This page contains a Flash digital edition of a book.
Checkpoint Barry


Tweede huid H


et was de eerste dag van mijn nieuwe leven. In mijn slaapkamer lag mijn uniform in een hoopje op de grond.


Wat had ik dat graag gewoon weer aan- getrokken. Gisteravond had ik het uit- gedaan, om me vanaf vandaag weer in mijn burgerkleren te hijsen. Ik heb altijd van mijn uniform gehou- den. Ik vond het mooi, het zat lekker, het was praktisch en ik hoefde ’s mor- gens nooit na te denken over wat ik die dag aan zou trekken. Ik droeg het graag en met trots, behalve de tenten die voor onderbroeken door moesten gaan. Verder vond ik het allemaal even gewel- dig: mijn kisten, mijn sokken, zelfs de elastieken in mijn broekspijpen. Tot aan mijn opkomst was het me een raadsel hoe die broek zo mooi over die kisten kon vallen. Ik dacht altijd dat de broekspijpen gewoon in de schachten werden gefrommeld. Maar het leger zou het leger niet zijn als het ook daar niet een praktische en even simpele als geniale oplossing voor had. Stukje elas- tiek bijeen binden, dat om je kuit doen en de broekspijp langs de buitenkant eronderdoor omhoog rollen. Het had iets geheimzinnigs, als iets wat je alleen te weten komt als je ergens tot bent toe- getreden. Een uniform moet goed zitten. De maten moeten kloppen. Mensen die een te groot of te klein uniform dragen, zien eruit als kabouters. Dat wat ze enige


uitstraling zou moeten geven, werkt eerder lachwekkend. Het is dan ook geen uniform meer, maar gewoon slecht zittende werkkleding. Een uniform moet goed van snit zijn en zorgvuldig gedra- gen worden. Schoon, onbeschadigd en knopen en ritsen dicht.


De laatste keer dat ik een bekeuring kreeg, wat gelukkig alweer lang geleden is, heb ik me nog het meest gestoord aan het feit dat ik die bon kreeg van een ongeschoren agent in een rommelig uni- form. Hoe kon ik die man serieus nemen als autoriteitsfiguur, het was gewoon een lapzwans. Mijn uniform was samen met mijn blauwe baret een tijd lang deel van mijn identiteit, terwijl het me tegelijkertijd een deel van mijn identiteit ontnam, maar dat was slechts een oppervlakkig soort identiteit. Mensen zien er maar al te vaak ongelooflijk uniform uit in hun burgerkloffies.


Ik droeg mijn uniform graag en met trots


Modeontwerpers kijken naar het leger voor inspiratie en in oude tijden intro- duceerden soldaten die terugkeerden van verre veldslagen nieuwe kleding- stukken in hun samenleving, zoals de broek die door de Romeinen in Duits- land werd ontdekt en overgenomen. De trenchcoat (waarvan ik me nu pas rea- liseer dat het ‘loopgravenjas’ betekent), de cardigan, het T-shirt, de parka en de baret. Allemaal uniformdelen die niet meer weg te denken zijn uit het dage- lijks leven.


De uitreiking van mijn uniform was samen met het uitschrijven bij de bur- gerlijke stand het definitieve moment van mijn initiatie in het leger. Ik was geen burger meer en ik had nu de kle- ding die dat aantoonde. Wanneer ik in het weekend mijn spijkerbroek, T-shirt en gympies aantrok, dan was het alsof ik een van hen was, maar ik was het niet. Mijn lijf en leden behoorden toe aan de Nederlandse staat. Eén keer tijdens mijn uitzending heb ik op het kamp voor een avond burger- kleding aangetrokken. Het gevoel van kwetsbaarheid dat me dat gaf, was genoeg om het nooit meer te doen. Ik wilde me even ‘normaal’ voelen, de alledaagse werkelijkheid ontvluchten, maar ik was me alleen maar meer bewust van die werkelijkheid en het feit dat mijn kleding totaal ongepast was in die omgeving. Net zoals op die ochtend van de eerste dag van mijn nieuwe leven en toen ik een maand later mijn plunje- baal moest inleveren, voelde het alsof ik een deel van mezelf weggaf.


Barry Hofstede maakte van november ’92 tot mei ’93 als dienstplichtig chauffeur deel uit van het 1e NL/BE VN Transportbataljon in Centraal-Bosnië, waarna hij tien jaar nodig had om die periode enigszins een plek te geven. Sinds 2002 ontplooit hij zich als (toneel)schrijver. Hij schrijft over uiteen- lopende zaken, maar oorlog en veteraan zijn in Nederland zijn terugkerende thema’s in zijn werk. In 2013 verscheen zijn eerste boek NL-Peacekeeper. Daarnaast is hij hartstochtelijk muziekliefhebber. Hij denkt nog iedere dag aan wat hij heeft gezien en meegemaakt tijdens zijn uitzending.


JANUARI-FEBRUARI 2014


19


Column


Foto: Karin Stroo


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64