search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Meer dan drinkwater tijdens diertransport


Zijn Nuffield Scholarship wil Frank Mandersloot gebruiken om te onder- zoeken hoe het diertrans- port gebeurt in landen met extreme omstandigheden. Om de opgedane kennis toe te passen binnen het eigen transportbedrijf.


DOOR HANS BIJLEVELD B


eperken van weerstandsver- lies, gewichtsafname en uitval. Dat is het streven van Man- trans bij het diertransport. Of het nu gaan om fokpluimvee, pluimvee dat nog in productie moet komen, of om dieren die


naar de slachterij gaan. “We proberen de die- ren tijdens het transport op dezelfde manier behandelen zoals de boer dat doet”, zegt Frank Mandersloot, algemeen directeur van Man- trans. Het transportbedrijf vervoert tien soor- ten pluimvee, waaronder fokkalkoenen, opfok- grootouderdieren en slachtpluimvee, maar vooral vleeskuikens en vleeskalkoenen. Ook rijdt het bedrijf duiven voor wedstrijdvluchten. Mantrans vervoert zo’n 80% van de Nederland- se vleeskalkoenen en het gros van de Belgi- sche en Noord-Franse vleeskalkoenen naar slachterijen in Duitsland. “We hebben een ei- gen kalkoencontainer ontwikkeld die aansluit op de Duitse kalkoenslachterijen.” Belangrijk is de zuurstoftoetreding in de containers als de containers op de vrachtwagen staan. Dierenwelzijn is heel belangrijk voor Mantrans.


Dat begint met goed gereinigde en ontsmette vrachtwagens. “Wij willen altijd direct reinigen na het lossen. Veel slachterijen hebben daar- voor inmiddels voorzieningen, maar in Oost- en Zuid-Europa is dat nog weleens een probleem. Daarom hebben we een aantal vrachtwagens een voorziening om zelf te kunnen reinigen en ontsmetten.”


De planners van Mantrans houden bij het plan- nen rekeningen met de temperatuur, weersver- wachting, de gezondheid van de dieren en de transportafstand. Die factoren hebben invloed op de bezetting van de kratten, containers en vrachtwagens. En op het moment van laden en transport. “Als het extreem warm is, kunnen er zo 20 tot 30% minder dieren op een vrachtwa- gen. En plannen we dus meer vrachtwagens in. We proberen het transport buiten hitteperio- den te plannen. En bij de routes houden we re- kening met verwachte files om stilstand te voorkomen.” De planners houden wekelijks contact met de vangploegen. “Goede commu- nicatie en overleg is heel belangrijk.” In 2010 was Mantrans het eerste pluimvee- transportbedrijf met een drinkinstallatie op de vrachtwagen, ontwikkeld samen met Van Ra- venhorst Carrosseriebouw. Op verzoek van een Nederlandse klant. “Het is een rondpompend systeem naar elk compartiment. We kunnen het drinkwater verwarmen en er supplemen- ten zoals vitaminen aan toevoegen.” De drinkwaterinstallatie, waarop geen octrooi is aangevraagd, kreeg navolging. Bij Mantrans zijn twee vrachtwagens ermee uitgerust, maar Mandersloot vermoedt dat in Europa ongeveer 150 vrachtwagens met zo’n installatie rondrij- den. “De EU verplicht een drinkwaterinstallatie bij transporten die langer dan 12 uur duren.”


Extreme omstandigheden Vorig jaar december kreeg Mandersloot een Nuffield Scholarship. Dit stelt hem in de gele-


genheid in het buitenland kennis en ervaring op te doen en antwoord te vinden op een door hem zelf opgestelde onderzoeksvraag. Hij gaat op zoek naar extremen. In landen waar het heel koud of juist heel warm is. Of waar grote afstanden moeten worden afge- legd. Om te zien hoe men onder die omstan- digheden met diertransport omgaat. Hij gaat naar Frankrijk, Ierland, Amerika, Mexico, Afrika, Canada en Australië. “We verwachten in Ne- derland meer extremen, zowel hitte als kou. Ik hoop tijdens mijn scholarship te leren hoe we daar mee om kunnen gaan en dat hier te kun- nen toepassen.” Mandersloot wil ook kijk naar het lange-af- standtransport. “In Europa is langtransport langer dan 12 uur. Maar in sommige landen is dat korttransport. Daar wordt soms wel twee dagen met vee gereden.” In Europa wordt gesproken over het verkorten van de maximale transporttijd. “Waarom is dat nodig, als het dierenwelzijn er niet onder lijdt”, vraagt hij zich af. Hij draait het liever om: “Waarom, als het dierenwelzijn er niet onder lijdt, onder bepaalde voorwaarden, het dier- transport niet verlengen?” Welke voorwaarden dat dan zouden kunnen zijn, daar wil hij tij- dens zijn scholarship in duiken. Zijn onderzoeksvraag wordt volgens Mander- sloot ook belangrijk door de ontwikkeling dat slachterijen in aantal afnemen en transportaf- standen gemiddeld langer worden. “En wat als een slachterij door omstandigheden tijdelijk niet kan slachten? Waar moet je dan met de dieren naartoe? Op dergelijke situaties willen wij ons voorbereiden.”


Begin maart ging Mandersloot op reis. Vanwege de coronacrisis moest hij zijn reis, die zes weken zou gaan duren, na een week afbre- ken.


▶PLUIMVEEHOUDERIJ | 9 april 2020 31 31


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64