This page contains a Flash digital edition of a book.
dingen door te knippen en toen het hem niet lukte, probeerden ze het zelf. De oorspronkelijke losse leidingen waren echter vlak daarvoor vervangen door een systeem waarmee ze door metalen buizen werden geleid. Ver- volgens trachtten ze met Kooijman als een soort schild voorop de westoever te bereiken. “Ik liep en even later vond ik mezelf terug tussen de rails in het grind op de spoorbielzen en werd ik overeind gehol- pen. Hoe ik daar gekomen ben, dat weet ik niet”, ver- telt Kooijman na al die jaren met rustige stem. “Dat moet wel door de luchtdruk van de explosie geweest zijn, want diegene die achter mij liep, is er niet over gekomen.” ‘Nou, hoe kom jij hier ineens?’, kreeg hij te horen toen hij gevonden werd door de Nederlandse troepen. ‘Je bent de enige.’ Later zou blijken dat ook korporaal Jongkind en ser- geant De Vries het ondanks hun ver- wondingen overleefd hadden. “Toen hebben ze me naar Buggenum gebracht”, vervolgt Kooijman en hij vertelt hoe hij, omdat hij steeds het bewustzijn verloor en van de fiets afviel, op de stang werd gezet en klem werd gehouden door de bestuurder. Hij had ondertussen voor langere tijd het bewustzijn verloren. Van Buggenum ging het naar Hae- len, maar dat alles weet Kooijman alleen omdat zijn moeder een pakje had gekregen met wat persoonlijke eigendommen en het bericht dat hij in het huis van de afzenders werd verpleegd. Zijn moeder had echter ook te horen gekregen dat hij vermist werd.


Schimmige tijd


Er volgde in alle verwarring van die periode een schimmige tijd voor Kooijman. Hij vermoedt dat hij ook


48 JANUARI-FEBRUARI 2014


hij wist op de een of andere manier slechts gekleed in een broek naar buiten te komen. “Toen hoorde ik daar iemand zeggen: ‘Laat hem maar lopen, ik zorg wel verder voor hem.’” Kooijman vermoedt dat dit mensen van zijn groep waren. Kooijman kwam uiteindelijk in het Militair Hospi- taal in Utrecht terecht en zou wel degelijk van zijn verwondin- gen herstellen. Hierdoor kon hij aan het eind van de oorlog ook weer actief worden en hij kreeg werk bij


de spoorwegen. Na de spoorweg-


staking moest hij onderduiken en kon hij zich aanslui-


ten bij het verzet en vervolgens bij de Bin-


nenlandse Strijdkrachten. Waarschuwen


Nog vraagt Kooijman zich af of ze niet beter gewaarschuwd hadden


Cornelis Kooijman als militair, staand meest rechts. Foto: privécollectie Cornelis Kooijman


nog in een klooster verpleegd is, maar in de schemerzone waar hij toen door zijn verwondingen ver- keerde, leidde hij dat alleen af aan de kappen van de nonnen en hun rui- sende rokken. Hij kwam daar op een gegeven moment bij, toen het, na alle rumoer van de voorgaande periode, ineens heel erg stil was. Hij merkte op dat hij alleen was. Hij dacht dat hij dan ook wel gehaald zou worden, want zelf kon hij niet lopen. Totdat hij te horen kreeg van iemand van wie hij later dacht dat het een non in de deuropening was: ‘Hier ligt nog iemand.’ Vanuit de gang werd toen geroepen: ‘Ja, laat die maar lig- gen, want die haalt het toch niet.’ Kooijman vervolgt met gevoel voor understatement: “Je zult mij nooit horen vloeken, maar ik heb toen wel gevloekt.” De non schrok ervan en


kunnen worden. “Wij wisten niets. Je staat daar gewoon een stelletje spoor- wegarbeiders onder schot te houden.” Ook Loe de Jong zou later in deel 2, Neutraal, van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld- oorlog oordelen dat ondanks alle waarschuwingen de commandant van de Peeldivisie en de commandant van het Derde Legerkorps hierin verzaak- ten. Later heeft Kooijman getracht te ontwaren wat er precies gebeurd is. Dat het een en al verwarring was, zou jaren later ook blijken toen Kooijman de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Alhoewel hij wel met wacht- geld het Militair Hospitaal in Utrecht verliet, bleek dat hij bij Defensie nog steeds als vermist geregistreerd stond. Kooijman kan er nu hartelijk om lachen. Toen hij in het ziekenhuis herstelde, zei een verpleegster al tegen hem: ‘Mensen die dit overleven, worden oud.’ “En nou, ik ben nu 95.” Kooijman trouwde in 1948, kreeg twee kinderen en is tot zijn pensioen bij de spoorwegen blijven werken.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64