This page contains a Flash digital edition of a book.
Assetmanagement is samenwerken Het toepassen van assetmanagement vraagt om alle mede- werkers te inspireren, mee te nemen in de denkwijze en in het werk met elkaar te verbinden. De meest effectieve werkwijze is als medewerkers nieuwe vaardigheden leren en kennis op- doen binnen de eigen werkomgeving. Een gemeenschappe- lijke taal is daarbij een voorwaarde. Medewerkers krijgen op deze manier inzicht in wat het toepassen van assetmanage- ment betekent voor hun eigen werkzaamheden. Samenwerken en integraal werken is het uitgangspunt. Overigens is het ei- gen maken van assetmanagement een proces dat tijd kost. Als medewerkers deze ontwikkeling samen doormaken, versterkt dit het leerproces.


Loslaten en verbinden We streven ernaar dat medewerkers hun bestaande werkwijze loslaten. Bij een technisch georiënteerde focus wordt bijvoor- beeld elke weg hersteld, ongeacht de functie van de weg. Het assetmanagement denken vergt een andere afweging. Een be- langrijke ontsluitingsweg met schade wordt direct hersteld ter- wijl dit voor een afgelegen weg niet meteen nodig is.


De scheiding van rollen tussen assetmanager (beslisser) en dienstverlener (uitvoerder) vraagt om een andere werkwijze. Duidelijke contractafspraken zijn het kader voor nieuwe sa- menwerking. Voorheen waren beslisser en uitvoerder soms dezelfde persoon. Nu krijgt de beslisser een regierol en stuurt de uitvoerder aan op basis van de contractafspraken. Dit is een wezenlijke verandering. Betere informatie uitwisseling is belangrijk om invulling te geven aan deze rollen. Samenwerken en verbinden is een randvoorwaarde voor het succes.


Het leerproces Het overdragen van assetmanagement kennis start met de infor- matiebehoefte binnen de organisatie. De benodigde aanpak is afhankelijk van de startsituatie. Onderstaande afbeelding toont de leercyclus volgens Maslow om kennis eigen te maken.


Interne communicatie verbeteren Veel organisaties ervaren een afstand tussen de technische wereld van de assetmanager en het werkveld van bestuurders. DON Bureau ontwikkelt met provincies en andere partijen een sturingsmodel voor objecten. Het is een communicatie-instrument van de assetmanager naar de bestuurder.


Dit instrument is eenvoudig van opzet, zodat een bestuurder de infor- matie snel tot zich kan nemen en er op kan reageren. Het is geschikt voor alle overheden en voor alle objecten in de infrastructuur. Het is bedoeld om antwoord te geven op de assetmanagement kernvraag: “Doe ik de goede dingen en doe ik ze goed?”.


Leerbehoefte bepalen DON Bureau gebruikt een eenvoudig instrument om de delta te bepalen tussen de huidige en gewenste situatie. Dit omvat een aantal groepssessies met het management, beheerders, dienstverleners etc. Onder begeleiding geven zij individueel per meerkeuze vraag aan welke stelling (uit kwadrant IV) zij het meest van toepassing vinden in de eigen situatie. De resulta- ten maken duidelijk wat de stand van zaken is en welke asset- management thema’s eerst aandacht vergen.


De ervaring leert dat het groepsgewijs bespreken van de vra- gen het inzicht, bewustzijn en het draagvlak vergroten. Deel- nemers krijgen op deze manier de juiste focus en zijn vaak en- thousiast na de sessie.


Gewenste aanpak


De leerbehoefte vormt de basis voor het bepalen van de ver- volgstappen. De vraag is welke aanpak het beste past bij de organisatie. Voor welke assetmanagement thema’s wil de or- ganisatie zich ontwikkelen en welke doelen horen daarbij. Voor de vervolgaanpak zijn verschillende richtingen denkbaar, on- der andere: o Organisatie brede bewustwording en het doen van asset- management.


o Gerichte kennis overdracht voor één of meer doelgroepen.


Organisatiebrede bewustwording en doen De organisatiebrede bewustwording en het doen van asset- management is een veranderopgave. Dit vergt een program- ma dat de huidige situatie verbindt met een stip op de horizon. Hierbij is zowel de inhoud als een andere denk- en werkwijze van belang. Actieve betrokkenheid en commitment van de di- rectie met een duidelijke visie op assetmanagement is een be- langrijke voorwaarde voor succes.


Voor de stap van kwadrant 1 naar 2 is bewustwording nodig dat kennis ontbreekt. De stap van kwadrant 2 naar 3 vergt een leerproces om nieuwe kennis te verkrijgen. Voor de stap van kwadrant 3 naar 4 is begeleiding nodig om de nieuwe ken- nis volledig te beheersen. Door de stap van kwadrant 4 naar 1 door bijsturing, start een nieuwe leercyclus.


Het programma bevat projecten die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van medewerkers. Belangrijk is de sturing op tempo, haalbaarheid, effi ciëntie, fl exibiliteit en doelgerichtheid om de projectdoelen te behalen. Samenhang en integraliteit is hierbij een belangrijk kenmerk.


Veel aandacht is nodig voor helderheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en de eigen bijdrage aan het geheel.


Nr.1 - 2016 OTAR O Nr.1 - 2016TAR 17


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58