This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige Door: Gielt Algra K


ooijman werd geboren op Terschelling, maar groeide op in Rotterdam en voelde zich ook Rot-


terdammer. In maart 1938 werd hij opgeroepen voor zijn nummer. Hij werd opgeleid bij de infanterie in Ede en oefende zich onder meer in het bedienen van het zware machine- geweer. “Dat ging nog met zo’n kar- retje. Het had een driepoot en je kon erachter zitten”, vat Kooijman na al die jaren in een notendop de training met het zware machinegeweer samen. Toen hij in maart 1939 de dienst weer verlaten kon, zou dat voor korte duur zijn.


Mobilisatie In september 1939 werd hij, net als


tienduizenden andere Nederlandse mannen, gemobiliseerd. Hij sol- liciteerde toen naar een functie bij de militaire politie en kwam na een opleiding in Den Haag en Nieuwer- sluis als korporaal bij de politietroe- pen terecht. Een eenheid die onder meer werd ingezet voor de beveili- ging van strategische objecten. Het was in deze hoedanigheid dat Kooijman in de winter van 1940 bij het detachement politietroepen bij de spoorbrug over de Maas bij het Limburgse Buggenum werd gestatio- neerd. Deze brug wilden de Duitsers, net als een aantal andere bruggen over de Maas, het Maas-Waalkanaal en de IJssel, onbeschadigd in handen krijgen, om zo snel door te kunnen stoten richting België en de Vesting Holland. Vooralsnog beschrijft Kooijman deze periode aan de vooravond van het uitbreken van de vijandelijkheden als ‘een prachtig leven’ en geksche- rend vertelt hij hoe ze als dienders van justitie geregeld een schepje kolen van de passerende treinen ‘leenden’ waardoor zij het in hun barakken op de westoever, langs het spoor, nooit koud hadden. Lachend stelt hij dat hij dat nu wel durft te vertellen: “Want dat is nu verjaard, ze pakken mij niet meer.” Ze praatten eigenlijk niet veel over de toenemende spanning. Ze wan- delden geregeld naar het dorp en hadden het er vaak over wanneer ze weer naar huis mochten met verlof.


Spoorbrug over de Maas bij het Limburgse Buggenum. Foto: NIMH


Eigenlijk ging dat zo door tot de mor- gen van de 10e mei. “Om een uur of drie ’s ochtends kwam sergeant De Vries aanzetten”, vertelt Kooijman, “en hij stelde voor de afscheiding tot de spoorbrug op de oostoever af te sluiten, want je hoorde een hoop knallen en waar ze nou mee bezig waren, wist hij niet.” Achteraf begreep Kooijman dat dit de grens- troepen waren, die bomen opbliezen zodat die als versperring voor de naderende Duitse troepen over de weg zouden vallen.


Mannen in spoorwegkleding Kooijman legt uit dat ze de afslui-


ting, een soort grote, stalen schutting, niet helemaal dicht konden doen omdat ze anders helemaal geen zicht meer hadden op wat er vanuit het oosten op hen afkwam. “We hadden er dus een opening tussen gehouden en daar zat de derde man van ons.” Ze waren met drie korporaals en een sergeant en beschikten over een telefoonverbinding met de westoever toen ze plotseling een groep mannen in spoorwegkleding op hen af zagen komen. “Wij lieten ze halt houden op zo’n 30, 40 meter. Toen liet de ser- geant er eentje naar binnen komen, die had een legitimatiebewijs van de Nederlandse Spoorwegen en dat was gewoon ondertekend. Langs de grens kon je geen verschil horen tussen het Nederlands dialect en het Duits dialect en die daar kwamen, spraken ook een beetje dialect, zal ik maar zeggen.” Bij Kooijman en zijn groep was echter ook ‘een spoorman’ en die


verklaarde bij het nakijken van de papieren van deze groep spoorweg- arbeiders dat hij de plek waar deze spoorwegarbeiders meenden heen te moeten gaan helemaal niet kende. Dit gebeurde echter in het hok van de NS waar de telefoon stond en waar de sergeant was. Kooijman en collega korporaal Touw hielden met hun karabijnen de rest van de groep in de gaten. “Vanuit de achterste rij stapten er twee uit, alle twee tege- lijk, ze waren goed getraind”, vertelt Kooijman, “en het was ineens aan- leggen. Nou voordat wij met pistool of karabijn konden…, toen was het al gebeurd. Touw, die naast me stond, ging direct tegen de vlakte en die is dan ook gesneuveld daar. In het hokje werd ook geschoten en Jong- kind en sergeant De Vries zijn alle twee ook gewond geraakt.” Kooijman vertelt over deze schokkende ogen- blikken waarbij hij zelf ook onmid- dellijk geraakt werd. “Ik wist niet dat ik gewond was. Ik kreeg een klap. Want je voelt het niet, alleen, ik werd wel erg benauwd. Dat moest ook wel, want mijn rechterlong liep vol bloed en waar bloed zit, kan geen lucht zitten.”


Leden van het Duitse overvalscom- mando zetten hem ondanks zijn ver- wonding op zijn benen en drukten hem een tang in de handen. Volgens Kooijman wisten ze precies waar ze moesten zijn, want ze dwongen hem de brug op te lopen, voorop, over het zuidelijke looppaadje, naar een plek waar ze bij de leidingen naar de springladingen konden komen. Ze dwongen Kooijman eerst de lei-


JANUARI-FEBRUARI 2014 47


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64