This page contains a Flash digital edition of a book.
gevoerde analyse blijkt namelijk dat dertig procent van alle onderhoudskosten van een kunstwerk gaan zitten in de voeg- overgang.” “De aandacht voor voegovergangen en de kennis erover is vaak onvoldoende”, zegt Barry Doorn, specialist bij Volker Infradesign en eveneens lid van PVO. “De voegover- gang wordt vaak onderschat, terwijl het complex is. Soms be- staat er lange tijd ook onduidelijkheid wie de voegovergang oppakt: de civiele aannemer van het kunstwerk of de wegen- bouwer.”


Tijdsdruk Veel problemen kunnen voorkomen worden met voldoende tijd voor de aanleg, zegt Van Beek. Bij werkzaamheden is de tijdsdruk enorm; om verkeershinder te beperken sturen de contractanten of de aannemers er op aan dat de klus in zeer korte tijd, vaak in één of meerdere korte nachten, wordt ge- daan. “Maar het aanbrengen en vervangen van een voegover- gang luistert heel nauw. Als er weinig tijd is, dan wordt het sloopwerk snel en met zwaar materieel uitgevoerd. Dat kan al- lerlei problemen veroorzaken. En er wordt vaak snel hardend beton gebruikt, dat gevoelig is voor krimpscheuren en kan lei- den tot lekkages en andere schades.”


Werken in slots ideaal Van Beek is van mening dat er voldoende tijd moet worden gereserveerd voor de werkzaamheden. “Het werken in lan- gere aaneengesloten perioden, zogenaamde ‘slots’ zoals een weekendafsluiting, is ideaal. Binnen Rijkswaterstaat stel ik dan ook de vraag: wil je een duurzame en betrouwbare voeg- overgang? Dan moet je daarvoor wel de tijd nemen bij de aan-


RIJKSWATERSTAAT STELT EISEN, MAAR SCHRIJFT IN DE REGEL GEEN SPECIFIEK TYPE VOEGOVERGANG VOOR


leg. Niet alleen aandacht voor hinder tijdens de uitvoering, maar ook voor de hinder tijdens de gehele levensduur.” Een afweging op basis van lifecyclekosten is ook belangrijk, stelt Van Beek. “Een bepaalde voegovergang kan meer kosten bij aanleg, maar kan binnen de gehele levensduur wel eco- nomisch zijn. Binnen Rijkswaterstaat wordt die afweging nog niet altijd, maar gelukkig wel steeds vaker gemaakt. De markt kun je daarvoor ook oplossingen laten bedenken. Een aanne- mer gaat anders denken als wij gedurende een lange periode gaan betalen voor de beschikbaarheid van de weg.”


Toezicht Doorn is van mening dat toezicht belangrijk is voor een goede kwaliteit. “De druk op bedrijven om goedkoop te werken, is enorm. Zonder toezicht gaat de markt de grenzen opzoeken. Daartoe zijn bedrijven ook vaak gedwongen, want de hele ke- ten staat onder prijsdruk om een project rendabel te maken. Je ziet offertes waarbij bij voorbaat duidelijk is dat je daarvoor te weinig kwaliteit krijgt. Het dilemma is dat er partijen in de markt zijn die, ondanks beter weten, bereid zijn het werk uit te voeren voor een lage prijs en in een te krappe tijd, met mo- gelijke risico’s voor de kwaliteit. Deze partijen bepalen de prijs in de markt. Hier is een stuk opvoeding nodig bij inkopers en aannemers. Men moet niet alleen kijken naar de prijs, maar ook naar de risico’s en uitvoerbaarheid binnen de gestelde


Foto boven Barry Doorn, onder Frank van Beek


Nr.1 - 2016 OTAR O Nr.1 - 2016TAR 41


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58