search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Ooggetuige


Toen ze vertrokken met de Tegel- berg stond zijn familie bij IJmuiden op de kade. “Nou ja, wij hebben wel gezwaaid en zij ook, maar ik geloof niet dat we elkaar gezien hebben.” Het was zijn eerste boot- reis en hij ging verder dan hij eigenlijk ooit geweest was. Zijn reis naar het Overijssels Wierden, waar hij gedwongen verbleef om te ontkomen aan de Arbeidsdienst, was al een hele onderneming voor iemand die eigenlijk nooit verder dan Den Haag was geweest voor de bezoekjes aan opa en oma. Alles maakte indruk op Groen, tot in de kleinste details. “Ik had nog nooit een banaan gezien, dat soort dingen dus.”


Heroveren De eerste tijd in Indië verliep vrij


Gerard Groen in uniform. Foto: privécollectie Gerard Groen


de eerste lichting dienstplichtigen die in het naoorlogse Nederland opgeroepen werden. Na een bewo- gen jeugd in een gezin met twee zus- sen en een jonger broertje in Bever- wijk – waar hij een bombardement meemaakte, moest onderduiken om aan de Arbeidseinsatz te ontkomen en in 1946 al zijn vader verloor – zat hij niet echt te wachten op de militaire dienst. Helemaal niet om naar Indië uitgezonden te worden, maar gelukkig zouden zij als bezet- tingstroep in Duitsland worden ingedeeld. Niet dus: in december 1946 vertrokken zij als Huzaren van Boreel, als deel van de 7 December Divisie, naar Indië. Wat moet ik daar nou doen, vroeg Groen zich in die tijd af. Hij had zo zijn eigen ideeën over Nederland en Indonesië. Ondertussen had hij een vriendin- netje gekregen met wie hij zich voor vertrek verloofde en dat later ook zijn vrouw zou worden. Hij kwam een van de laatste weekenden verlof te laat terug, kreeg straf en moest het laatste weekend binnenblijven. Maar Groen was niet tegen te hou- den. Hij ging gewoon de poort uit om zijn lief te zien. Bij terugkeer meldde hij zich. Hij zou straf krijgen aan boord, Groen kan er nu nog om lachen.


48 december 2017


rustig, tot aan de eerste politionele actie. Echt goed werden ze niet op de hoogte gebracht. “De luit wist wel welke route we moesten rijden, daar had hij een kaart voor. Daar hadden wij geen omkijken naar natuurlijk. In zoverre wisten we dat we gebied moesten heroveren dat niet door Nederlandse troepen was bezet. ‘Ons gebied heroveren’ tussen aanhalingstekens, het was ons gebied niet. Naderhand ga je toch meer nadenken over de hele


“Dat had eigenlijk weinig zin hoor. De bevolking van de ene kampong waarschuwde de volgende kampong dat we eraan kwamen. Het was vaak wel spannend, je moest je ogen open houden en bewust niet praten om maar geen geluid te maken.” Toch ging ook deze periode voorbij zonder al te veel hectiek. Op de plantage waren ze vrij geriefelijk ondergebracht en was er tijd voor allerlei vormen van sport.


Kerst Hier kwam een einde aan toen de


tweede politionele actie moest wor- den uitgevoerd. Dat was wel even wat anders. “De wegen op de kaart waren er niet meer. Alles was over- groeid, het was gewoon rimboe en daar moesten we dan doorheen. En het was link op die bergen, als het handige jongens waren, dan had- den ze zo een paar van die eitjes naar beneden gegooid...” Ze raakten afgesneden van de rest van het eska- dron en bij een bepaalde kampong moesten ze blijven wachten tot de verbindingen waren hersteld. Ze hadden geen voedsel meer, maar de kok, die volgens Groen “alleen maar water kon koken”, ging wel even wat kippen “foerageren” om daar soep van te maken. “Toen we daar weg- gingen, hadden we alleen van die


‘Een majoor maakte drukte omdat we in onze blote kont in de zee aan het zwemmen waren!’


politieke situatie; ik in ieder geval wel.” De actie zou militair gezien succesvol verlopen. De eenheid van Groen hoefde geen schot te lossen om het doel, een suikerfabriek in Kadipaten, in te nemen. Toch zou de commandant van zijn eskadron, majoor Roëll, sneuvelen. “Ze had- den nog niet de wapens die wij had- den, dan stelt het niet veel voor”, vertelt Groen over de actie, die ze met hun gepantserde carriers had- den uitgevoerd. Er volgde een periode van veel patrouille lopen om het zojuist ingenomen gebied zeker te stellen.


vette soep gegeten. Ik heb daar op de rand van de carrier gezeten met mijn broek naar beneden, zo van pfff! Want het moest er toch uit.” Uiteindelijk zouden ze bij zee uitko- men en namen ze een welkom bad. “Komt er een majoor van het eerste eskadron aan en die gaat een drukte maken omdat we daar in onze blote kont in de zee aan het zwemmen waren!”, vertelt Groen verontwaar- digd. “We waren daar met mannen onder elkaar, conservatieve man, vreselijk.” Dit waren de kerstda- gen voor Groen en zijn collega’s in Indië. Heel anders dan ze zich had-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65