This page contains a Flash digital edition of a book.
De wifi -router van Vialis verzorgt de transmissie van de wegkant-info naar de auto.


samen met Cisco, een bedrijf dat be- kendheid geniet als producent van rou- ters en netwerkapparatuur. “Dat zie je tegenwoordig steeds vaker: bedrijven die hun expertise toepassen op andere domeinen, zoals in dit geval verkeers- management”, aldus Avontuur. Cisco werkt in dit project samen met een van hun vaste leveranciers: Optasense. Die is verantwoordelijk voor de optische glasvezeltechnologie en de bijbehoren- de software, terwijl Cisco zich toelegt op de infrastructuur van de benodigde netwerken. “Bij deze toepassing gebrui- ken we communicatiekabels die toch al bij de weg liggen”, zo licht Avontuur toe. “Van een kabel pakken we een vrije ader en sturen daar een lichtstraal doorheen. De trillingen die het verkeer veroorzaakt verstoren deze lichtstraal. De onderbre- king van het licht wordt door een sen- sor waargenomen. Op basis van het pa- troon van de onderbrekingen kunnen wij de intensiteit van het verkeer meten. Zo ontstaat een snelheidsprofi el van de verschillende snelheden op de weg die we kunnen gebruiken voor fi lestaartbe- veiliging en kunnen delen met wegge- bruikers voor verkeersinformatie.”


Mix van sensoren


Om niet teveel afhankelijk te zijn van bepaalde technieken is het de ambi- tie van Rijkswaterstaat om in de toe- komst meerdere technieken met elkaar te combineren. Bijvoorbeeld vanwege de exacte nauwkeurigheid lussen blijven gebruiken op drukke, ingewikkelde ver-


Samenwerkingspartners van Rijkswaterstaat Mobiliteitsspecialist Vialis is samen met andere marktpartijen betrokken bij twee smart mobility-


trajecten waarin ook Rijkswaterstaat participeert: Partnership Talking Traffic (zie kader pagina 42) en het project Spookfiles A58 in Noord-Brabant. Willem Hartman, directeur Software- en Productontwikkeling bij Vialis vertelt erover.


Hoe ontstaan spookfi les? “Spookfiles ontstaan omdat het eenvoudigweg te druk is op de weg, dus niet omdat er bijvoor- beeld een ongeluk is geweest. Op iedere weg is op een gegeven moment een omslagpunt, dan wordt de situatie instabiel. Op dat moment hoeft er maar één iemand even de rem aan te tikken en dan staat het achterrijdend verkeer stil. Die schokgolf zie je van bovenaf ook echt over de weg heengaan, als een soort rimpeling. Neem je zelf deel aan het verkeer, dan merk je dat je in een spookfile zit als je opeens stilstaat, dan weer een paar honderd meter kunt rijden en plotseling weer stilstaat.”


Hoe zijn spookfi les te voorkomen? “De vraag die centraal stond tijdens de proef op de A58 was: hoe kunnen we een schokgolf die op ons afkomt (en kilometers doorgaat), opvangen en wegwerken? Op basis van deze vraag heb- ben we een aantal concepten uitgewerkt die als essentie hadden: de rimpeling tijdig waarnemen en de informatie realtime naar de weggebruikers zenden via de wegkantsystemen naar een kastje in de auto met een interface die de automobilist adviseert langzamer te rijden om een naderende schokgolf op te kunnen vangen.”


Hoe werkte dat in de praktijk? “Mensen met een kasje in de auto die aan de proef meededen, minderden hun snelheid. Maar ze werden voorbij gezoefd door mensen die niet aan de proef deden en hun snelheid zouden moe- ten aanpassen op basis van de wegsignaleringen. Dit gebeurde in onvoldoende mate, waardoor er spookfiles bleven ontstaan, hoewel in mindere mate.”


Wat is de les die jullie hieruit trekken? “Communicatie naar het publiek over het ontstaan en voorkomen van spookfiles is héél belang- rijk. Dit komt omdat het aanpassen van de snelheid door een automobilist voordeel oplevert voor de weggebruikers achter hem. En niet voor hem persoonlijk op een directe manier. De betref- fende automobilist heeft alleen voordeel van zijn snelheidsaanpassing als de verkeersdeelnemers vóór hem dat ook doen. Het is dus een groepsproces. We zijn nu bezig te onderzoeken hoe we hierover het beste communiceren met het publiek.”


Nr.1 - 2017 OTAR O Nr.1 - 2017TAR 41


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54