Met negen man van de geweer- groep heeft hij wekenlang in de jungle van Kaimana in een schuil- bivak doorgebracht. “Na de jungle- training van twee weken moesten we gelijk naar de bivak, twee kilo- meter de bush in. We zouden de mariniers aflossen. Die kwamen we onderweg tegen, ze waren ons al tegemoetgelopen. Die wilden er ook weg, denk ik”, zegt hij met een glimlach. “Wij wisten totaal niet waar we moesten zijn. Het werd donker en we zijn maar onder een struik gekropen met een zeil. En


14 mei 2018


toen begon het schieten. Dat was heel heftig. In de ochtend konden we verder op zoek naar de bivak.” Vanuit daar liepen ze patrouilles om infiltranten op te sporen. “En elke nacht op wacht. Soms wel twee keer, dan waren we maar met vijf man. Slapen deden we nauwelijks. En na een patrouille was er geen veilige plek waar je op adem kon komen.” Hij vertelt dat niet iedereen ertegen kon. “Sommigen werden vervangen. Die begonnen ’s nachts te gillen. Er is er ook eens eentje ver- dwenen. Die schijnt later totaal in de war teruggevonden te zijn aan de kust.” Er was continu spanning en de adrenaline die opgebouwd werd, raakten de militairen niet meer kwijt. Alle jongens van toen hebben klachten overgehouden aan de peri- ode in de bivak, vertelt Van Mierlo Als kind hoorde hij het verhaal van een Indiëveteraan die zichzelf in Indië beloofde naar Rome te fietsen als hij heelhuids zou terugkeren. Dat verhaal maakte enorme indruk. In de groene hel van Nieuw-Guinea, toen er hevig werd geschoten, dacht hij eraan. Zijn maatje bad dat het goed kwam en Van Mierlo beloofde zichzelf ooit naar Rome te fietsen.


Non-stopfietsen Na zijn thuiskomst merkte Van


Mierlo dat het hem niet meer trok om in ploegenverband te wielren- nen. “Ik wilde toen alleen fietsen, geen gezeur aan mijn kop.” Hij begon lange afstanden te rijden, het


Tom van Mierlo met een klassieke wielrenfiets die hij aan het opknappen is.


ultrafietsen. 200, 300 kilometer en meer. Soms fietste hij tochten van 1000 kilometer non-stop, dus dag en nacht, met af en toe een uurtje rust. “Soms sliep je even in een bushokje of zo. Na uren rijden kukelde je soms bijna van je fiets en dan moest je stoppen. Even een uurtje slapen. Dan moest je je stuur al de goeie kant op zetten. Want als je wakker werd, was je dizzy en wist je niet meer welke kant je op moest. Toen hadden we nog geen gps”, zegt hij lachend. Het fietsen werd voor Van Mierlo een manier om te dealen met klachten die hij overhield aan zijn uitzending naar Nieuw-Guinea. Tijdens de nach- telijke fietstochten was hij vooral bang voor de duisternis. “Zeker als ik ergens in Frankrijk reed, dan was het pikkedonker. Dan was ik zo weer terug in Nieuw-Guinea. Door ’s nachts te fietsen heb ik die angst voor het donker overwonnen. Fietsen werkte voor mijn kop. Ik had toen


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65