This page contains a Flash digital edition of a book.
Foto: ministerie van Defensie


Honderd jaar militaire luchtvaart (3)


Ik hoorde van twee oud-collega’s die ook bij de voormalige Marinelucht- vaartdienst (MLD) hebben gediend, dat zij zich wat druk maakten over de tekst van twee artikelen over de MLD. Hier worden namelijk de woorden vlieger en piloot door elkaar gebruikt. Toen ik eind jaren zestig mijn eerste plaatsing kreeg op MVK Valkenburg en bij de Neptunes kwam te werken, bleek al gauw dat het woord piloot niet erg populair was onder het vliegend personeel. Het gold in feite voor het gehele squadronpersoneel. De vliegers zeiden: ‘We zijn opgeleid als vlieger bij een vliegschool en dus zijn we vlieger en geen piloot.’ Kortom, het woord piloot was not done. Niet gebruiken dus. Uiteraard is het in het Engels wel pilot, maar ook ik vind vlieger – en dan niet zo’n ding aan een touwtje dat in het Engels kite is – precies beschrijven wat deze mensen doen, namelijk vlie- gen. Bij de MLD luisterden de vliegers niet als ze als piloot werden aangespro- ken. Dat het een gangbaar Nederlands woord is, ja natuurlijk, maar, heb ik later begrepen, in de General Aviation heeft men het ook over vliegers. Ik weet niet hoe het toen en nu bij de lucht- macht is, maar het woord piloot zat bij de MLD dus in de ban.


C. Knipper, Zijdewind


Nederlands-Indië Het artikel ‘Je hoorde weinig over Indië’


over Jan Janssen uit Mook (Checkpoint 7-2013) was mij uit het hart gegrepen. Het deed mij goed om de ervaring van hem aan de mijne te toetsen en te ervaren dat ik geen ongelijk heb over de behandeling van de toenma- lige regering die ons zwaar in de kou heeft laten staan. Verbaas u niet, ver- wonder u slechts. De voeding van de Nederlandse militairen kost € 65,- per dag (let wel zo’n 143 Hollandse gul- dens). Natuurlijk moet iedereen die in vaderlandse dienst is normaal gekoeld kunnen eten van verse groente, toetjes en dergelijke. Beveiligde transportkon- vooien en vliegtuigen dragen hiertoe bij, om voor het oog van de wereld in opdracht van je regering te laten zien voor wat voor een goed doel je bezig bent. Vooral als het je betaalde baan is. Als je echter in 1948 als dienstplich- tige door Drees werd uitgezonden naar Indië om de belangen van het kapitaal te beschermen, had je het minder goed getroffen. Wij hadden geen betaalde baan en moesten zien rond te komen van – omgerekend – 38 eurocent per dag. Daarbij kwam dat het eten in die tijd erg inferieur was. ’s Morgens bij het ochtendeten (ontbijt kon je het niet noemen) moest je de boterham tegen het licht houden om te zien hoeveel maden erin zaten. Waren het er meer dan vier, dan kon je een andere boter-


ham gaan halen, bij minder dan vier moest je die eruit halen en je brood opeten. De eendeneieren bij het ontbijt moesten twintig minuten gekookt worden en waren dus keihard. Werd dit niet gedaan, dan kon je paratyfus krijgen. De kok keek ’s morgens naar het brood, als hij een brood doorbrak en de lengtedraden waren korter dan dertig centimeter, dan was het brood goedgekeurd voor consumptie. De macaronisoep was voor ons toen een delicatesse. Totdat de soep bereid werd. Nadat de kok de soep bereid had, bleek dat er mieren in de macaroni waren gekropen. Nadat de soep gekookt had in een grote pan, werden de dode mieren met een grote schuimspaan eruit geschept. Had je meer dan twin- tig mieren in je soep, dan kon je een nieuw bord soep halen. Het onthaal bij terugkeer was ook indrukwekkend. Geen minister van Defensie of premier met toespraken hoe goed je het kapitaal wel had verdedigd, alleen een douane- ambtenaar die als eerste aanspreekpunt vroeg hoeveel sigaretten je had meege- nomen uit Aden. Dan werd je in een bus gestopt en op je huisadres gedropt. En dat was het. Een paar dagen later kreeg je een kledingbon thuis met de


mededeling dat je voor fl 75,- (zo’n € 34,-) kleding kon kopen voor je her- integratie in Nederland. Einde verhaal, zoek het zelf maar uit. Ik verwonder me slechts.


A.W. Standaar, Amsterdam


Nieuw-Guinea Hierbij wil ik een opmerking maken over het boek De eer en de ellende (Checkboek 5-2013). Een pluim voor de schrijver, maar op pagina 394 staat iets wat niet juist is. Omstreeks 24 augustus 1962 kregen wij van het 2e peloton 17e Infanterie Bataljon, gelegen in Ifar, opdracht om op patrouille te gaan op zoek naar infiltranten die in de Tanah Merah baai aan land waren gegaan. Na ongeveer vier dagen wer- den wij geheel onverwachts beschoten vanaf een helling. Wij hebben toen vijf infiltranten gearresteerd en afgevoerd. Hierbij was geen politie aanwezig. De arrestanten waren gewapend en beslist geen antropologen of natuurkundigen.


N. Slangen, Wijnandsrade


JANUARI-FEBRUARI 2014


41


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64