search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Door: Anne Salomons Foto: Kor Suk


H


et is zo lang geleden. Het vervaagt. En dan ben ik bang dat ik dingen vertel die niet kloppen.” Gelukkig heeft


Ferry Titalepta het grote NDVN (Neder- lands Detachement Verenigde Naties) herdenkingsboek als naslagwerk bij de hand, zodat hij zijn eigen woorden kan controleren. Maar dat is niet nodig, want zijn herinneringen komen bij flarden bovendrijven. Titalepta: “Toen ik destijds moest opkomen voor de dienstplicht heb me maar meteen, uit jeugdige overmoed, opgegeven voor Korea. In gebouw E4, kamer 5, ik weet het nog goed.”


Granaatinslag Niet veel later vertrok Titalepta als


infanterist naar Korea en kwam met zijn eenheid terecht aan het front in de zo- genoemde IJzeren Driehoek. Tijdens hevige gevechten raakte hij, na acht dagen, op 10 mei, gewond door een granaatinslag.


‘Wat we aantroffen was verschrikkelijk’


Met granaatscherven in zijn heup en bovenbeen werd hij afgevoerd naar een Zweeds hospitaalschip. Titalepta: “Na een herstelperiode van enkele maanden kreeg ik de keus: of terug naar Nederland of terug naar mijn oude eenheid. Toen heb ik ervoor gekozen om weer terug te gaan naar het front.” Hij wijst naar een tas in een van de museumvitrines. “Kijk, die is van mij. Onderaan zie je de beschadiging van die granaatinslag. Het is een zoge- noemde tango pack, dat vulde je toen met je luchtbed.” Niet alleen de tas van Titalepta staat in het museum, ook zijn uniform met onderscheidingen en insig- nes pronkt achter het glas. “Waarom wachten tot je dood ben?”, grapt hij. “Ik heb het maar meteen aan het museum geschonken.” Met gepaste trots en groot respect wijst hij ook op het uniform van luitenant Douna, de commandant die bij de laatste patrouille op Stinky Hill gesneuveld is. “Dat uniform is bij toeval tevoorschijn gekomen uit Douna’s plunje- baal, die bij zijn zuster in de kelder stond.” Titalepta vocht ook bij de laatste grote slag, op Stinky Hill. Heuvel 340 werd zo genoemd omdat hij bezaaid lag met lijken.


De veteraan vertelt: “De laatste patrouille van de C-compagnie liep in de nacht van 25 op 26 juli 1953 in een Chinese hinder- laag. En wij, van het 3e peloton van de A-compagnie, werden op pad gestuurd voor een ondersteuningspatrouille. Maar toen was alles al gebeurd en was het te laat. Wat we aantroffen was verschrikke- lijk. Vijf Nederlanders waren gesneuveld en er waren zwaargewonden.” Hier stokt Titalepta’s verhaal. “Ik heb er slechte herinneringen aan.” Bij Stinky Hill zijn later nog wat oude militaire spullen teruggevonden die nu in het museum liggen, zoals een helm en een munitieblik. “De verhalen gaan eigenlijk altijd alleen maar over Stinky Hill”, bena- drukt Titalepta. “Terwijl er nog zoveel andere heuvels zijn waar hevig is gevoch- ten. Maar daar hoor je nooit iemand over. Die mensen zijn allemaal dood.”


Donaties en buit Boeken, memoires, uniformen, medail-


les, wapens, vaandels; veel spullen in het museum zijn gedoneerd. Maar niet alles wat in het museum tentoongesteld is, is door gulle gevers geschonken. Zo prijkt er een Noord-Koreaanse vlag die buit is gemaakt, een partijcontributieboekje dat bij een dode Chinees is gevonden en een machinegeweer dat ook bij een gesneuvelde Chinees is aangetroffen. Een Koreaveteraan heeft dat wapen ‘gewoon’ meegesmokkeld. Titalepta herinnert zich nog hoe hij een dode vond in de rivier die ze passeerden na de grote aanval op Stinky Hill, daags voor die laatste patrouille van de C-compagnie. “We zaten met gesneuvelden en gewonden in een commandobunker en werden aangeval- len door een grote groep Chinezen, die hadden ons omsingeld. Sergeant Klems heeft toen artillerievuur aangevraagd op eigen stellingen waarna de Chinezen zich terugtrokken. Daarna passeerden we dagelijks, het was inmiddels rustig, een


kleine rivier waar wij ons ook in wasten. Er hing op gegeven moment een weeïge geur, die steeds erger werd. Toen bleek er een dode Chinees of Koreaan te liggen met een hand in het water. In een van zijn zakken vonden we een foto waarop hij met zijn ouders stond.”


‘In Korea worden we als helden ontvangen’


De wapenstilstand op 27 juli, een dag na die laatste patrouille, was gedenkwaar- dig. Titalepta: “We staken vreugdevuren aan en ook bij de vijand op de heuvel brandden vreugdevuren. De volgende dag kwamen ze de heuvel af en toen hebben we elkaar een hand gegeven.”


Draaginsigne gewonden Na Korea volgde Titalepta nog een oplei-


ding tot onderofficier en in 1958 werd hij sportinstructeur. Hij zit in het bestuur van de Vereniging Oud Korea Strijders (VOKS) en in 2011, 58 jaar na dato, ont- ving Titalepta alsnog het Draaginsigne Gewonden. Naar Korea is hij al drie keer teruggeweest. “Daar worden we als echte helden ontvangen”, vertelt hij. “Hier in Nederland is het toch een ‘vergeten oor- log’.” Dat het Nationaal Militair Museum (NMM) tot voor kort geen ruimte had om de Koreamissie in de vaste collectie op te nemen, is hiervan een treurig bewijs. Inmiddels heeft het NMM de Koreaoorlog aan de collectie toegevoegd met een iet- wat kleine vitrine. Gelukkig heeft het Van Heutszmuseum een interessante en steeds groter wordende collectie. De Korea- veteranen die hier als vrijwilligers wer- ken, verzorgen bovendien rondleidingen en vertellen graag hun verhaal. Opdat de Koreaoorlog niet vergeten wordt.


Historische verzameling Regiment Van Heutsz Het Regiment van Heutsz heeft op de Oranjekazerne in Schaarsbergen van de


traditiekamer een aantrekkelijk museum gemaakt. Door oud-Koreastrijders, van wie enkelen als vrijwilliger in het museum werken, wordt het ook wel het Koreamuseum genoemd. Een van de initiatiefnemers zo’n twintig jaar geleden was Ferry Titalepta. Het museum is ingericht met vier periodes waarin het Regiment van Heutsz werd ingezet. Te beginnen bij voormalig Nederlands-Indië (het Regiment van Heutsz kwam voort uit het KNIL), daarna Korea, de Koude Oorlog en ten slotte is er aandacht voor de jongste missies naar de Balkan, Irak en Afghanistan. De uitgebreide collectie is voornamelijk samengesteld uit gif- ten, erfenissen en er zijn zelfs een paar op de vijand buitgemaakte spullen. Het museum is iedere donderdag van 10.00 tot 15.00 geopend voor belangstellenden. Identificatie aan de poort van de kazerne is wel verplicht.


https://www.facebook.com/historischeverzameling.regimentvanheutsz. maart 2018 19


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65