This page contains a Flash digital edition of a book.
over Roozen de scepter zwaait. Bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) zijn de onderwerpen waar- voor dit onderdeel de verantwoordelijkheid heeft gekregen. Het team waarover Roozen beschikt, bestaat uit zo’n 35 man; een mix van 1/3 eigen personeel dat bij de projectorganisa- tie in dienst is, 1/3 wordt ingehuurd van de gemeente Utrecht en 1/3 van het personeel wordt als een ‘flexibele schil’ uit de markt betrokken.


Roozen vertelt bevlogen over het spanningsveld tussen bou- wen en BLVC in het Stationsgebied. Een spanningsveld dat zich ook nog eens afspeelt in een steeds veranderend tijds- beeld, maatschappelijke ontwikkelingen en onder een steeds wisselend politiek gesternte. “Het is voornamelijk investeren in mensen en relaties en continu inzetten op vertrouwen en transparantie”, zo vindt Roozen.


Leefbaarheid De leefbaarheid in de openbare ruimte rond de bouwprojecten heeft wat de projectorganisatie betreft, twee aandachtsvel- den, stelt Roozen. “Enerzijds zijn dat de bouwende partijen. Bij particuliere opdrachtgevers en opdrachtnemers moet con- tinu worden gehamerd op het gegeven dat zij werken in een gebied waar wordt geleefd en gewoond. Dat wil zeggen: houd je aan de werktijden en gedragsregels. Denk daarbij aan het goed instrueren van de medewerkers. Zorg voor het schoon- houden van de bouwplaats, dat de hekken er netjes omheen zijn geplaatst, dat er eerst zand in de stalen containers gaat voordat er puin in wordt gestort vanwege geluidsoverlast, sproei om stofvorming tegen te gaan, et cetera. Het is een gegeven dat er meer dan duizend mensen op de bouwplaats werken en die kun je niet allemaal aan een touwtje houden. Je kunt ze vandaag instrueren, maar morgen werkt er weer een andere ploeg of onderaannemer. Het is dus een continu proces. Klachten worden teruggeanalyseerd, maar we moeten het ook hebben van eigen waarneming. Daarvoor hebben wij twee vaste mensen rondlopen die de zaken in de gaten hou- den en werkers aanspreken als dat nodig is. Soms helpt dat niet altijd, maar dan is er altijd nog de dienst Bouw en Wonen van de gemeente die, hoewel losstaand van de projectorga- nisatie, als vergunningverlener en handhaver sanctiebevoegd- heid heeft. Als het echt nodig is - en dat is al een aantal ke- ren het geval geweest - kunnen boetes worden opgelegd van 26.000 euro per overtreding, die kunnen oplopen tot 100.000 euro”, aldus Roozen.


Omwonenden


Het tweede aandachtsveld binnen het begrip leefbaarheid, betreft de wijze waarop met de omwonenden wordt omge- gaan. Roozen: “We proberen hen als groepen apart te bena- deren, zoals dat ook met de bouw van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam is gedaan. Een stad moet zich kunnen ontwikke- len en er moet onderhoud worden gepleegd. Als stadsbewo- ner weet je dat je eens in de zoveel jaar een project in de buurt kan hebben. Maar hier zijn er situaties waarbij sommige burgers wel tien jaar lang in een overlastsituatie verkeren en dat valt buiten het algemeen aanvaard maatschappelijk risico. Dat vergt dus extra aandacht. Deze omstandigheden zijn zo


exceptioneel, dat wij met alle bouwende partijen om de ta- fel zijn gaan zitten en hen na een jaar onderhandelen allemaal zover hebben gekregen om mee te werken en mee te betalen aan een zogenaamd coulancefonds. Dat is bestemd, naast de bestaande planschaderegeling, als ‘geldpotje’ om omwonen- den tegemoet te komen in derving van het woongenot. We hebben onlangs een onafhankelijk fondsmanager aangesteld en in het verlengde van de Noord-Zuidlijn een reglement op- gesteld waarin wordt bepaald welke mensen in aanmerking komen voor een vergoeding en welke hoogte daaraan verbon- den is. Voor derving woongenot is bijvoorbeeld een bedrag van 120 euro per maand opgenomen. Maar het kan ook zijn dat er bijvoorbeeld een bepaald weekend zoveel overlast van werkzaamheden te verwachten is, dat wij omwonenden een overnachting elders aanbieden. En denk ook aan het toene- mend aantal thuiswerkende mensen. Wij kunnen hen via het fonds bijvoorbeeld tijdelijk een andere werkruimte aanbieden als de overlast overdag te groot is. Zie het vooral niet als een afkoopsom; omwonenden houden altijd het recht om proce- dures aan te spannen. Inzet is de leefbaarheid zo goed mo- gelijk te garanderen en om te laten zien dat we begrijpen dat er derving van woongenot is of kan zijn. Dat we dit fonds van de grond hebben gekregen, zien we als een succes omdat de bouwende partijen daar aanvankelijk niets in zagen. Toch blijven wij er strak op zitten om te voorkomen dat sommige bouwondernemers het fonds zien als rechtvaardiging voor het creëren van overlast.”


Catharijnesingel


Dat de leefbaarheid van het gebied, de kwaliteit van de leef- omgeving hoog in het vaandel staat, illustreert Roozen aan de hand van het besluit om eind dit jaar aan de oostkant – waar


Nr.4 - 2015 OTAR O Nr.4 - 2015TAR 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54