This page contains a Flash digital edition of a book.
WATERKWALITEIT Acute Hotspotitis’


Na het verschijnen van de hotspotanalyse duizelt het bij veel waterschappers. Half januari verscheen Bert Palsma van Sto- wa in een witte doktersjas op een kennisdag medicijnresten van de Unie van Waterschappen. Hij besprak daar de ernstig- ste gevallen van ‘Hotspotitis’. Volgens Palsma zijn de sympto- men: verlies van focus en doelgerichtheid. Palsma herinnerde de waterschappen eraan dat het doel van de hotspotanalyse het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit is. Volgens hem helpt de analyse om maatregelen te nemen op de plaat- sen waar ze het meest effectief zijn.


Overzicht van de rwzi’s volgens de maatlat ‘Concentratiebijdrage bij lozingspunt in ontvangend oppervlaktewater’ (Bron: Stowa/Sweco).


veroorzaakt vaak weinig milieuschade omdat het vervuilde water snel naar zee stroomt. De studie wijst uit dat de ver- vuiling van de Noordzee te verwaarlozen is, omdat het water daar sterk wordt verdund. Daarentegen heeft het lozen van een kleinere concentratiebijdrage in kleinere beken of stil- staande oppervlaktewateren in een regionaal watersysteem vaak een grotere impact.


Concentratiebijdrage en benedenstroomse waterkwaliteit


De studie heeft de 314 Nederlandse rioolwaterzuiveringen onderzocht op de concentratiebijdrage bij een lozingspunt. Rwzi’s met een hoge concentratiebijdrage komen vooral voor bij kleine ontvangende oppervlaktewateren in het oosten en zuiden van het land, en bij oppervlaktewateren met weinig doorspoeling in het westen en noorden van het land. Als het gaat om de invloed op de benedenstroomse waterkwaliteit, is gekeken naar de invloed van een rwzi op een groter water- oppervlak. De maatlat laat zien dat 20 procent van de rwzi’s circa 80 procent van de totale invloed op het Nederlandse regionale watersysteem veroorzaakt. De grootste invloed is te vinden bij rwzi’s die lozen op de boezemsystemen in het westen en noorden van het land. Hier is in de zomer sprake van een geringe doorstroming en dus een lange verblijftijd met relatief grote beïnvloede wateroppervlakken. Van alle rw- zi’s is de bijdrage van de rwzi in Drachten met 4,6 procent het grootst (zie tabel). Wanneer er in plaats van naar de bene- denstroomse kwaliteit naar het volume wordt gekeken, gaan overigens weer heel andere hotspots schitteren.


Steeds een ander stukje van de diamant Ongeveer de helft van de totale uitstoot van medicijnresten van alle rioolwaterzuiveringen wordt veroorzaakt door 31 rwzi’s. Dat betekent dus dat circa 10 procent van de zuiveringen de helft van de vervuiling veroorzaakt. De grootse rwzi’s scoren vanwege hun ligging echter weer minder hoog op de andere maatstaven die Stowa hanteert. Kortom, de manier waarop je kijkt, belicht steeds een ander stukje van de diamant. De analyse biedt dan ook geen kant-en-klaar recept voor het


nemen van maatregelen, maar de studie biedt wel degelijk houvast bij het maken van keuzes. De belangrijkste aanbe- veling van Stowa is om maatregelen te treffen bij de rwzi’s die volgens een of meerdere maatstaven zijn aangemerkt als hotspot.


De vijf rwzi’s die zorgen voor de grootste concentratiebijdrage


1. Heino 2. Sleen


3. Bennekom 4. Stadskanaal 5. Lelystad


De vijf rwzi’s met de meeste invloed op de benedenstroomse waterkwaliteit


1. Drachten 2. Gouda 3. Gieten 4. Emmen


5. Zuid-Oost Beemster


De vijf rwzi’s met de grootste emissie van medicijnresten


1. Harnaschpolder 2. Amsterdam-West 3. Eindhoven


4. Rotterdam-Dokhaven 5. Garmerwolde


Bron: Hotspotanalyse


5,1% 3,3% 2,6% 1,8% 1,6%


4,6% 3,4% 2,9% 2,7% 2,5%


2,3% 2,3% 2,3% 2,2% 2,1%


WATERFORUM FEBRUARI 2018


39


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64