search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Door: Linde van Deth Foto: Ab Donker


keer aanwezig bij de dodenherden- king. “Je probeert er iets van de te maken, met een gedicht. De muziek- vereniging was er. Maar er kwam altijd maar een man of tien, twintig. Het leefde hier niet. In 2013 bedacht ik dat het anders moest. Het moest meer een plek krijgen in de gemeen- schap.” Ze legt uit waarom ze dat belangrijk vindt. “De verhalen over oorlog en vrijheid moeten verteld en doorgegeven worden aan de jongere generatie. Zij moeten ook de waarde van vrijheid in blijven zien. Iets wat nu in deze tijd ook weer behoorlijk actueel is.” Om meer draagvlak te creëren, besloot ze eerst de scholen in de gemeente te benaderen. Een aan- tal leerlingen schrijft een gedicht en draagt dat ook voor op 4 mei. Dat gebeurt nu op de Markt, waar iedereen een witte roos krijgt. Dan wordt er in een stille tocht naar de begraafplaats gelopen voor de offi- ciële twee minuten stilte. Op die begraafplaats liggen burgerslachtof- fers en geallieerde militairen. Ook de scouting is erbij betrokken op 4 mei, de scouts helpen om de kran- sen te leggen.


A


Veteranen “Toen dachten we: veteranen horen hier ook bij”, vertelt voorzitter Brand van het inmiddels opgerichte Comité 4 en 5 mei Geldermalsen. “Om die uit te nodigen zijn we langs de deuren gegaan. Gewoon aanbel- len, dat leek ons de beste manier.” Op een avond belde ze dus ook aan bij Bosniëveteraan Piet Vastenhout. “Ik dacht: wat gaan we nou krij- gen?”, vertelt hij lachend. “Maar ik hoefde er niet lang over te twijfelen. Natuurlijk wilde ik meedoen.” Hij was thuis altijd wel bezig met de herdenking op 4 mei, het leefde bij hem al meer dan bij zijn gezinleden. “Het gaat om de Tweede Wereldoor-


nnelies Brand was vóór 2013 wethouder in Gel- dermalsen en was vanuit die functie een aantal


log, maar eigenlijk ook om alle uit- zendingen daarna. Het gaat om mijn collega’s.” En hoewel er veteranen waren die aan de deur aangaven de periode afgesloten te hebben en niet meer bezig te zijn met hun veteraan zijn, leverden de bezoekjes van het comité ook mooie verhalen op. Brand: “Het waren soms ook emoti- onele verhalen, zeker bij de oudere generatie. Ik was bij mensen bij wie de tranen begonnen te lopen. Dat verbaasde mij wel, ik ging ervan uit dat de meesten hun ervaringen inmiddels een plek hadden gege- ven.” Vastenhout onderbreekt haar even: “Daar hebben veel oudere veteranen de kans niet voor gekre- gen. Die kregen bij thuiskomst geld voor kleding en moesten daarna weer aan het werk. Er was geen opvang of nazorg.” Brand geeft aan dat herdenken ook daarvoor een functie heeft. “Het is goed dat vete- ranen op 4 mei een moment en een plek hebben om bij hun ervaringen stil te staan.” Sinds Brand bij vetera- nen langs de deur is gegaan, zijn ze aanwezig bij de herdenking op 4 mei in Geldermalsen en elk jaar groeit hun aantal.


Geraakt Voor Bosniëveteraan Vastenhout zijn de twee minuten een belangrijk moment om stil te staan bij slachtof- fers van oorlogen en (vredes)missies. “De Tweede Wereldoorlog, de Koop- vaardij en het verzet. Maar eigenlijk overal waar Nederlandse militairen zijn ingezet, dus ook de huidige uitzendingen. En dan niet alleen de gesneuvelden, maar ook de vele militairen die gewond terugkeren. Dat zijn ook oorlogsslachtoffers.” Vastenhout was als militair actief bij de militaire vakbond AFMP. “Toen kwamen militairen bij mij met vra- gen over missies. Zorgvragen en andere vragen. Daar wisten we nog niet altijd het antwoord op. Ik vroeg me ook steeds vaker af: waar gaat dit over? Mijn uitzending is dus op vrij- willige basis geweest. Ik wilde die ervaring zelf opdoen. Wat houdt het in om een half jaar van huis te zijn? Of midden in de nacht geweerscho- ten te horen? Ik wilde daar gevoel bij krijgen.” Een uitzending was met zijn functie, specialist op munitie- gebied, dus niet direct aan de orde, maar op zijn eigen verzoek mocht hij gaan. In 1998 zat hij als hoofd


Inwendige Dienst op het hoofdkwar- tier in Sarajevo. “Ik zat veel op het hoofdkwartier, dus het was niet te vergelijken met andere uitzendingen waarbij militairen het echte veld- werk doen, maar het doet iets met je. Het deed iets met mij. Het heeft me toch veranderd en geraakt. Hoe moet dat wel niet zijn voor militairen die echt in de shit zitten en beschoten worden of collega’s zien sneuvelen? Een uitzending vergt heel veel van mensen. Daar mag je eens per jaar bij stilstaan.” Sinds 2014 is de Bosniëveteraan aanwezig bij de herdenking in Geldermalsen. Sinds een jaar orga- niseert hij samen met Bosnië- en Afghanistanveteraan Jeroen Wijn- gaard, in samenwerking met de gemeente, veteranenbijeenkomsten. Er vindt ook zo’n bijeenkomst plaats na afloop van de dodenherdenking. Alle veteranen van de gemeente krijgen een brief met daarin een uitnodiging om aanwezig te zijn bij de herdenking én de bijeenkomst na afloop.


Persoonlijke benadering De herdenking in Geldermalsen leeft dus weer. “Het heeft een plek gekregen in de gemeenschap. Er zijn kinderen en hun ouders, veteranen, maar ook andere belangstellenden die aansluiten”, zegt Brand. Ze pro- beert uit te leggen hoe dit is gelukt. “Er zijn steeds weer nieuwe activi- teiten, initiatieven en projecten. We doen bijvoorbeeld ook mee met de fakkeltocht van het bevrijdingsvuur vanuit Wageningen. En we hadden een project met basisschoolleerlin- gen die mensen met een oorlogsver- haal interviewden. Verhalen ver- tellen en doorgeven is belangrijk.” Vastenhout vult haar aan: “En het verhaal levend houden. Er moet geluisterd worden, over gepraat wor- den. Oorlogsverhalen moeten niet weggestopt worden, er moet ruimte zijn voor herinneringen en emoties. Herdenken is waardevol.” Volgens Brand is ook de persoon- lijke benadering een factor voor succes. “Dat begon al bij het langs de deuren gaan. Dat is effectiever dan een brief. Je moet mensen erbij betrekken. Er moet ruimte zijn voor ieders verhaal, ieders persoonlijke ervaringen en beleving. Door hun persoonlijke inbreng worden men- sen enthousiast en gaat het als een lopend vuurtje.”


april 2017 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65