search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Hoe maak je een grindkolom als fundering?


De werkwijze is als volgt: Een gepatenteerde trilnaald wordt op een vooraf bepaald raster in de grond gebracht. Als de trilnaald op de gewenste diepte is wordt deze afgevuld met het grind of betongranulaat. Dit wordt gedaan met een langs de makelaar bewegende trechter, ook wel hopper genoemd. Door het stapsgewijs trekken en aandrukken van de trilnaald worden de losse korrels in stappen verdicht. De holle ruimte in de trilnaald staat continu onder luchtdruk en na het heffen van de trilnaald wordt het grind of betongranulaat ondergronds ingebracht. Door de trilnaald vervolgens weer trillend de grond in te drukken wordt het granulaat verdicht en vormt er zich stapsgewijs een kolom. Bij elke funderingskern worden diepte en verdichting gemonitord. De operator leest deze gegevens af op een digitaal display in zijn cabine.


Foto: Keller Funderingstechnieken


Voor niet-cohesieve ondergronden - zoals bijvoorbeeld zand - hanteert Keller een iets andere techniek: de grond wordt daar verdicht met gebiedseigen materiaal. Bij deze techniek kan de bodem worden verdicht tot wel 40 à 50 meter diepte.


Voor alle wegen, bruggen en viaducten In West-Europa heeft Keller al vele (snel)wegen en bouwcon- structies gefundeerd op grindkolommen. Volgens Looij zijn In Nederland inmiddels bij meer dan honderd projecten als fundering van bouwconstructies grindkernen toegepast. De gemeente Emmen had daarbij in het voorjaar van 2020 de pri- meur, met een zettingsvrije fundering voor een regionale weg die op een uiterst slappe bodem ligt. “De grindkolomtechniek is geschikt voor alle type wegen en bouwconstructies”, stelt Looij vast. Gezien de verzakkingsproblematiek en de milieus- chade acht hij de tijd rijp acht voor een fundamentele veran- dering.


Milieuvriendelijk en circulair “Bij boorpalen of oppervlakkige grondverbetering is er bijna altijd sprake van afvoer van grond, die op veel plekken vervuild is met PFAS. Het uitnemen van grond is nog uitsluitend moge- lijk onder zeer strenge milieueisen. Bij de funderingstechniek met grindkernen wordt de grond alleen maar ter plekke ver- dicht en verbeterd en hoeft er geen grond te worden afge- voerd. Daarnaast kun je een grindkern moeiteloos opgraven en weer hergebruiken als dat nodig is. Honderd procent cir- culair dus. En de CO2


-belasting is erg laag, doordat er geen OTAR Nr.6 - 2020 21


cement wordt toegepast, in tegenstelling tot bij betonnen heipalen of boorpalen”. Een ander milieuvoordeel is dat Keller een grindvervanger toepast in plaats van primair grind. Er worden dus geen extra grondstoffen onttrokken. “Voor iedere afzonderlijke grindko- lom of verdichtingspunt wordt de kwaliteit van het materiaal en de vereiste diepte in situ gemonitord en geregistreerd. Door middel van een sondering achteraf of via een proefbelasting of plaatproef wordt de draagkracht van de fundering en de mate van verdichting gemeten. Het gebeurt steeds vaker dat wij ontwerpen maken als alternatief voor een paalfundering of paalmatras”, besluit Looij.


Meer informatie www.keller-funderingstechnieken.nl/


Voordelen van granulaatkernen ten opzichte van hei- of boorpalen


• Bij granulaat -en grindkernen wordt de grond verbeterd en hoeft er geen grond te worden afgevoerd. Bij palen is dat veelal wel het geval. Met PFAS vervuilde grond is dat een kostbare en soms onmogelijke opgave.


• Er wordt gebruik gemaakt van grindvervangers. Dat is goed voor het milieu (circulair bouwen). Het bespaart grondstoffen en CO2


-uitstoot. Bovendien worden de grind- vervangers in de omgeving van het project betrokken.


• Verwerkingstechniek van grind- of granulaatkernen levert geen geluids- en trillingshinder of schade aan het milieu op.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48