search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ring’


ervaring in Afghanistan vertelt ze nog: “Ik dacht dat ik bang zou zijn dat mij iets zou overkomen, maar het tegenovergestelde was waar. Ik bleef rustig, raakte niet in paniek en kon handelen. Dat geeft vertrouwen in jezelf. Als het andersom blijkt te gaan dan wat je van jezelf ver- wacht, dus dat je verlamt in plaats van handelt, dan kan dat zorgen voor teleurstelling en problemen achteraf.” De vraag komt op of je er in de opleiding op voorbereid kunt worden. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Hans van Griensven wil daar wel iets over zeggen: “Je weet nooit vooraf hoe je in zo’n situatie reageert. Je wil mensen hierop voorbereiden en dus moet je er in de training heel dichtbij komen. Maar dat kan nooit honderd procent.”


Niet verslagen Ook Afghanistanveteraan Ralph van


Kemenade werd tijdens zijn missie in Afghanistan geconfronteerd met geweld. Hij stond als 24-jarige pelo- tonscommandant van een Neder- landse eenheid onder Amerikaans bevel. Hij nam de zaal mee op één specifieke operatie naar onrustig gebied. Tijdens die operatie sneu- velden Cor Strik en de Amerikaanse Alex van Aalten door een bermbom. “We hadden twee man verloren en hoorden de taliban aankondigen dat ze ons gingen aanvallen. Toen deden we waarvoor we getraind waren. Iedereen bleef handelend optreden. Ik zei tegen de beste vriend van Cor: ze komen. Blijf scherp. Met een traan op zijn wang antwoordde hij: laat ze maar komen, ik ben er klaar voor. We waren aangeslagen, maar niet verslagen.” De zaal is onder de indruk van zijn aangrijpende ver- haal en de manier waarop hij het brengt. Hij vertelt ook over de strijd daarna, om het verlies te verwerken. Hij geeft aan dat de voorbereiding op een missie zo moet zijn dat de risico’s zo veel mogelijk worden uitgesloten. “Deze ervaring heeft mij gevormd tot de mens en militair die ik nu ben. En gewapend met erva- ring stap ik weer in die helikopter,


Er was voor en na de lezing voldoende tijd om elkaar te ontmoeten en bij te praten.


met het volste vertrouwen in de vrouwen en mannen.”


Verantwoordelijkheid Iemand in de zaal opperde dat Van Kemenade zijn verhaal voor de klas zou moeten vertellen. “Of in de Tweede Kamer”, klinkt het dan. Dat is een mooi bruggetje naar de vol- gende spreker, oud-Tweede Kamer- lid voor de PvdA Angelien Eijsink. Zij vertelt over de politieke besluit- vorming om militairen op missie te sturen. “Het zwaarste besluit dat je als politiek kunt nemen. Je stuurt mensen uit op leven en dood.” Om haar collega-volksvertegenwoordi- gers te overtuigen van het belang van missies voor vrede en veiligheid in de wereld, nodigde ze militairen uit in de Tweede Kamer om hun


verhaal te doen. “Ik moest mijn col- lega’s meenemen in de besluitvor- ming, maar ook in de verantwoorde- lijkheid. Die verantwoordelijkheid moeten volkvertegenwoordigers ook voelen ná het besluit om militairen uit te sturen. Daarom is het belang- rijk dat militairen hun ervaringen blijven delen.” De middag eindigde met een panel- discussie met de vier sprekers. Het publiek kon met hun mobiele tele- foon onderwerpen ter discussie aandragen. Het onderwerp nazorg kwam daar prominent in naar voren. De sprekers waren het erover eens dat er enerzijds goede nazorg moet zijn voor militairen, maar dat de militair anderzijds ook geleerd moet worden om hulp te vragen en die hulp te accepteren.


Verkennend onderzoek gevechtservaringen Er was een aantal vragen over gevechtservaring toegevoegd aan het onderzoek


Kerngegevens Veteranen. Van de 554 respondenten die hebben meegedaan aan het onderzoek gaven 205 veteranen aan gevechtservaring(en) te hebben. Dat betekent dat ze beschietingen, op hen gericht, hebben meegemaakt (198), zelf gewond zijn geraakt (10), zelf op iemand hebben geschoten (68), zelf iemand gedood hebben (18) of zelf iemand verwond hebben met een wapen (23). Vetera- nen met gevechtservaring kijken vaker wat gemengd terug op hun uitzending dan veteranen zonder deze ervaring (respectievelijk 38 procent en 22 procent). 30 procent denkt minimaal één keer per week terug aan de uitzending, terwijl dit bij veteranen zonder gevechtservaring 11 procent is. Ze gaan ook vaker naar bijeenkomsten voor veteranen. Ze zijn wel meer dan gemiddeld trots, maar de ervaringen hebben ook een prijs. Ze hebben vaak een minder positieve kijk op de missie, ondervinden meer (gezondheids)klachten (38 procent geeft aan gevolgen te ondervinden, tegenover 16 procent van de veteranen zonder gevechtervaring) en voelen zich minder gewaardeerd door de media en de samenleving.


Kijk voor het rapport op www.veteraneninstituut.nl. december 2017 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65