search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
FOTO: GERBEN MESSELINK


als sluipwespen van rupsen. Een prachtig voorbeeld hiervan is de bestrijding van de exotische plaag Tuta absoluta met in- heemse sluipwespen in Zuid-Europa. Weerbaarheid van teeltsystemen kan verder worden ver- hoogd door het preventief inzetten, bijvoeren en stimuleren van natuurlijke vijanden, iets wat al volop gebeurt en steeds verder wordt ontwikkeld.


Voor de plagen en ziekten die we absoluut niet willen, is het snel detecteren en uitschakelen een goede strategie. Voor deze aanpak komen steeds meer innovatieve middelen op de markt, zoals het automatisch scouten met beeldverwerking, snelle detectiekits, apps om het scouten en monitoren te on- dersteunen en zelfs drones die na detectie plagen uitschake- len. Maar, zoals gezegd, het volledig vrij houden van plagen en ziekten is niet realistisch. Een beweging die een beetje haaks staat op dit idee van iso- leren, is het juist meer verbinden van kasteelten met de om- geving. In open teelten worden akkerranden van bloeiende planten, die natuurlijke vijanden van plagen ondersteunen al jaren met succes toegepast. Ook in de directe omgeving van kassen wordt steeds meer ecologisch bermbeheer toegepast om het algemeen voorkomen van insecten (met namen bijen en andere bestuivers) te stimuleren. Het deltaplan voor biodi- versiteitsherstel in Nederland zal deze ontwikkeling van na- tuurinclusieve tuinbouw verder stimuleren. De natuurlijke vijanden vanuit de kasomgeving kunnen sterk bijdragen aan de bestrijding van plagen in kassen waar we nu nog geen natuurlijke vijanden voor beschikbaar hebben, zo-


Leger moet eten Ik verwacht dat deze ontwikkeling van een ‘standing army’ onverminderd doorgaat en dat we steeds beter in staat zullen zijn om onze eigen ecosystemen te ontwerpen en in stand te houden voor een optimale plaagbestrijding. Nu al worden steeds meer alternatieve of aanvullende voedselbronnen zo- als nectar, stuifmeel, meelmot-eieren, pekelkreeftcysten of prooimijten, ingezet om natuurlijke vijanden beter te laten vestigen. Van sommige bestrijders kan vestiging verder ver- beterd worden door het aanbieden van schuilplekken of planten voor eileg. In onderzoek zijn we ook steeds meer aan het kijken hoe natuurlijke vijanden elkaar kunnen aanvullen en versterken, doordat ze bijvoorbeeld verschillen in tempe- ratuurgevoeligheid of hun voorkeur voor bepaalde plekken in het gewas. De verwachting is dat weerbaarheid van teeltsys- temen nog veel verder wordt verhoogd met het ontwikkelen van deze functionele biodiversiteit. Als onderdeel van algemene weerbaarheid van teeltsystemen is de weerbaarheid van de plant uiteraard van groot belang. Het induceren van plantweerbaarheid met micro-organis- men, elicitors, veranderingen in het microbioom of met licht- behandelingen staat erg in de belangstelling. Ook het afstem- men van de bemesting om groei van plagen en ziekten te beperken krijgt steeds meer vorm. Wat in mijn mening tot nu toe onderbelicht blijft is de inte- gratie van plantweerbaarheid met biologische bestrijding. Biologische bestrijding van plagen is in veel teelten de basis van bestrijding en plantweerbaarheid zou ondersteunend moeten zijn aan dat systeem. Het is nog maar de vraag of een resistentie of geïndu- ceerde weerbaarheid altijd goed uitpakt voor biologische plaagbestrijding. Voor veel ziek- ten is dit anders en is plantweerbaarheid of resistentie juist weer belangrijker dan biolo- gische bestrijding. Tot slot zullen in teeltsystemen correctiemid- delen nodig blijven als de algehele weerbaar- heid van het teeltsysteem niet afdoende werkt. Gelukkig zien we naast het verdwijnen van chemische gewasbeschermings- middelen ook een sterke opkomst van biologische middelen, zoals specifieke schimmels, bacteriën en virussen die plagen en ziekten bestrijden. Een groot probleem is het trage en complexe toelatingstraject, maar een meer op maat gemaak- te regelgeving kan de toelating van dit soorten middelen ho- pelijk versnellen. Ze zullen hard nodig zijn in de toekomst.


▶GROENTEN & FRUIT | 9 oktober 2020


‘Een kas potdicht maken als een onneembare vesting is niet realistisch’


51


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76