search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
OUD-OFFICIER VAN HAASTRECHT OVER GEBRUIK VAN GEWELD IN NAOORLOGS NEDERLANDS-INDIË as niet structureel’ Door: Gielt Algra


an van Haastrecht (92) werd al eens eerder over zijn ervaringen geïnterviewd (zie Checkpoint 8-2004). Het ging toen vooral om de spectaculaire actie bij Wono-


sari. Als Indiëveteraan klom hij de laatste maanden weer in de pen. Aan- leiding is de publicatie van het proef- schrift De brandende kampongs van Generaal Spoor van historicus Rémy Limpach. Van Haastrecht is zeker geen ‘ontkenner’, maar stuitte bij het lezen van het boek herhaaldelijk op situa- ties die hem de wenkbrauwen deden fronsen. Zelf had hij het niet zo meege- maakt en hij trachtte met ingezonden brieven naar onder meer Trouw en NRC het ontstane beeld te nuanceren.


Jonge officier Van Haastrecht had zich niet meteen na de oorlog als vrijwilliger gemeld, maar het zou niet lang duren of hij werd sowieso opgeroepen voor zijn nummer. Ook al was hij al 20, hij moest er toch aan geloven. “Toen moest ik voor mijn nummer opkomen als gemeen soldaat bij de Stoottroepen in Nijmegen”, aldus Van Haastrecht. Zijn compagnies- commandant was van mening dat hij geschikt was om opgeleid te worden tot reserveofficier op de KMA in Breda. “Ik ben uiteindelijk wel als vrijwilliger naar Indië gegaan”, legt Van Haastrecht uit. Als vaandrig zou hij met het 5e bataljon Regiment Stoottroepen gesta- tioneerd worden op Celebes, waar ze een relatief rustige periode doormaak- ten. Na een maand of vier staken ze over naar Semarang op Midden-Java. Inmiddels was Van Haastrecht compag- niescommandant van de 3e compagnie geworden, wat op 22-jarige leeftijd met de rang van vaandrig opmerkelijk was. “Mijn collegae waren majoor, dat waren veertigers die vóór de oorlog dienst hadden gedaan. Een van hen, de com- mandant van de 2e compagnie, was directeur bij de Nederlandsche Bank.” Van Haastrecht was hiermee overigens wel een voorbeeld van een van de oor-


zaken die door Limpach aangevoerd worden voor het ontspoorde geweld: het schrijnend personeelstekort bij de Koninklijke Landmacht. Hierdoor werden mannen met een te lage rang opgescheept met een te hoge verant- woordelijkheid. Van Haastrecht besloot er echter het beste van te maken en ondanks opmer- kingen van superieuren op brigade- niveau dat er een compagniescomman- dant moest komen, bleef Van Haastrecht de commandant. “Als je de autoriteit hebt en de kennis en de kunde, dan gaat het vanzelf goed”, zo legt hij uit. Dat hij dat allemaal bleek te bezitten, kwam geregeld naar voren, onder meer als ze een bataljonsbespreking hadden. “Dan sprak ik mijn superieuren heel keurig met u aan en zij zeiden allemaal Jan tegen mij. Na een bespreking van een militaire operatie was er altijd wel iemand die achteraf naar me toe kwam met de vraag of ik nog een keer uit wilde leggen hoe het nou zat.”


Militaire politie Later werd de eenheid van Van Haastrecht naar Sumowono gestuurd waar 2-7 RI, bijgenaamd ‘het zingende bataljon’, afgelost moest worden. Ze moesten de posten Tegaron (Rokin) en Sumowono bezetten die langs de demarcatielijn lagen. Van Haastrecht kreeg er zelfs een vierde ‘leenpeloton’ van tweehonderd man bij omdat ze anders niet te bemannen waren. Om de posten ook vast te kunnen houden, was door de ondersteuningscompagnie op Tegaron een groep 3 inch mortieren en een groep punt 50 machinegeweren gedetacheerd. Deze (zware) wapens waren hier in verband met de bestands- afspraken niet toegestaan. “Wij hadden ze gestript en verstopt. Daar werd op toegezien door een Belg en een Austra- liër van de commissie van goede dien- sten. Die kwam meer voor een ouwe- hoerpraatje. Zo van: hoe is het?”, aldus Van Haastrecht. Ze liepen veel patrouilles, waarbij


Van Haastrecht de wind er goed onder hield. “We hielden geregeld vergade- ringen met alle loeras (burgemeesters; red.) van ons gebied onder leiding van de assistent wedono (districtshoofd; red.). In dat overleg konden alle partijen met eventuele klachten komen.” Van Haastrecht herinnert zich een klacht over het gedrag van zijn mannen tegen- over vrouwen in een van de kampongs. Hij zocht in de patrouillerapporten wie dat geweest moest zijn. “Ik gaf dan aan dat de dames konden komen en dat wij de desbetreffende patrouille on parade zouden zetten. Dus die mannen werden opgelijnd, militaire politie erbij en daarop wezen die twee vrouwen de daders aan. De militaire politie nam ze voor het oog van de troep mee.” Het is een anekdote die Van Haastrecht graag kwijt wil. Ontkennen dat er ook oor- logsmisdaden werden gepleegd, doet hij niet. “Maar”, benadrukt hij, “zeer zeker niet in hoge mate, niet structureel en niet opgelegd van bovenaf.”


Geweldsgebruik Wat betreft zijn eigen eenheid kan hij ervoor instaan dat dit niet gebeurde. “Je gaat toch niet zomaar iemand dood- schieten? Je hebt zelf de bezetting mee- gemaakt!” Ook komt hij met praktische bezwaren tegen het beeld van bran- dende kampongs dat in het proefschrift van Limpach wordt opgeroepen. “De tweede politionele actie was tijdens de natte moesson. Nou, dan regent het! Dat kan twee, drie dagen duren en het komt met bakken uit de hemel. Alles is zeik- nat en je steekt dan niet zomaar iets in de brand. Daar heb je jerrycans benzine voor nodig, waar kan je die krijgen? Dat is een gedoe en een gesjouw over glibberige sawahpaadjes. En dan wil je iets in brand steken? Met natte handen en klamme lucifers, want aanstekers bestonden voor ons toen nog niet.” Ook bij andere passages in het boek van Limpach heeft Van Haastrecht twijfels. Zo is er sprake van een bombardement op Wonosari. Van Haastrecht was daar


april 2017 53


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65