search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
jungle fighters’


kruidenier voordat hij in Arnhem opkwam bij de Prinses Irene Bri- gade. In 1948 vertrok Van Rijswijk als infanterist naar Indonesië, waar hij uiteindelijk twee jaar gediend heeft. Bij thuiskomst was er maar lastig werk te vinden, dus toen bleek dat Nederland ging bijdragen aan de strijd in Korea, solliciteerde Van Rijswijk naar een functie bij de verbindingsdienst. Na een korte voorbereidingstijd vertrok hij met het NDVN naar Korea. De tempe- ratuur bij aankomst was een mis- rekening. Van Rijswijk: “Er lag al sneeuw daar, terwijl wij dachten dat we in een Middellandse Zeeklimaat terecht zouden komen. We zagen ons al onder de palmen liggen, maar het vroor dat het kraakte. We hadden ook alleen zomerslaapzak- ken. Daar kun je geen min 20 mee dekken. Uiteindelijk hebben we dat opgelost met Hollandse dekens. Dat was een uitkomst.”


Gaten vullen De Amerikanen hadden in de gaten


dat ze te maken hadden met goed geoefende strijders en stuurden ze al snel naar het front. Het detachement werd gebruikt om allerlei gaten op te vullen en moest soms drie keer per dag een andere locatie innemen. “We werden als een gek ingezet”, zegt Van Rijswijk enigszins ver- ontwaardigd. “We waren een soort brandweer. Op den duur voelden we ons misbruikt. Maar het moreel was goed. In een krantje van de Ameri- kanen werden we aangekondigd als de 300% jungle fighters. Daar krijg je toch een morele opkikker van. We hadden ook een goed bataljon. Een heel goed bataljon! Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Dat was gewel- dig. De ontberingen braken ons niet. Daar moet je ook boven staan, want anders ben je het haasje. Na een gevecht duurt het een paar dagen voor je weer 300% bent, maar hon- derd procent waren we altijd.”


Overval bij Hoengsong In zijn boek over de Nederlandse


inzet in Korea benoemt luitenant-


kolonel M.D. Schaafsma januari 1951 als ‘de vuurdoop’ van het NDVN en de maand februari als ‘de vuurproef’. De Amerikanen voerden in die peri- ode, samen met de ROKS (Republic of Korea Soldiers), de grootschalige operatie Roundup uit, maar werden teruggedrongen door een overmacht aan Chinezen. Een groot deel van het NDVN zat op dat moment in Hoengsong om de terugtrekkende militairen op te vangen en te dekken. “Het was een aardig stadje met boer- derijtjes”, vertelt Van Rijswijk. “We zaten aan de rechterkant van een weggetje en hebben daar mortieren in stelling gezet. Aan de andere kant van de weg zat de stafcompagnie.” Afgezien van een enkel incident op die koude 12 februari, bleef het rus- tig in Hoengsong en zaten de Neder- landse militairen in afwachting van de opdracht voor de afmars. Van Rijswijk: “We moesten het tot negen uur ’s avonds volhouden. De vijand heeft die hele dag de gelegenheid gehad om vanuit de bergen naar ons te kijken. We hadden een huisje van golfplaten gebouwd, met kachel en douche erin. Wij zaten in dat huisje te wachten tot het negen uur werd.” Even na negen uur hoorde Van Rijs- wijk opeens aan de overkant van de weg een mitrailleur knetteren. De post werd aangevallen door ongeveer zestig Chinezen. De verwarring was groot. “Voor mij was dat het sein om uit dat huisje te gaan. Als de vijand aanvalt, moet je niet daar zitten. Dan kun je niks meer doen. Niemand snapte hoe het zat. Wie was nou de vijand? Wie schiet op wie? Het was een chaos. Ik ging toen eerst kijken waar mijn rantsoen was, alleen was het eten in handen van de vijand gevallen. Dan denk ik bij m’n eigen: het eerste wat ik in het vervolg opeet, is die lekkere fruitcocktail. Het gebeurt mij geen tweede keer dat de Chinezen mijn fruitcocktail opeten!” Doordat de zon onder was gegaan, kreeg Van Rijswijk maar flarden van het gevecht mee. “Je kon niet veel waarnemen. Alleen door het vuur, de vlammen, auto’s die in brand ston- den, konden we wat zien. We begre-


Joop van Rijswijk. Foto: William Moore


Het verhaal van Koreaveteraan Joop van Rijswijk is sinds kort in verkorte versie ook op video te zien in het Nationaal Militair Museum. Meer over deze ten- toonstelling op pagina 8 en 9.


pen wel dat de stafcompagnie zware klappen kreeg. Maar wij konden geen vuur uitbrengen, want anders scho- ten we op onze eigen mensen. Later hoorden we dat onder meer de deta- chementscommandant, de veldpredi- ker en de korpsadministrateur in dat gevecht gesneuveld waren.”


Trots Rond middernacht vertrokken de


laatste Nederlanders uit Hoengsong, om te hergroeperen op het vliegveld van Wonju. De Amerikanen waren zeer tevreden. Het gros van hun troepen had zich kunnen terugtrek- ken. Het was typerend voor de Nederlandse inzet. Waar nodig haal- den ze de kastanjes voor de Ameri- kanen uit het vuur. Van Rijswijk herinnert zich nog goed dat een hoge Amerikaanse ‘5-star’ generaal zijn waardering hiervoor uitsprak. “Die generaal zei: ‘I’m proud of you. The Netherlands is a little country, but a big nation’. Kijk, als ze dat tegen je zeggen, dan zit je al aan 300%.”


oktober 2017 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65