search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
home’, riepen ze dan. Ze waren niet blij met ons.” Het was in het voorjaar dat Van der Leelie gewond raakte tijdens een mortieraanval. “Ik liep van onze


Rood erekoord Eenmaal terug in Nederland werd


Van der Leelie beroepsmilitair. Dat was in die tijd bijzonder, want je had alleen korporaals en officieren


‘Ik dacht: nu is het gebeurd’


observatiepost naar beneden toen een mortier vlak bij insloeg. Ik vloog tien meter door de lucht. Ik ben niet buiten bewustzijn geweest. Ik had een scherf in mijn bovenarm en ben met een brencarrier afge- voerd. Ik schrok mij het apezuur op dat moment. Ik dacht: nu is het gebeurd.” Van der Leelie heeft ongeveer zes maanden op de ‘Arsenal’ gezeten. Daarna werd hij met zijn detache- ment terug naar eiland Kojedi gestuurd. “Er was daar een opstand in een concentratiekamp. Het was een verschrikkelijke toestand. Er zaten daar 180.000 krijgsgevan- genen. De Amerikanen dachten: we nemen Nederlanders mee, die hebben ervaring. We hebben in dat kamp wapens en doden gevonden.”


als beroepsmilitair en geen soldaten, zoals Van der Leelie. Uiteindelijk wist hij zich op te werken tot sergeant 1e klasse. De cursus voor sergeant- majoor wist hij niet te halen, iets waar Van der Leelie met gemengde gevoelens op terugkijkt. “Ze hadden mij een tweede kans moeten geven. Nu scheelt het mij veel pensioen. Ik heb niet veel clementie gehad, terwijl ik altijd perfecte beoordelin- gen kreeg. Ik viel op, maar ik deed gewoon mijn werk.” Ook zijn inzet in Nieuw-Guinea viel op, vooral door zijn gedrevenheid. “In 1962 vertrok ik naar Nieuw- Guinea met dienstplichtigen die nog nooit een rijstkorrel hadden gegeten. Ik sprak de taal. Ik heb ze laten werken van hier tot ginder.” Hij had twaalf kanonnen en vier .50


mitrailleurs tot zijn beschikking om de zuidkust van Biak te beschermen tegen aanvallen op het vliegveld Boroekoe. “Ik ben er altijd van uitge- gaan dat het een serieuze zaak was. Mijn collega’s hadden dat minder, die scholden mij uit. Ik heb mijn mannen bunkers laten bouwen en oliedrums laten afzagen en opvullen om daar- mee een wand te maken. Vliegveld Boroekoe was toch een kwetsbaar punt. Er waren drie bomen die ik van de kampcommandant niet mocht kappen, omdat hij ze zo mooi vond. Ze stonden alleen in mijn schoots- veld. Ik liet ze toch omkappen en dat vonden de jongens geweldig.” Op 14 augustus van dat jaar had Van der Leelie alles klaar. Die nacht kwam een overste langs die per se in de bunker van Van der Leelie wilde slapen. Pas 35 jaar later kwam hij erachter waarom dat was. “Ik begreep toen van een bepaalde kolonel dat er op dat moment zeven Russische onderzeeërs voor de kust lagen, met 150 commando’s en verder- op een troepenmacht van 150.000 Indonesische mariniers. Die overste wist dat de andere posten niet zo goed beschermd waren. Voor mijn inzet kreeg ik later het rode erekoord. Voor een beroepsmilitair was dat heel bijzonder.”


65 jaar buigen


In augustus 2017 keerde Van der Leelie voor het eerst terug naar Korea. Terwijl kameraden al vaker waren gegaan, moest hij er eerst niets van hebben. “Ik wilde er niet aan. De Koreanen waren namelijk ook de kampbewakers in Nederlands-Indië. Maar mijn zoon wilde meer van mijn missie weten.” Het werd een bijzon- dere ervaring. “Je wilt niet weten wat ze daar voor ons doen. Je schaamt je bijna. We werden in het duurste van het duurste hotel gezet. Bij de wc en bij de lift stond iemand voor ons te buigen. Ze lopen al 65 jaar te buigen voor ons. Ze reden ons ook overal naartoe. Het kon niet op. Het raakte mij toch wel. Vooral het bezoeken van de demarcatielijn. Daar kon ik Cherwon zien. Dan gaat er toch wel iets in je om, ook al is het 65 jaar gelden. Ik ben blij dat ik het gedaan heb. Ik geloof trouwens niet dat er oorlog komt in Korea. Het gedrag van de Noord-Koreanen is gewoon komedie. Er is zo’n armoede daar dat ze niet in staat zijn om aan te vallen.”


Herman van der Leelie en zijn zoon tijdens zijn revisit in 2017. Foto: privécollectie Herman van der Leelie


22


maart 2018


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65