search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
G&F 75 JAAR ▶▶▶GEWASBESCHERMING


Entomologisch onderzoek naar het effect van led-belich- ting op biologische bestrijding.


ten van verschillende pesticiden op menselijke gezondheid. De wereldwijde afname van insectenpopulaties en de moge- lijk rol van pesticiden daarin zijn groot in het nieuws geko- men, net als de effecten van neonicotinoïden op bijen en wil- de bestuivers. En of het nu altijd terecht is of niet, de consument (of supermarktketens onder druk van ngo’s) zul- len blijven vragen om schone, veilige producten met minima- le of geen residuen van gewasbeschermingsmiddelen. In de laatste convenanten met deze partijen gaat het verder dan dat. Niet alleen het residu is belangrijk, maar ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ergens in de keten wordt steeds meer beperkt. De druk op chemische gewasbescher- mingsmiddelen blijft dus groot en het aantal beschikbare middelen zal naar verwachting steeds verder afnemen.


Toekomstige ziekte- en plaagdruk Om te kunnen voorspellen hoe de bestrijding van ziekten en plagen zich zal ontwikkelen is het goed om eerst te kijken hoe de tuinbouw zich zal ontwikkelen. De wereldwijde uit- braak van de virusziekte Covid-19 en de maatregelen om ver- spreiding in te dammen heeft de wereld wakker geschud. We gaan ineens heel anders naar de wereldeconomie kijken. Het besef van het belang van zelfvoorzienend zijn in voedselpro- ductie is door de Covid-19-uitbraken groter geworden. Nu zit dat in Nederland wel goed. We produceren ongeveer vier- maal zoveel groenten en fruit als we consumeren. Van onze eigen productie wordt ongeveer 70% geëxporteerd, maar door de behoefte om jaarrond verse groenten en fruit be- schikbaar te hebben, wordt er ook veel geïmporteerd. Mis- schien gaat dit door alle huidige problemen in de luchtvaarts- ector veranderen en worden er bijvoorbeeld minder verse boontjes uit Afrika ingevlogen en wellicht ook minder geëx- porteerd. De trend van het meer lokaal produceren van een groter arse- naal van groenten en fruit met nieuwe kasteelten, zoals zachtfruit, vanille, papaja, avocado en passiefruit, zou door de gevolgen van Covid-19 weleens versneld kunnen worden. Dit alles heeft ook gevolgen voor de gewasbescherming. Nieuwe teelten hebben ook weer nieuwe exotische plagen en ziekten, waarvoor per teelt een aanpak ontwikkeld moet wor- den. Ook in de gangbare teelten zullen dingen veranderen. Door de opwarming van de aarde en handelsstromen zullen nieuwe invasieve plagen en ziekten komen, waar we nog geen pasklare methoden voor bestrijding voor hebben. De tuinbouw zal zich verder verduurzamen en de energietransi- tie zet door. Er zal dus een integrale aanpak voor ziekte- en plaagbeheersing moeten komen, waarbij met deze verande- ringen in gewassen, teeltsystemen, klimaat en licht rekening


50 ▶GROENTEN & FRUIT | 9 oktober 2020


gehouden moeten worden. Zijn we in staat om deze verande- ringen en uitdagingen aan te gaan?


Plagen permanent gevestigd Een groot dilemma in gewasbescherming is de balans tussen het voorkomen van nieuwe plagen en ziekten en aan de an- dere kant het verhogen van weerbaarheid. Wat dat betreft lijkt de discussie op die over Covid-19, een lockdown versus groepsimmuniteit. Voor sommige plagen en ziekten, zoals q-organismen en bepaalde virussen en bacterieziekten is het absoluut noodzaak om besmetting van teelten te voorkomen met allerlei hygiënemaatregelen. Maar een kas potdicht ma- ken als een onneembare vesting is niet realistisch, afgezien misschien van de bladgewassen in afgesloten klimaatcellen. Deze manier van telen is echter voor veel gewassen niet ren- dabel. In gangbare kasteelten komen plagen en ziekten alge- meen voor en zijn vaak permanent gevestigd, en hetzelfde geldt voor open teelten. In dat geval kan beter gekeken wor- den naar een verhoogde weerbaarheid van het teeltsysteem. Voor beide manieren van aanpakken zullen verdere technie- ken ontwikkeld worden.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76